Bevolking van Nederland koerst naar de dertig miljoen

Immigratie is geen noodzakelijke oplossing voor de demografische problemen waar Europa voor staat. Ook met een stabiele of zelfs dalende bevolking hoeft Europa niet tot de bedelstaf veroordeeld te zijn. Zeker voor het doorgroeiende Nederland is immigratie niet de aangewezen weg, vindt Peter van Krieken.

In november riep Europese commissaris Vitorino op tot een debat over migratie. Het is opvallend dat dit debat vooral in Amerikaanse kranten over de Europese hoofden heen wordt gevoerd. Telkens weer roepen Amerikanen de Europeanen op het Amerikaanse voorbeeld te volgen en in te zien dat immigratie niets dan goeds met zich mee brengt. Dat valt vanuit Amerikaanse optiek zeker te onderschrijven: de Verenigde Staten zijn er groot door geworden en blijven er groot door.

Europa zou migranten nodig hebben om het hoofd te kunnen bieden aan de afnemende geboortecijfers. Europa zou de Derde Wereld dankbaar moeten zijn omdat daar nog een geboorteoverschot is. En inderdaad, landen als Italië, Spanje en Duitsland lijken af te stevenen op een daling van de bevolkingsaantallen en een gemiddelde leeftijd die naar boven schiet. Dat zou problemen kunnen opleveren.

Voor Nederland is dat voorlopig niet echt het geval. Het CBS gaat er nu van uit dat de zeventien miljoen al in 2010 wordt bereikt en de achttien miljoen rond 2030, mede door de immigratie. Het CBS verwacht dat het aantal inwoners na 2030 niet meer zal stijgen. Dat zou komen door een toename van het aantal sterfgevallen als gevolg van de vergrijzing van de bevolking. Op dit moment is bijna veertien procent van de bevolking 65 jaar of ouder. Rond 2040 bereikt de vergrijzing haar hoogtepunt met 23 procent. Daarna neemt ze weer af.

Ik deel de analyse van het CBS waar het gaat om geboorte- ensterftecijfers. Maar er is geen enkele reden te veronderstellen dat migratie tot nul zou afnemen dan wel zich zou beperken tot de `vervangingscijfers'. Van 1970 tot 2010 zal het aantal allochtonen gegroeid zijn van vrijwel nul tot 2 miljoen. Die ontwikkeling stopt niet plotseling in 2030. Een combinatie van asiel, illegale migratie en gezinshereniging zal ook dan kunnen resulteren in een bevolkingsgroei van `slechts' 1 procent. Niettemin wordt vaak vergeten dat zelfs met een bevolkingstoename van slechts 1 procent per jaar de kinderen van het Nederland van vandaag het nog meemaken dat zij hun land met 30 miljoen anderen mogen of moeten delen. Die 1 procent is gekoppeld aan de `72-regel': een verdubbeling elke 72 jaar bij een groei van 1 procent, een verdubbeling elke 24 jaar bij een groei van 3 procent.

Zo gezien is het geen revolutionaire gedachte om, waar mogelijk, toename van de bevolking te voorkomen. Hierbij speelt gezinshereniging en gezinsvorming een cruciale rol. Immers, van immigratie komt immigratie. De veruit grootste immigratiefactor is niet asiel of illegale migratie, maar gezinshereniging, de achilleshiel van elk migratiebeleid.

