Halsstarrig maar niet ideologisch

Hij spreekt Engels, Russisch en Roemeens, en een beetje Japans en Duits. Maar dat laatste kan ook Frans zijn, afhankelijk van de levensbeschrijvingen die over hem zijn verschenen. Natuurlijk leest hij boeken over economie en wetenschap en technologie, en is hij een kenner van de Chinese klassieke dichtkunst. Maar hij houdt ook van de werken van Mark Twain, Shakespeare, Shelley, Tolstoj, Poesjkin, Tsjechov en Toergenjev. Hij luistert graag naar Chinese volksmuziek maar ook naar Mozart en Beethoven. Zelf speelt hij fluit en piano.

De 74-jarige Chinese president Jiang Zemin is voor Chinese begrippen een kosmopoliet. En misschien is hij dat ook wel in vergelijking met de Texaan George W. Bush, zijn Amerikaanse tegenspeler-op-de-achtergrond.

Onderschatting is de belangrijkste troefkaart die tegenstanders hem het afgelopen decennium in handen hebben gespeeld. Als opvolger van de in 1997 overleden hoogste leider van China, Deng Xiaoping, is hij vaak beschreven als slechts ,,een overgangsfiguur'', maar hij zit er nog steeds. Om hem hangt niet het onaantastbare aureool dat zijn voorgangers Mao Zedong en Deng hadden, maar het staat niet vast dat er een einde komt aan zijn invloed als hij volgend jaar geacht wordt af te treden als partijleider of als in 2003 een einde komt aan zijn ambtsperiode als president.

Het incident rond het Amerikaanse spionagevliegtuig vormde nog maar de prelude op alles wat de komende maanden de Chinees-Amerikaanse verhoudingen echt op de proef zal stellen: het binnenkort te verwachten besluit van Washington over belangrijke wapenleveranties aan Taiwan, een nieuwe stemming in het Congres die van cruciaal belang is voor China's toetreding tot de internationale handelsorganisatie, de WTO, en, ook altijd pikant, de stemming deze zomer over de kandidatuur van Peking voor de Olympische Spelen van 2008. Dat zijn stuk voor stuk onderwerpen die rechtstreeks de nationale trots raken, en daarmee het prestige van Jiang op het spel zetten. Maar de president heeft zich het afgelopen decennium voldoende machtspoliticus getoond om niet nu in paniek te raken. En hij weet ook uit de recente geschiedenis dat dieptepunten in de Chinees-Amerikaanse relaties snel afgewisseld kunnen worden met hoogtepunten van betuigd respect. In het voorjaar van 1996 stuurden de VS – onder commando van admiraal Prueher, nu de Amerikaanse ambassadeur in Peking die onderhandelde over de vrijlating van de 24 Amerikaanse bemanningsleden – nog twee gevechtsschepen naar de Straat van Taiwan als reactie op Chinese raketoefeningen om Taiwan te intimideren. Een jaar later was een opmerkelijk ontspannen Jiang al op bezoek bij zijn Amerikaanse ambtgenoot Bill Clinton. In 1998 legde Clinton een tegenbezoek af bij de `strategische partner', waarbij openlijk werd gediscussieerd over mensenrechten maar Jiang vooral de verzekering kreeg dat de VS zich zouden houden over de afspraken betreffende de Chinese aanspraak op Taiwan.

Dus zo gauw laat Jiang zich niet uit het veld slaan. Nadat Bush China tijdens zijn verkiezingscampagne had omgedoopt tot `strategische concurrent', legde hij al de fundamenten voor een nieuwe `verzoeningstop' waarop alles toch weer goed moet komen. Afgelopen februari zette premier Zhu Rongji de nieuwe regering in Washington min of meer voor het blok met de publieke mededeling dat Bush is uitgenodigd om in oktober naar Peking te komen. Als het aan Jiang ligt, gaat het bezoek van Bush ondanks de jongste en komende strubbelingen gewoon door, getuige de gematigde uitspraken die Jiang gisteren deed op bezoek in Uruguay: ,,Ik heb vertrouwen in het vermogen van beide landen om dit probleem op te lossen.''

Die woorden kenmerken het optreden van Jiang: halsstarrig, maar gespeend van ideologische hysterie; pragmatisch – opportunistisch zeggen sommige critici – zonder evenwel een duimbreed te wijken als China's nationale belangen in het geding komen (Taiwan, bemoeienis met mensenrechten, bestrijding van de sekte Falun Gong). Zo heeft hij zich de afgelopen jaren ook binnenslands gemanifesteerd: als technocratisch uitvoerder van het door Deng ingezette beleid van economische liberalisering zonder zich te wagen aan politieke experimenten die het monopolie van de communistische partij kunnen aantasten.

Jiang, die een technische opleiding heeft en in 1955 stage liep op de Stalin Auto Fabriek in Moskou, was in 1989 burgemeester van Shanghai toen Deng hem, vlak na het bloedig neerslaan van de democratische protesten op het Plein van de Hemelse Vrede, naar Peking haalde om partijleider te worden. In 1993 werd hij ook president. Deng noemde hem ,,de spil in de derde generatie van leiders'' van China. Zelf denkt hij er ook zo over: toen in 1999 de 50ste verjaardag van de Volksrepubliek werd gevierd werd de vlag met zijn beeltenis pontificaal over de Avenue van de Eeuwige Vrede gedragen, achter die van Mao en Deng.

Maar dat is niet voldoende om als held de geschiedenis in te gaan. De hoofdprijs die hij zichzelf heeft beloofd, is de hereniging met Taiwan. Die historische gebeurtenis zal hij waarschijnlijk niet meer meemaken in functie. Tenzij hij erin slaagt om zichzelf, net als Deng, een beslissende positie te verschaffen achter de coulissen. Per slot van rekening is Jiang ook nog voorzitter van de Centrale Militaire Commissie, waarin de belangen van de strijdkrachten zijn gebundeld. Ook Deng bleef in die functie zijn macht uitoefenen nadat hij al afstand had genomen van zijn andere banen.