Decentralisatie schaadt onderwijs in eigen taal

Het onderwijs aan allochtone kinderen in hun eigen taal staat onder druk. Dat hadden we kunnen weten, vinden deskundigen.

Het idee is simpel en goed, vertelt directeur Stoffel Boot van de Rotterdamse basisschool De Akker, waar 95 procent van de leerlingen van allochtone afkomst is. Kinderen die geen Nederlands beheersen, gedragen zich in een klas vol Nederlandstaligen schuw en teruggetrokken, komen niet mee en verliezen hun interesse. Bied ze onderwijs in eigen taal aan en nieuwsgierigheid en zelfvertrouwen keren terug. En daardoor zullen ze ook sneller Nederlands leren.

Tussen de 120 en 135 miljoen gulden aan overheidsgeld wordt er jaarlijks besteed aan het onderwijs in allochtone levende talen (Oalt), dat vanaf 1998 onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten valt. Sinds die decentralisatie krijgen kinderen tussen de acht en twaalf jaar dit onderwijs uitsluitend buiten schooltijd, vaak maar één of twee uurtjes per week in een gymzaal of een moskee.

Toenmalig staatssecretaris voor Onderwijs Tineke Netelenbos (PvdA) wilde met deze maatregel gemeenten ,,meer vrijheid en meer verantwoordelijkheid'' geven, zo zei ze. ,,Je hoorde ze in Den Haag echter verzuchten: weg met die rotzooi. Laat gemeenten het maar uitzoeken'', zegt de Tilburgse hoogleraar meertaligheid in de multiculturele samenleving prof. G. Extra. ,,Sindsdien staan we internationaal te kijk met ons zogenaamd goede talenonderwijs aan allochtonen.''

Vooral in de Oalt-lessen buiten schooltijd gaat het mis, concludeert de Algemene Rekenkamer in een vandaag gepubliceerd rapport. Eerder dit jaar kwam het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) met soortgelijke conclusies. Leerlingen zijn niet gemotiveerd buiten de verplichte uren op te draven voor een extra uurtje les, veel van de ruim 1.600 leraren spreken geen Nederlands of zijn simpelweg niet goed en veel lessen vallen uit.

Maar ook daarbuiten deugt er veel niet van het onderwijs in de moedertaal van allochtone kinderen. Gemeenten gebruiken het geld voor andere doeleinden, zoals achterstandenbeleid. Zij moeten verder onderpresterende leraren in dienst houden en de controle door de overheid is onvoldoende. Bovendien, de schoolinspecteur spreekt geen Turks of Maleis, dus hoe moet die controleren of het onderwijs in die talen op peil is?

Geen wonder dat er problemen zijn, zegt M. El-Khattabi van het Centrum voor Educatieve Dienstverlening (CED) in Rotterdam, dat projecten ontwikkelt voor scholen die met Oalt werken. ,,We zijn naar de oorlog gestuurd zonder wapens. Er is geen deugdelijke voorbereiding geweest en het onderwijs is bovendien door de politiek nooit met rust gelaten. Ieder jaar is er wel weer een politieke discussie, daar wordt het ook niet beter van.''

Die politieke discussie zal nu opnieuw oplaaien. Staatssecretaris Adelmund heeft in een reactie laten weten snel maatregelen te willen nemen om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren, zoals extra geld voor cursussen van Oalt-leraren en strengere controle door de overheid. Maar D66 en vooral de VVD willen het liefst af van Oalt. Het Nederlandse onderwijs moet er nu eenmaal op gericht zijn kinderen Nederlands te leren, zo vinden deze partijen. GroenLinks en de PvdA zijn voor Oalt. Prof. Extra: ,,Vooral de VVD laat geen kans voorbijgaan om tegen Oalt in het geweer te komen. Dat zal nu, na het rapport van de Rekenkamer, niet anders zijn.''

Onderwijs in de moedertaal kan wel degelijk goed werken, weet El-Khatabbi van het CED, dat voor vijftig basisscholen in Rotterdam een succesvol systeem heeft ontwikkeld. ,,Maar het kan alleen slagen als scholen tijd en vertrouwen krijgen om goed met programma's te leren omgaan. Anders werkt het de integratie van allochtonen alleen maar tegen.''

Nederland klopt zich nu internationaal ten onrechte op de borst met het onderwijs aan allochtonen, vindt prof. Extra. ,,De overheid zal moeten kiezen. Of meer geld, of het idee loslaten dat meertaligheid bij de multiculturele samenleving hoort.''