Stijlvol lijden om te winnen

Een wielrenner als Roger De Vlaeminck ziet men niet meer in het peloton. Zo stijlvol en gedreven, zo handig en behendig, zo ijdel en mooi – en o zo succesvol. Hij kon lijden als geen ander, zonder ook maar iets van zijn schoonheid te verliezen. Wanneer hij na één van zijn lijdenswegen won, was hij op zijn mooist. Dan trok hij zelfs vrouwen aan die doorgaans liever hun verstandelijk dan zinnelijk talent aanspreken.

En winnen deed De Vlaeminck heel veel, in de jaren zeventig, hoewel in de schaduw van de grote Merckx. Dertien klassiekers won hij: viermaal Parijs-Roubaix (viermaal tweede ook), driemaal Milaan-Sanremo, tweemaal de Ronde van Lombardije, éénmaal Luik-Bastenaken-Luik, éénmaal de Ronde van Vlaanderen en zesmaal op rij de etappekoers Tirreno-Adriatico. Niet alleen liefhebbers raakten in vervoering wanneer De Vlaeminck demarreerde in de afdaling van de Poggio op weg naar de zege in Sanremo, wanneer hij in de Ronde van Vlaanderen de Koppenberg en de Muur van Geraardsbergen bestormde of wanneer hij op de kasseien van Parijs naar Roubaix de strijd aanging met die andere stilist Francesco Moser – en dan won.

De manier waarop hij over zijn stuur hing, de haakse elleboogstand, de evenwijdige houding van zijn ranke bovenlijf met de bovenste fietsstang, maakte van deze wielrenner een esthetisch genot. Of hij nu won of verloor, De Vlaeminck was altijd spraakzaam. Altijd was De Vlaeminck aanspreekbaar en zei hij dingen over de koers die men niet wist. Hij wilde aandacht. Misschien was dat de reden waarom hij leed in stijl.

Eind jaren zeventig ging ik bij Monsieur Paris-Roubaix op audiëntie in zijn zomerverblijf aan de Belgische kust. Het werd een gedenkwaardige ontmoeting in de avondzon. Midden in zijn betoog werden we gestoord door zijn vrouw die op de radio had vernomen dat Joop Zoetemelk was betrapt op doping. De Vlaeminck antwoordde grommend dat het een schande was dat juist `arme Joop' was betrapt. Die ambtenaren doen maar wat, weten zij veel wat wielrenners moeten doorstaan. Buitenstaanders begrijpen niet wat wielrenners er voor moeten doen. Het was ook mijn schuld, `van u', de journalist, de schuld van de dommen. Zijn vrouw kon hem nog net weerhouden dat hij mij van het erf stuurde.

Roger was geen kwade man, hij was temperamentvol en daarom zo hartveroverend. Het gesprek bleef wild, tot laat in de avond. Le gitan werd hij genoemd, de zigeuner. Ik begreep het, ik begreep hém. Hij vertelde me in de avondschemering, toen zijn dochtertje nog op vaders racefiets wankelend langs het terras peddelde, over de toenemende angst om te vallen, de tanende gedrevenheid om te winnen en het blijvend verlangen de mooiste en de beste te zijn. Hij wilde herinnerd worden als `de schoonste aller wielrenners'. Want: ,,Vrouwen willen mannen zoals ik, mannen die sterk zijn, mannen die durven te lijden en mannen die winnen.'' Marleen, toen nog zijn vrouw, hoorde het aan – en gaf mij een knipoog.

De ontmoeting tussen de wielerfilosoof en de wielerjournalist vond plaats aan de vooravond van het WK in 1979. De Vlaeminck wilde eindelijk eens wereldkampioen worden, na al zijn overwinningen in klassiekers en zijn glorieuze koersen in Italië, waar hij un campione bellissimo was. Wereldkampioen is de schoonste man van Eeklo nooit geworden. Sportmensen als hij, een ijdele man die sans gêne zegt waarom hij zo leeft als hij leeft, ken ik niet meer. Als ik hem (nu 53 – en nog altijd mooi) zie, met naast zich een mooie vrouw, voel ik warmte. Want wie het verschijnsel De Vlaeminck heeft gezien, prijst zich gelukkig.