Remu razend over splitsing

De voorgestelde overname van energiebedrijf Remu uit Utrecht gaat mogelijk niet door nu de Tweede Kamer slechts instemt met gedeeltelijke privatisering. Irritatie en woede bij directeur Piet de Visser.

Stralend zat hij 22 december vorig jaar in zijn bruine pak op de driezitsbank. Ingenieur Piet de Visser, directievoorzitter van Remu, de vierde energiedistributeur van Nederland. Naast hem José Olmos, vice-president van het Spaanse Endesa, derde elektriciteitsbedrijf ter wereld en sinds vijf minuten eigenaar van Remu. Prijs: 2,4 miljard gulden. Het was tien voor half twaalf 's morgens, de dassen gingen los. ,,Je ziet iemand en je valt erop'', zei De Visser breed lachend. ,,We hopen dat de Nederlandse overheid met de overname instemt'', zei Olmos iets zuiniger. ,,Zo snel mogelijk'', voegde De Visser daaraan toe.

En waarom zou minister Jorritsma (Economische Zaken) dat niet doen? Ze had in een brief aan de Tweede Kamer op 26 juni vorig jaar de energiedistributeurs zelfs aangemoedigd toegang te zoeken tot buitenlandse markten. Mits adequaat toezicht is gegarandeerd. Toch lijkt het erop dat ze haar belofte niet gaat nakomen. Vandaag stemde de Tweede Kamer over een motie van PvdA, VVD en D66 waarin slechts een gedeeltelijke privatisering van de regionale elektriciteitsnetten wordt toegestaan. Het juridisch eigendom blijft in handen van gemeenten en provincies. Van het economisch eigendom mag een minderheid worden verkocht. In 2004 wordt de privatisering geëvalueerd.

Er zijn op dit moment vier Nederlandse energiedistributeurs die wachten op goedkeuring voor een fusie of overname. Ze hebben een partner gevonden, ze hebben toestemming van de aandeelhouders om verkocht te worden. Remu is daar als laatste bijgekomen. Piet de Visser zit achter zijn bureau in het hoofdkantoor van Remu aan de Utrechtse Atoomweg. ,,Dit is inconsistent bestuurlijk gedrag'', zegt hij. Hij praat hard, is geïrriteerd. ,,Als die scheiding tussen elektriciteitsnetten en de levering van energie wettelijk wordt verankerd, dan haal je de Nederlandse energiemarkt onderuit. Een normale ondernemer haalt synergie uit zijn bedrijf om zo goed mogelijk te kunnen opereren. Wij worden doorgeknipt!''

De gedachte achter de gedeeltelijke privatisering is dat commerciële energiebedrijven geen invloed mogen hebben op een publiek belang als de elektriciteitsnetten. Dat is feodaal gedacht, vindt De Visser. ,,Alsof een beursgenoteerd bedrijf als Endesa zou sjoemelen met de kwaliteit. Ze zouden aan de schandpaal gaan. Ik denk dat je de overheid daar zelf eerder van mag verdenken.''

Dat de PvdA een principiële stelling betrekt, verbaast De Visser niet zo, maar dat de VVD haar principes verloochent wel. ,,VVD-Kamerlid Voûte – een van de opstellers van de motie (red.) – heeft het over een win-win-situatie voor bedrijf en klant. Dat is gewoon niet waar.''

De gedeeltelijke privatisering heeft twee consequenties: Eén: de waarde van het bedrijf neemt af. ,,We worden goedkoop voor een andere partij, de onderlinge ruilverhouding van de aandelen raakt uit balans, Remu trekt alleen zwakkere partijen aan.'' Twee: van de twee bedrijfsonderdelen bezit het netwerkbedrijf de meeste productiemiddelen. ,,Na een splitsing moet Remu alleen als energieleverancier de markt gaan veroveren. Het leveringsbedrijf moet zijn eigen broek ophouden. We moeten extra distributiekanalen aanboren, nieuwe producten bedenken en dan gaat de prijs van energie noodgedwongen omhoog.''

Wil Endesa nog verder? ,,Endesa rekent op een compleet bedrijf. Ze zullen hun bod herzien, zo ze nog willen kopen.''

Begin december vorig jaar stemde de Utrechtse gemeenteraad principieel tegen de verkoop van Remu aan een particuliere partij. Ze besloot haar minderheidsaandeel niet te verkopen. De stem van Leefbaar Utrecht, en dus die van Yet van den Bergh, destijds Leefbaar Utrecht-raadslid, was doorslaggevend in dat besluit. Van den Bergh is sinds januari wethouder Verkeer, vervoer en milieu.

Persoonlijk is ze nog steeds tegen de verkoop van nutsvoorzieningen, zegt ze nu, ,,maar als de markt wordt vrijgegeven en je verkoopt niet is dat slecht voor de bedrijfsbelangen''. Het besluit tot gedeeltelijke privatisering noemt Van den Bergh een hoogst vreemde wending. ,,Dat voorstel had de PvdA moeten doen toen er op Europees niveau besloten werd tot liberalisering van de markt. Ik stoor me eraan dat ik straks die nieuwe wet moet onderschrijven.''

De gemeente Utrecht ontvangt jaarlijks twintig miljoen gulden rente van haar Remu-aandelen. De verkoop van die aandelen levert de gemeente tussen de 750 en 800 miljoen gulden op. Voor de komende vijf jaar is jaarlijks twintig miljoen gulden aan Remu-inkomsten op de begroting opgenomen.

Robert Giesberts, fractieleider van GroenLinks in de raad, heeft schriftelijke vragen gesteld over de besteding van dat geld. ,,Een meerderheid van de partijen die nu deel uitmaken van het college, stemde drie maanden geleden tegen verkoop van Remu. Nu de verkoop een feit is, boeken diezelfde mensen het verdiende bedrag zonder blikken of blozen in. Er wordt in het collegeprogramma rekening mee gehouden. Dat vind ik raar.''

Giesberts vindt dat er een debat moet worden gevoerd over de besteding van het geld. ,,Mijn idee is: besteed het aan duurzame energie. Rust de huizen in Leidsche Rijn uit met zonnepanelen of introduceer energiebesparende maatregelen.''

    • Jutta Chorus