Belgrado belooft Vojvodina autonomie

Vojvodina krijgt de grondwettelijk gegarandeerde autonomie terug die in 1988 door de toemalige Joegoslavische leider Slobodan Miloševic is afgepakt.

Dat heeft gisteren in Boedapest de Servische premier Zoran Djindjic beloofd. Vojvodina is een provincie van Servië met 27 etnische minderheden, waarvan de Hongaarse de belangrijkste is. ,,We willen werken aan een decentralisatie om de autonomie te herstellen'', aldus Djindjic. Hij beloofde ook wetsvoorstellen ter verbetering van het Hongaarstalige onderwijs.

De politieke leiders van de Vojvodina betogen sinds de val van Miloševic, eind vorig jaar, dat de democratisering van Servië niet volledig zal zijn als de Vojvodijnen niet terugkrijgen wat hun door Miloševic is ontnomen. De economie van de landbouwregio heeft sterk geleden onder het verlies van de autonomie, omdat alle opbrengsten sinds 1988 naar Belgrado zijn gegaan. Daar kwam ook nog het isolement van Joegoslavië bij, en het verlies van de traditionele markten in Kroatië en Slovenië. Bovendien heeft het bewind van Miloševic veel Servische vluchtelingen uit Kroatië, Bosnië en Kosovo in de Vojvodina gehuisvest, waardoor het etnische evenwicht verstoord raakte. Tienduizenden leden van de Hongaarse en de Kroatische minderheid hebben sindsdien de Vojvodina verlaten.

Nenad Canak, voorzitter van het Vojvodijnse parlement, zei gisteren dat ,,de politiek in de Vojvodina met alle middelen die ze heeft veranderingen zal afdwingen, zonodig met een referendum.'' Hij zei dat drie van de achttien partijen in de in Belgrado regerende coalitie uit de Vojvodina komen en dreigde met hun weglopen als het zelfbestuur niet wordt teruggegeven. Volgens Canak houdt binnen de coalitie alleen de Democratische Partij van Servië (de partij van de Joegoslavische president Koštunica) de autonomie tegen. ,,Dat toont aan dat zij de oplossingen van Miloševic in stand wil houden.''