Afvalrace

We zijn het goed zat als deelnemers aan Big Diet. Glansrijk hebben we de eerste drie weken doorstaan. Nog steeds zijn we met zijn elven op het Limburgse kasteeltje verwikkeld in een afmattende, publieke afvalrace met als beloning voor de succesvolste afslanker het verloren gewicht in goud. Samen zijn we al bijna honderd kilo kwijtgeraakt. Je zou wat respect verwachten, maar hoon is ons deel. Zo zouden we geen wilskracht hebben, zien we er onsmakelijk uit in onze badjassen en snurken we te hard. Ja, de vrouwen zwichten wel eens voor een enkel frietje of een glaasje warme chocolademelk met een toefje slagroom, maar ook in hun badjassen zijn het stuk voor stuk aantrekkelijke Rubenstypes en ze snurken nauwelijks.

Onder geestig bedoelde koppen als `Gigabuik' en `Big Brother Light' worden zogenaamd leuke stukjes over ons geschreven. Er circuleren verhalen waar niets van waar is. Over hoe we ons ongans hebben gegeten en gedronken en met volle magen en blazen op de weegschaal stonden om bij de eerste weging maar zo zwaar mogelijk te zijn. Over machinaties en charme-offensieven om in een goed blaadje te komen bij de kijkers, die de laatste keuze hebben. Over stiekem vrijen op de wc.

Klopt, iedereen had zich tevoren vol gegeten, maar dat deden we altijd al. Eigenlijk is alleen Eric de hele dag bezig met zijn populariteit bij de kijkers. Beroepsdeformatie, want hij is radiopresentator en daarom ook buiten de kasteelmuren altijd gespitst op de omvang van zijn publiek. Zijn `kijkdikheid' zeggen we, want we zijn niet vies van een woordspeling. En voor seks mag bij Big Brother de wc de enige onbespiede locatie zijn, hier is er een onoverkomelijke discrepantie tussen onze volumes en de grootte van het kleinste kamertje.

Ik wil wel even kwijt dat we ons behoorlijk kwaad maken over het gepsychologiseer in de media over onze motieven en zielenroerselen. Wij hoeven helemaal niet zonodig op de tv te komen. Als je zonodig op de tv wil komen zijn er wel andere mogelijkheden, dan ga je bijvoorbeeld bij een treinstaking 's ochtends om half zeven op CS in Utrecht staan en doe je of je van niets weet. Dan kom je gegarandeerd in alle journaals. Dat is de gemakkelijke weg, wij moeten ervoor afzien.

Ook zijn wij het er niet mee eens dat dikke mensen gezellig moeten zijn, omdat ze anders sociaal niet worden geaccepteerd. Het ligt anders, gezellige mensen worden gewoon wat sneller dik. Ik kan het weten, want ik was al gezellig toen ik nog geen grammetje te veel woog. En mijn broer die nog broodmagerder was, is nu nog veel dikker en was altijd al nog veel gezelliger dan ik.

De kritiek op ons taalgebruik komt ons ook de strot uit. Mag een mens geen fatsoenlijk `doeg' meer zeggen? En iedereen gebruikt toch te pas en te onpas de voorvoegsels `giga', `mega' en `max'? Als het ergens op zijn plaats is, dan hier wel, gezien de afmetingen van de aanwezige buiken, billen en bovenbenen.

En verder is het zo dat dikke mensen altijd wat hebben om over te praten, hetzelfde waar mensen die aan de lijn doen het voortdurend over hebben. Dus gaat het gesprek dag en nacht over eten. Als we tenminste nog een woord kunnen uitbrengen tussen het fitnessen, aerobiccen, droogfietsen en alle andere lichamelijke inspanningen door. Dan moeten jullie niet gaan klagen dat de uitzendingen zo saai zijn. Die zijn net zo geestdodend als ons dagelijks bestaan hier. Het is zoiets als de nachttelevisie waarin aan de lopende band fitnessapparaten aan de man worden gebracht.

We gaan helemaal over de rooie als ze zeggen dat we een slechte conditie hebben. Voor dikke mensen hebben we juist een hele goede conditie. En eigenlijk zijn we helemaal niet dik. We hebben alleen moeite onszelf te accepteren zoals we zijn omdat anderen ons niet accepteren zoals we zijn en daarom willen we anders zijn.

Wel blijven we heel gevoelig, in onze grote lijven zitten kleine hartjes. De meeste kilo's verliezen we door de tranen die we plengen. Dat komt omdat we onszelf moeilijk kunnen uiten en daarom zijn we zo dik. Want als je jezelf niet kunt uiten dan moet je wel eten. Dat heet eetuiten. Niet te verwarren met uiteten, dat doen we ook graag. En dat we niet consistent kunnen redeneren is vuige roddelpraat.