Onderwijs krijgt prioriteit in eerste begroting van Bush

De federale uitgaven voor onderwijs stijgen procentueel het sterkst van alle Amerikaanse departementen in de eerste begroting van president Bush. In 2002 nemen de onderwijsuitgaven volgens de ontwerp-begroting voor 2002 met 11,2 procent toe, tot een totaal van 44,5 miljard dollar. Bush vermindert in zijn gisteren gepresenteerde budgetvoorstellen de uitgaven voor onder andere milieubescherming, voor de training van artsen en de uitbreiding van de politiekorpsen.

Bush wees gisteren kritiek van de Democraten op een reeks bezuinigingen af, met het argument dat er voldoende geld beschikbaar is voor tal van programma's en dat er ruimte nodig is voor belastingverlaging.

,,Deze begroting geeft voorrang aan de belastingbetalers, en dat is precies de positie die zij verdienen'', aldus de president. ,,Deze begroting voorziet in bekostiging van wat Amerika nodig heeft, maar snijdt de vetrandjes weg.''

De uitgaven voor milieubescherming dalen in de plannen van Bush met 2,3 miljard dollar. Daardoor kan de Amerikaanse regering niets bijdragen aan de uitvoering van het internationale klimaatverdrag dat eind 1997 in Kyoto werd gesloten. Verder worden de uitgaven voor onderzoek van het klimaatprobleem met 200 miljoen dollar verlaagd.

Minister van Onderwijs Rod Page zei gisteren dat hervormingen van het onderwijssysteem dringend nodig zijn, en dat meer geld daarvoor niet eens het belangrijkste middel is. De Democratische partij bepleit een nog sterkere uitgavenstijging, maar Page wees die af omdat eerdere verhogingen van het budget volgens hem niet het gewenste resultaat hadden opgeleverd. Net als Bush toonde hij zorg over ,,de diepe en onaanvaardbare kloof'' tussen de studieresultaten van kinderen uit arme gezinnen en minderheden, en die uit meer bevoordeelde gezinnen.

Volgens een recente studie in opdracht van het ministerie van Onderwijs blijven, ondanks miljoenen dollars extra die zijn uitgegeven aan verbetering van het leesonderwijs, tweederde van de leerlingen in de tweede en derde klas van het lager onderwijs sterk achter. Zwarte en Spaanstalige studenten presteren aanzienlijk lager dan hun blanke klasgenoten.