Jaar geëist voor doden Yasmina

Officier van justitie B. Steensma heeft gisteren voor de Utrechtse rechtbank een jaar jeugddetentie en plaatsing in een jeugdinrichting geëist tegen de 14-jarige V.K. Hij wordt verdacht van het vermoorden en aanranden van de 5-jarige kleuter Yasmina Habchi in september vorig jaar.

De officier besloot tot het eisen van de maximale straf die de wet kent voor minderjarigen ,,gezien de afschuwelijke feiten''. Het verblijf in een jeugdinrichting kan maximaal vier jaar duren.

Yasmina Habchi verdween 27 september vorig jaar. De politie vond haar ernstig verminkte stoffelijk overschot zes dagen later terug op de vuilstortplaats in Utrecht. Haar lichaam was verpakt in drie vuilniszakken. Op één daarvan trof de politie een vingerafdruk aan die afkomstig bleek van Yasmina's buurjongen, V.K. Op 16 oktober arresteerde de politie hem en zijn 18-jarige broer. Op de dag van de arrestatie werd een schoentje van Yasmina gevonden op het dak van de schuur van de familie K. De oudere broer van V.K. werd tien dagen na zijn aanhouding weer vrijgelaten omdat er geen reden was hem langer vast te houden.

Twee dagen na zijn arrestatie bekende K. zijn buurmeisje te hebben mishandeld. Hij had, zo bekende hij tegen de politie, haar lichaam in bewusteloze toestand in een vuilcontainer gegooid.

K. verklaarde gisteren het misdrijf alleen te hebben gepleegd. Hij bekende Yasmina eerst te hebben betast. Uit angst dat zij over de aanranding zou vertellen, sloeg hij haar herhaaldelijk in het gezicht, drukte hij zijn hand op haar mond en neus en sloeg haar met haar hoofd op de grond. Uiteindelijk stak hij haar met een priem in de hals. Gedragsdeskundigen interpreteerden het gedrag van K. als een toestand van depersonalisatie. Volgens hen moet hij langdurig worden behandeld voor zijn gebrek aan woedebeheersing,