`Er is geen recht op luiheid'

Bondskanselier Schröder kampt met tegenvallers: de werkloosheid neemt in Duitsland toe en de economische groei wordt vertraagd. Met krachtige uitspraken probeert Schröder het tij te keren.

Gerhard Schröder, de Duitse bondskanselier, heeft voor ophef gezorgd. Gooide oud-premier Ruud Lubbers met de opmerking `Nederland is ziek' ooit het heilige WAO-huisje omver. Ook Schröder probeert nu met provocaties onwilligen aan het werk te krijgen. ,,Er is geen recht op luiheid'', zei de kanselier tegen de grootste boulevardkrant en wil zo de arbeidsbureaus aansporen harder op te treden tegen werklozen.

De kanselier had het tijdstip van zijn uitspraak zorgvuldig uitgekozen. Vandaag hebben immers ook de zes economische instituten in Duitsland hun optimistische groeiprognoses met ruim een half procent afgezwakt waardoor Schröder zijn belangrijkste verkiezingsbelofte in gevaar ziet komen: daling van de werkloosheid.

Op bestrijding van de werkloosheid kon hij na vier jaar worden afgerekend, zei Schröder toen hij in '98 tot kanselier gekozen was. Nu is Schröder bij het inlossen van zijn belofte tot nog toe vooral geholpen door de internationale conjunctuur, waardoor de economie in Duitsland vorig jaar 3 procent groei liet zien. Daardoor is de werkloosheid die onder zijn voorganger Helmut Kohl het naoorlogse record van bijna 5 miljoen bereikte tot 4 miljoen gedaald.

Maar de economische motor stottert alweer. De sterk dalende groei in Amerika is ook bij de Duitse exportreus voelbaar. De hoge olieprijzen en de hogere rente spelen het bedrijfsleven eveneens parten, zo stelden economen van de instituten vandaag in Berlijn vast. Reden waarom zij, net als de Bundesbank eerder deed, hun prognose voor dit jaar bijstelden van 2,7 tot 2,1 procent, hoewel een recessie niet in zicht is. Wel zien de arbeidsbureaus de daling van de werkloosheid bij 4 miljoen stagneren. Dat belooft onheil, vreest Schröder met het oog op de volgende verkiezingen in 2002. Zijn voorspelling dat de werkloosheid in 2002 tot onder de 3,5 miljoen zal zijn gedaald mag niet in gevaar komen, dus moeten de zeilen worden bijgezet.

Stoer taalgebruik wordt daarbij niet geschuwd. Met zijn omstreden uitlating dat er `geen recht op luiheid' bestaat heeft de kanselier vriend en vijand – in de eigen partij en de vakbeweging – tegen zich in het harnas gejaagd. ,,Vernietigend'' om alle werklozen dit etiket op te plakken, reageerde de SPD-politicus Fikentscher uit het Oost-Duitse Saksen-Anhalt. De massa van de werklozen is niet lui. Ook Frank Bsirske, leider van dienstenbond Verdi, zei dat er in tijden van ,,massawerkloosheid en groeiende armoede onder de bevolking'' wel wat beters te doen valt dan werklozen en bijstandontvangers misbruik van voorzieningen te verwijten. Hoewel hij niet ontkende dat er altijd wel ,,enkele zwarte schapen'' rondlopen.

Schröder weet echter dat hij met zijn populistische uitspraak een gevoelige snaar in de bevolking raakt. Twee derde van de West-Duitsers meent dat vele werklozen helemaal niet werken willen, blijkt uit de jongste opiniepeiling van het Allensbach-instituut. Ook in het Oosten is de groep die er zo over denkt gestegen van 11 procent tot 40 procent. Dit wantrouwen van de eigen bevolking over misbruik van sociale voorzieningen is alarmerend. Maar is de regering-Schröder daaraan zelf ook niet schuld?

Geen enkele maatregel heeft zij de afgelopen jaren genomen om de arbeidsmarkt te hervormen en juist daartoe hebben economen, banken, het IMF en de Europese Commissie steeds opgeroepen. Hervorming van het sociale stelsel (WW, bijstand) en soepeler spelregels op de arbeidsmarkt zijn uitgebleven. Met wettelijk recht op deeltijdbanen, beperking van tijdelijk werk en uitbreiding van medezeggenschap wordt de arbeidsmarkt juist sterker gereguleerd. Schröders uitspraak is een ,,afleidingsmanoeuvre'', zei Verdi-leider Bsirske. ,,De kanselier wil vooral zijn verkeerde inschatting van de werkloosheidscijfers versluieren.'' In tijden van werkloosheid valt er wel iets beters te doen werklozen aan de slag te krijgen.

    • Michèle de Waard