Cuba via Costner

Het had de ideale proloog op Oliver Stone's JFK kunnen zijn. Stone doordrenkte het historische bewustzijn rondom het presidentschap van John Fitzgerald Kennedy met een complot-theorie. Niet te bewijzen, maar wel zo aantrekkelijk en plausibel dat hij door een scenarioschrijver bedacht had kunnen zijn. JFK veronderstelde de mogelijkheid van een samenzwering voor de moord op Kennedy. Roger Donaldsons Thirteen Days legt de wortels van die intrige bloot. Stone's vereenvoudigde kijk op de wereldgeschiedenis volgend zou je kunnen zeggen dat het mislukken van de Varkensbaai-invasie leidde tot de Cuba-rakettencrisis gedurende die memorabele twee weken in oktober 1962 die de VS aan de rand van een atoomoorlog brachten. `It's a set-up' simplificeert Kenny O'Donell (Kevin Costner alweer in een heldenrol in een JFK-film, en naar verluidt zelf op missie naar Cuba met deze film) het incident. In werkelijkheid was Kennedy-vertrouweling O'Donell slechts een bijfiguur, maar voor de politieke thriller die specialist in vet drama Donaldson voor ogen had, bleek hij een handige verteller.

Hoewel de afloop van die dertien dagen bekend is, passen de makers van Thirteen Days een vernuftige truc toe om de spanning erin te houden. Door exclusief voor een Amerikaans perspectief op de gebeurtenissen te kiezen - Castro en Chroesjtsjov blijven buiten beeld - ontstaat de indruk dat de Amerikanen eigenlijk geen flauw idee hadden wat er nu eigenlijk in het Kremlin of San Cristobal aan de hand was.

De loop der dingen overgeleverd aan iets nog schimmigers dan het toeval, dat werkt natuurlijk wel. Fantasieloze Stone-verwijzingen als grofkorrelige zwart-wit fragmenten, de opzichtige behoefte om aan historisch gewichtheffen te doen en een overdosis sentimentaliteit halen vervolgens de angel uit deze film.

Thirteen Days. Regie: Roger

Donaldson. Met: Kevin Costner, Bruce Greenwood, Steven Culp, Dylan Baker, Henry Strozier, Frank Wood. In: 25 theaters.

    • Dana Linssen