Fouten maken

Oh, was Wim Kayzer maar weer terug. Niet dat zijn interviews volmaakt waren maar toch mis ik die lange gesprekken met interessante praters die dankzij ondertiteling uit de hele wereld konden komen. Ik zou mijn kritiek willen inslikken voor zo'n programma. Kaiser had zijn zwakke momenten maar er zaten hoogtepunten bij die ik me nu nog herinner. En er werd meer over gepraat dan je bij de bescheiden kijkcijfers zou vermoeden.

De huidige interviews zijn te kort om interessant te zijn. Alleen Dirk-Jan Bijker heeft een vol uur voor een gesprek op het uitgelezen tijdstip van vrijdagnacht 12 uur, als alle kijkers uitgeteld van de lange werkweek op de bank liggen. Dan moet je dat gesprek op de videorecorder zetten om het later nooit meer af te draaien.

De meeste portretterende gesprekken duren een amechtig half uurtje. Theo van Gogh had een prachtig uur op de lokale zender AT5, veel later bij Veronica werd het een half uurtje en nu is het voorbij. Jeroen Pauw in De Hemelpoort: te kort voor opmerkelijke uitspraken. De dilemma's van zijn vorige zondagvondprogramma Kwestie van Kiezen hielden de druk op de ketel maar het uitkiezen van muziek voor de hemelpoort inspireert niet tot bekentenissen. Harry de Winter van Wintertijd krijgt meer los dan Pauw door de favoriete nummers uit de jeugd van zijn gast te laten horen. Zelfs KRO's Wilfred Kemp scoort nog wel eens in zijn neo-gotische kitschbus van Tussen Hemel en Aarde. Maar te vaak houdt het interview al op als het nog moet beginnen. Te gehaast.

Ivo Niehe had gisteren een keurig met beelden verzorgde inleiding op het verschijnsel Schmelzer voor degenen die niet wisten wie hij was. Ok, een nieuwtje: de inmiddels tachtigjarige Schmelzer had Wiegel nog in een brief ,,gewaarschuwd'' dat De Nacht van Wiegel het niet haalde bij De Nacht van Schmelzer. Wiegel was om twee uur al klaar en Schmelzer ging tot half vijf door.,,Het is toch geen vergelijk'', zei Schmelzer. Dat lag alleen niet aan het tijdstip. Wiegel liet geen kabinet vallen en Schmelzer wel.

Mijn hevige heimwee naar Kayzer brak uit bij een gesprek in Noorderlicht met de aan de universiteit van Texas werkende Nederlandse computer-wiskundige Edsger Dijkstra. Een man van geserreerde uitspraken die klaagde over rommelig programmeren. Gek genoeg was het aankondigende stuk over Dijkstra in de VPRO-gids kritischer dan het tv-programma. Noorderlicht bracht een soort portretterend interview op locatie in Austin, Texas, maar dan had ik het weer langer gewild. Geef dan meteen een of twee uur met deze man. Ga er weer heen, want hij had zoveel te zeggen.

Wiskundigen zijn beroepsvereenvoudigers en dat is Dijkstra ook. Dan voel je je bij Windows en wat daar allemaal schots en scheef aan hangt niet thuis. Windows is typisch voor wat Dijkstra de Angelsaksische aanpak noemt: niet in één keer goed maar je gooit wat op het beeldscherm om te verbeteren. Bewerking van halfbakken producten gebeurt ook op een wordprocessor, die herschrijven vergemakkelijkt.

Ik moet bekennen dat trial and error ook mijn methode is. Maar de bedachtzaam en perfect formulerende Dijkstra schrijft zijn wiskundige notities over het programmeren van computers met pen om zich te bezinnen voor hij begint. Dan hoeft hij niets door te strepen. Zijn notities worden gekopieerd en naar deskundigen in de hele wereld gestuurd. Dijkstra registreert precies wat hij doet, de meeste programmeurs zijn het gauw vergeten. Er zit geen methode achter.

Dijkstra hoorde dat programmeurs pas vijf dagen voor de eerste bemande ruimtevlucht naar de maan in 1968 uitvonden dat de maan ook afstotende kracht had. Bij toeval. Het lijkt idioot, maar elke computerbruiker zal het herkennen. Noorderlicht projecteerde deze kernzin van Dijkstra: ,,Het testen van een programma is een effectieve manier om de aanwezigheid van fouten aan te tonen maar het is volkomen inadequaat om hun afwezigheid te bewijzen.'' Zo'n spiegel van deze tijd kan niet groot genoeg zijn.

    • Maarten Huygen