Italië vreest nog meer geweld na bomaanslag

Een anti-Amerikaanse bomaanslag gistermorgen in Rome, waarvoor de verantwoordelijkheid is opgeëist door een linkse terroristische groep, heeft de angst vergroot voor politiek geweld na een eventuele overwinning van rechts bij de verkiezingen en rond de bijeenkomst van de G8 deze zomer in Genua.

Later op de ochtend werd in Turijn een bom onschadelijk gemaakt bij het voormalige hoofdkantoor van autofabrikant Fiat. De politie twijfelt of er een verband is tussen de twee bommen.

De aanslag in Rome, om kwart voor vijf, richtte forse schade aan, maar niemand raakte gewond. Het gebouw waar de bom ontplofte biedt onderdak aan de Italiaans-Amerikaanse Raad en het Instituut voor Internationale Zaken. Beide instituten zijn in het verleden door linkse terroristen genoemd als potentieel doelwit.

De verantwoordelijkheid voor de aanslag is opgeëist in een e-mail aan drie kranten. Dat gebeurde in een document van 36 pagina's dat was ondertekend door de Kernen van proletarisch initiatief. Deze splintergroep kondigt aan dat het wil samenwerken met twee andere extreem-linkse groepen en met een afsplitsing van de Rode Brigades die twee jaar geleden regeringsadviseur Massimo D'Antona heeft vermoord.

Ook al zijn er geen mensen gewond geraakt, de aanslag heeft grote onrust veroorzaakt. Het ging volgens de politie om een professioneel samengestelde bom, die via een mobiele telefoon tot ontploffing is gebracht.

In de e-mail wordt opgemerkt dat, als rechts de verkiezingen van 13 mei wint, een regering Berlusconi niet het volk zou vertegenwoordigen. Andere zinsnedes zijn uitgelegd als een dreiging met gewelddadige protesten wanneer in juli in Genua de top van de G8-landen bijeen is.