Vluchtelingen verjaagd uit Guinee

,,Een rovershol vol drugs gebruikende bandieten'' was het geworden, zei een opzichter gisteren. En daarom wordt het vluchtelingenkamp Massakoundou in Guinee binnen tien dagen opgedoekt. Dat betekent dat dertigduizend mensen opnieuw hun boeltje moeten pakken en verhuizen. Naar een ander kamp, of terug naar huis: naar hopeloos Sierra Leone of schurkenstaat Liberia.

De vluchtelingencrisis in West-Afrika is als een etterende wond. Er zitten naar schatting 400.000 vluchtelingen in Guinee, van wie de meesten op de landtong tussen Liberia en Sierra Leone. Sinds september rommelt het er. Het begon met overvallen op dorpen in Guinee, net bij de grens. Dorpelingen werden verrast door mannen die hun huizen plunderden, in brand staken en weer verdwenen. De vluchtelingen uit Sierra Leone en Liberia werden als schuldigen aangewezen.

Burgers eisten wraak. Ook de regering van Guinee wil het liefst van de vluchtelingen af. In sommige kampen zouden opstandelingen worden getraind. Guinee is bang dat het net als zijn buren in een burgeroorlog gezogen wordt. Steeds vaker steken rebellen uit Sierra Leone de grens over. De vluchtelingen zitten in het nauw. Veel van hen hebben ten einde raad nu maar besloten terug te keren. Meestal op eigen houtje, soms met hulp van de VN-Vluchtelingenorganisatie, die daarvoor nog altijd vraagt om een `veilige corridor'.