Een recent NIDI/CBS-onderzoek komt in dit verband tot opvallende conclusies. Het rapport onderschrijft dat het voor immigranten aantrekkelijk is een bestemming te kiezen waar al landgenoten wonen. De groep van 75.000 gastarbeiders met familieleden die in de jaren zeventig naar Nederland kwam, is nu uitgegroeid tot een half miljoen mensen, een verzevenvoudiging in iets meer dan een generatie. Bovendien is van deze `volgmigranten' onduidelijk welke bijdrage ze leveren aan de Nederlandse economie of wat ze de Nederlandse staat `kosten'. Arbeidsmigranten leveren overigens met hun werk wel een bijdrage, maar kunnen door bijvoorbeeld vroegtijdige arbeidsongeschiktheid ook kosten veroorzaken. De veelgehoorde opvattingdat migranten de vergrijzing kunnen tegengaan werd door de onderzoekers van tafel geveegd: ,,om het percentage 65-plussers stabiel te houden, moeten er jaarlijks 150.000 mensen meer naar Nederland komen dan er weggaan (migratiesaldo). Maar daardoor zou Nederland aan het eind van deze eeuw het onrealistische aantal van 50 miljoen inwoners hebben.''

Een stabiel bevolkingsaantal, of zelfs een vermindering hoeft geenszins te betekenen dat Europa tot de bedelstaf veroordeeld zou zijn. Optimale arbeidsparticipatie en evenwichtige globalisering bieden uitkomst. Nu is in Europa 9 procent van de beroepsbevolking zonder werk en dat getal leek richting 7.5 procent te gaan, maar die ontwikkeling hapert nu de economie zich minder gunstig ontwikkelt. Dat werklozengetal verdoezelt echter de grote aantallen arbeidsongeschikten, waar Nederland en andere landen zich het hoofd over breken. Deze kunnen bij het arbeidsproces betrokken worden – hoeveel moeite dat ook kost – bijvoorbeeld door werk financieel aantrekkelijk te maken, dan wel de uitkeringen (relatief) minder aantrekkelijk.

Toch blijven ook met verhoogde arbeidsparticipatie geringe geboortecijfers een factor van belang. Wie doet het werk, en wie betaalt het pensioen? Wanneer migratie de vergrijzing niet tegengaat, zoals ook in talloze rapporten van de OESO is aangetoond, moet er dus naar alternatieven gezocht worden. Die zijn er en ze zijn effectief.

Ten eerste is daar het zeer efficiënte middel van het opschroeven van de pensioengerechtigde leeftijd (van 65 naar 67 of desnoods 70). Het mes snijdt aan twee kanten: meer - ervaren mensen op de arbeidsmarkt, en minder pensioengeld dat uitbetaald moet worden. Wel moeten we rekeninghouden met afnemende meeropbrengsten. De salarisschalen zullen dus herzien moeten worden.

Daarnaast is er de stelling dat vele migranten `nodig' zouden zijn om marginale industrieën het hoofd boven water te doen houden. Zonder die nieuwe arbeidskrachten zouden zulke industrieën gedwongen worden kostbare innovaties in het productieproces door te voeren, dan wel het bedrijf te verplaatsen naar een land waar wel met winst gewerkt kan worden. Immigratie houdt dus een vertraging van globaliseringsprocessen in. Immigratie verhindert zo (her-)verdeling van economische macht. Dat kan overigens een bewuste keuze zijn. Zie de stemming afgelopen herfst in de Amerikaanse Senaat, die met 95 tegen 1 akkoord ging met het verlenen van `green cards' aan een half miljoen IT-experts uit India. Dat heeft niet alleen met de IT-lobby te maken, of met zorg voor de lokale werkgelegenheid, maar vooral ook met puur strategische lange-termijnmacht. Duidelijk is echter dat in het migratiedebat geboortecijfers en vergrijzing geen rol van betekenis hoeven te spelen.

Wat Amerikanen ook voor hebben met Europa, enige scepsis is altijd geboden. Wel hadden zij gelijk met hun observatie dat het Nederlands Paviljoen op de Wereldtentoonstelling in Hanover een verkeerd signaal gaf: het leek net alsof er in Nederland ruimte genoeg is: desnoods bouw je je bos op de derde verdieping! Dat zijn luchtkastelen waardoor wij ons niet moeten laten leiden.

Peter van Krieken is gasthoogleraar aan de Webster University, St. Louis, Missouri, (VS).

van elk migratiebeleid