Zijne Majesteit premier Simeon?

Simeon II, koning van Bulgarije van 1943 tot 1946, wil zijn land weer leiden. Niet vanaf de troon, maar als politicus: als parlementariër, als premier misschien.

Als de opiniepeilers van Gallup gelijk krijgen, wordt kort na de verkiezingen van komende 17 juni ex-koning Simeon II (63) premier van Bulgarije: liefst 45,8 procent van de Bulgaren, zo meldde Gallup gisteren, is van plan bij de verkiezingen van 17 juni op de `Nationale Beweging Simeon II' te stemmen. Dat zou betekenen dat de ex-koning een absolute meerderheid krijgt in het parlement en premier kan worden.

Andere opiniepeiliers zijn minder stellig. Het bureau Mediana kwam met zijn peilingen `slechts' tot een verwachte aanhang van 28 procent. Maar ook dit bureau meldde dat nog eens 25 procent van de kiezers `overweegt' op Simeon te stemmen. Hoe dan ook is duidelijk dat Simeon met zijn initiatief het landschap van de Bulgaarse politiek drastisch overhoop gooit. In de peilingen lagen tot dusverre de regerende Unie van Democratische Krachten SDS van premier Ivan Kostov en de oppositionele ex-communisten van de Bulgaarse Socialistische partij BSP nek aan nek. Met name de centrum-rechtse SDS moet nu vrezen dat een groot deel van haar potentiële kiezers zijn heil zoekt bij de voormalige koning.

Simeon was als kind koning (tsaar, zeggen de Bulgaren zelf): na de plotselinge en mysterieuze dood van zijn populaire vader Boris III – die stierf in het vliegtuig van Berlijn naar Sofia, na een stormachtig gesprek met Hitler – kwam hij in 1943 als zesjarig jongetje op de troon. Drie jaar later schaften de zegevierende communisten de monarchie af. Ze riepen de Volksrepubliek uit, executeerden de drie regenten die in Simeons naam hadden geregeerd (plus zo'n beetje iedereen die de voorgaande jaren een rol had gespeeld in de Bulgaarse politiek) en gooiden de koninklijke familie het land uit.

Simeon woonde vervolgens een halve eeuw in Spanje. Hij werd een succesvol zakenman, trouwde met een van de rijkste vrouwen van Spanje, kreeg vijf kinderen die allen een mooie, oude Bulgaarse naam kregen (die allemaal met een K beginnen) en dook pas weer in de openbaarheid op na de val van het socialisme in 1989.

De Bulgaren leerden hem kennen als een kiene waarnemer op afstand – een die zich niet opdrong, niet voor zijn beurt sprak, geen aanspraak maakte op wat dan ook (zijn paleis Vranja daargelaten) en dingen zei die de meeste Bulgaren aanspraken. Het maakte hem zeer geliefd. Zijn eerste bezoek aan zijn land, precies vijftig jaar nadat de communisten hem eruit hadden gegooid, werd een triomftocht zonder precedent. Een herstel van de monarchie zat er niet in (en Simeon drong daar ook niet op aan), maar een politieke rol in zijn vaderland, ,,als burger'', wilde Simeon best spelen, zei hij, als men dat nuttig achtte. De grote politieke partijen achtten dat helemaal niet nuttig: zij blokkeerden Simeons kans tot president te worden gekozen, door vast te leggen dat een staatshoofd vóór de verkiezingen vijf jaar in Bulgarije moet hebben gewoond.

Simeon Koboergotski, zoals hij wordt genoemd (een samentrekking van zijn officiële naam Simeon van Saksen-Coburg-Gotha), wil het nu als parlementariër proberen, en wellicht als minister of premier. ,,Ik ben een realist, een pragmaticus en een man van de wereld'', zei hij vorige week bij de oprichting van zijn Nationale Beweging. ,,De monarchie staat niet op de agenda.'' Wat wel op de agenda staat is ,,een verbetering van de levensstandaard door het bereiken van een functionerende markteconomie, economische groei en buitenlandse investeringen'', plus ,,een nieuwe ethiek in de politiek en nieuwe economische oplossingen'' en bestrijding van de corruptie. Bulgarije, aldus Simeon, is de afgelopen tien jaar politiek een bipolair land geweest, met `de democraten' van de SDS aan de ene kant en de ex-communistische BSP aan de andere. Beide brede stromingen hebben minder bereikt dan de Bulgaren hoopten en verwachtten. Simeon wil die situatie doorbreken. Met hem aan de leiding, zei hij vorige week, zullen de Bulgaren binnen achthonderd dagen merken dat het hun kwalitatief beter gaat.

Het klinkt heel boud, heel mooi, en heel vaag. Programmatisch wijken Simeons plannen niet af van die van de SDS, want ook die wil de corruptie bestrijden en ook die wil een markteconomie, een verhoging van de levensstandaard enzovoorts. Het is dan ook moeilijk ,,het alternatief'' dat Simeon voor SDS (en BSP) wil bieden, te definiëren.

Dat de ex-koning toch van de ene dag op de andere op een kwart of meer van de stemmen kan rekenen, heeft dan ook meer te maken met de desillusie bij de Bulgaren over het falen – tien jaar lang – van zowel de SDS als de BSP bij het verbeteren van de levensstandaard. In buurland Roemenië leidde een soortgelijke desillusie eind vorig jaar tot de korte, maar zeer hevige opkomst van de neofascist Corneliu Vadim Tudor en zijn Groot-Roemenië Partij. Simeon wordt – voor hoe lang weet niemand – even als grote redder verwelkomd, ook al heeft zijn initiatief iets populistisch en is zijn Nationale Beweging Simeon II voorlopig niet veel meer dan een vergaarbak van mensen die van de bestaande partijen geen heil meer verwachten.

    • Peter Michielsen