Anti-kunst van Duitse beeldhouwers

Op de tentoonstelling Stad-land-rivier in de Zonnehof in Amersfoort is werk bijeengebracht van zes Duitse beeldhouwers: Georg Herold, Martin Honert, Olaf Metzel, Reinhard Mucha, Hermann Pitz en Thomas Schütte. Het is een generatie kunstenaars, geboren tussen 1947 en 1956, die eind jaren tachtig internationaal in het middelpunt van de belangstelling stonden maar die ook weer snel uit het beeld zijn verdwenen. De reizende tentoonstelling, met werk uit de jaren tachtig en negentig, is samengesteld door Tilman Osterwold in opdracht van het Institut für Auslandsbeziehungen in Stuttgart.

De titel Stad-land-rivier is misleidend, want er is op de tentoonstelling geen enkel landschap te vinden. Volgens de begeleidende informatie ,,verwerken de kunstenaars alledaagse en socioculturele gegevens tot thema: de structuren vanuit de massamedia, werkomgeving, fenomenen van de massamaatschappij en architectuur''. Ook deze beschrijving biedt geen aanknopingspunt, want dit `thema' is zo breed dat het zo'n beetje alles omvat, behalve juist landschap en natuur.

Toch heeft het werk van deze exposanten wel degelijk belangrijke gemeenschappelijk kenmerken. Zo werken ze alle zes met waardeloze materialen en met toevallig gevonden voorwerpen met als uitzondering de Beluga-kaviaar waarmee Herold een bruinig, soort abstract-expressionistisch schilderij vervaardigde. (De geur is helaas verdwenen.) Ze sluiten hiermee aan bij de anti-kunsttraditie in de 20ste eeuw, van Dada tot Fluxus. Met zwarte spraypaint zette Schütte sjablonen van bouwkundige en planologische elementen op knalgeel doek, zeventien graffiti-schilderijen in totaal: een toren met kantelen, een bunker, een huisje met puntdak, een flatgebouw, een verkeersplein enzovoort. Metzel creëerde een collage rondom het woord `Langeweile' (verveling), en Pitz verwerkt ondermeer straatlampen en oude houten meubels tot nostalgische objecten.

Alle zes wijzen het idee dat een kunstenaar algemene uitspraken over de wereld of over de kunst zou moeten doenen, af. Hierin zijn ze niet consequent, want ze doen dergelijke uitspraken wel in negatieve zin, als ontkenning van de mogelijkheid van betekenis. Op een reliëf van Herold spellen bakstenen het woord `VOID'. Met zijn kunst wil hij Das Nichts als Bild von Allem laten zien. Kunst is zijns inziens niets anders dan Die ewige Wiederkehr des Neuen. Honert, die een spreeuw van beschilderd polyester, een kopie in reliëf van een illustratie uit een vogelhandboek, exposeert, stelt zich ten doel om `de authenticiteit van beelden van de werkelijkheid te relativeren'. En Metzel meent dat `de mooiste plekken kapotgemaakt moeten worden' opdat de kunst zich verder kan ontwikkelen: `Mein Stichwort ist Subversion'. Zijn bekraste en opzettelijk beschadigde afdrukken in gietklei van een drietal reliëfs van Lorenzo Ghiberti's beroemde bronzen deuren van het Baptisterium in Florence getuigen op een tamelijk platte en kinderachtige manier van deze methode.

Besef van leegte, van afwezigheid van betekenis en subversiviteit lopen zodoende als een rode draad door de expositie. Natuurlijk kan alles tot uitgangspunt voor kunst dienen. Maar er is hier maar één kunstenaar bij wie deze attitude ook goede kunst oplevert: Reinhard Mucha.

Mucha slaagt erin om leegte en ontkenning om te zetten in raadselachtige, echt visuele beelden. De paradox is dat deze beelden veel meer zijn dan een illustratie van het niets, ze ontstijgen door hun indringende aanwezigheid aan betekenisloosheid. Erfurt (1996) is een soort wandkast gemaakt van hout, aluminium, glas en staal, van binnen bekleed met vilt. In eerste instantie oogt deze ondiepe vitrine als een ready made, totdat je ziet hoe streng, precies en handmatig het ding in elkaar is gezet. Het is een industrieel object dat zijn functie verloren heeft, dat niet langer de informatie verschaft die het ons eigenlijk had moeten verschaffen.

Wat rest is een helder en tegelijkertijd mysterieus beeld. Dezelfde industriële beeldtaal hanteerde Mucha in het werk The Wirtschafstwunder (1991), dat hij maakte voor een expositie in Amerika en opdroeg aan de inwoners van Pittsburgh. Prachtige zwartwit foto's uit een catalogus uit de jaren vijftig, gevonden in de kelder van zijn atelier in Düsseldorf, voor onderdelen van stoommachines, bevestigde hij achter cirkelvormig glas, als een lange reeks patrijspoorten. Ook hier is het de precisie van de vormgeving, en de toevoeging van enkele oneigenlijke knalblauwe strepen, die het werk een grote concentratie en aanwezigheid verlenen. Het werk van Mucha is van een vreemde schoonheid. Hopelijk keert deze eigenzinnige kunstenaar weer terug in het tentoonstellingscircuit.

`Stad-land-rivier', tentoonstelling van Duitse beeldhouwers in De Zonnehof, Zonnehof 8, Amersfoort. T/m 6 mei. Di-vrij 11-17 uur, za en zo 12-17 uur. Inl. (033) 4633034