Invoer light-rail sterk vertraagd

De trage invoering van light-rail in Nederland is volgens minister Netelenbos (Verkeer en Waterstaat) te wijten aan de betrokken gemeenten en provincies. Dat verklaarde zij gisteren tijdens een overleg met de Tweede Kamer.

Netelenbos vindt dat de gemeenten en provincies ,,te weinig creativiteit'' tonen bij het zoeken naar financiering voor deze goedkopere, tram-achtige vorm van treinverkeer. Ook gaan gemeenten en provincies volgens de minister ,,niet altijd uit van realistische verwachtingen'' over de exploitatiekosten.

Als lokale overheden niet rondkomen met de uitgetrokken bedragen, moeten ze met publiek-private samenwerking tot een oplossing komen, vindt Netelenbos. ,,Ze zeggen telkens dat ze dat niet willen. Maar in dat geval moeten ze het zelf oplossen.''

De aanleg van een aantal light-railtrajecten dreigt in de knel te komen, onder meer door de gestegen inflatie. Het ministerie heeft geld toegezegd voor trajecten tussen Rotterdam en Den Haag (Randstadrail) en rond Utrecht (Randstadspoor). Deze geldbedragen worden jaarlijks verhoogd met een inflatiecorrectie van 2 procent. De werkelijke inflatie bedraagt echter zo'n 6 procent. Het verschil moeten gemeenten en provincies zelf bijpassen.

Veel light-railprojecten bevinden zich nog in de fase van plannenmakerij. Hierbij gaat het onder meer om de lijnen Amsterdam-Zandvoort en Apeldoorn-Zutphen-Deventer. Niet ieder plan is levensvatbaar, stelt de minister. ,,Als een regio light-railtreinen denkt vol te krijgen op een traject waar al veel stoptreinen rijden, zegt mijn departement dat dat niet kan. Gemeenten en provincies hebben dan vaak al een beslissing genomen. Dat leidt tot ongemak in de relatie met mijn departement.''