`Veel mis bij taalonderwijs allochtonen'

Het onderwijs aan allochtone kinderen in hun moedertaal vertoont veel gebreken. De leraren zijn onbekwaam en ongemotiveerd, gemeenten maken voor een zeer beperkt aantal talen geld vrij en het rijkstoezicht op de besteding van subsidies ontbreekt.

Dat meldt de Algemene Rekenkamer in een vandaag verschenen rapport aan minister Hermans en staatssecretaris Adelmund (Onderwijs). Sinds 1998 zijn gemeenten verantwoordelijk voor onderwijs in allochtone levende talen. Doel is het schoolsucces en de integratie van allochtone kinderen te bevorderen door onderwijs in hun eigen taal, gegeven door allochtone leraren. Deze vorm van taalonderwijs kost jaarlijks tussen de 120 en 135 miljoen gulden.

Volgens de Rekenkamer bestaat er bij leraren, ouders en leerlingen echter ,,weinig belangstelling'' voor het onderwijs in allochtone levende talen buiten schooltijd, zoals dat in de groepen 5 tot en met 8 van de basisschool gebeurt. Veel docenten beheersen het Nederlands onvoldoende of ze zijn anderszins onbekwaam. Ze blijven wel werken, doordat scholen de extra uitgaven aan wachtgelden moeten voorkomen. Bovendien gebruiken gemeenten het budget vaak voor het wegwerken van taalachterstanden in het Nederlands, terwijl het juist de bedoeling was de achterstanden door onderwijs in de moedertaal weg te werken.