`Waarheids- commissie' in Joegoslavië

Servië richt een waarheidscommissie op om de opeenvolgende oorlogen in voormalig Joegoslavië te onderzoeken. De commissie is een initiatief van president Vojislav Koštunica.

Ze moet licht werpen op de verantwoordelijkheid voor de oorlogen in ex-Joegoslavië, aldus advocaat Gradimir Nalic tegen het Franse persbureau AFP. Nalic is een mensenrechtenadvocaat die zich op aandringen van president Koštunica met de commissie bezighoudt. De commissie wil onder meer weten wie verantwoordelijk is voor de oorlogen in Slovenië (1991), Kroatië (1991-1995), Bosnië (1992-1995) en Kosovo (1998-1999). Ze zal werken naar voorbeeld van de Zuid-Afrikaanse waarheidscommissie, die na het einde van de apartheid werd ingesteld.

De commissie bestaat uit negentien leden: juristen, historici, psychologen en journalisten, mede- èn tegenstanders van het regime-Miloševic. Ze zal ook de rol van de internationale gemeenschap onderzoeken. Nalic vindt het moeilijk te rijmen dat Slobodan Miloševic aan het eind van zijn heerschappij de `slager van de Balkan' wordt genoemd en is aangeklaagd wegens oorlogsmisdaden in Kosovo, maar dat hij wel het Akkoord van Dayton mocht ondertekenen. Dat vredesakkoord bracht in 1995 een eind aan de oorlog in Bosnië.

Dit weekeinde vonden opnieuw demonstraties plaats voor de centrale gevangenis in Belgrado, verblijfplaats van Slobodan Miloševic. Circa drieduizend aanhangers eisten zijn vrijlating en beschimpten de NAVO. Het protest, dat vreedzaam verliep, was slechts een schim van de vroegere pro-Miloševic-demonstraties. Toen kwamen tienduizenden mensen hun leider toejuichen, vaak aangevoerd met bussen vanuit het hele land.