`Snel klaarheid opvolging ECB'

Er moet komend jaar al duidelijkheid zijn over de persoon die president Duisenberg van de Europese Centrale Bank zal opvolgen. In kringen van centrale bankiers en regeringen van Europese lidstaten wordt daar op aangedrongen. Dit schrijft de Britse krant Financial Times vandaag. De krant beroept zich op anonieme bronnen.

Over de termijn van Duisenberg bestaat nog steeds grote onduidelijkheid. Hij werd drie jaar geleden benoemd voor een termijn van acht jaar, zeer tegen de zin van Frankrijk.

Duisenberg heeft altijd ontkend destijds te hebben toegezegd tussentijds af te treden, maar heeft wel laten doorschemeren dat hij zijn volledige termijn wellicht niet vol maakt. Wel zou hij in ieder geval aanblijven tot de invoering van de euromunten en -biljetten is voltooid. Begin volgend jaar is het zover.

Hoewel Frankrijk formeel geen recht heeft op de opvolging van Duisenberg, wordt aangenomen dat het land die wel zal leveren. De Franse vice-president van de ECB, Philippe Noyer, werd drie jaar geleden aangesteld voor een termijn van vier jaar. Zijn termijn loopt volgend jaar juni af.

De president van de Banque de France, Jean-Claude Trichet, stond te boek als de Franse kandidaat voor de opvolging van Duisenberg. Complicatie is dat er op dit moment een onderzoek loopt naar onregelmatigheden bij de Franse bank Crédit Lyonnais begin jaren negentig. Dat onderzoek richt zich mede op de rol van Trichet, die destijds de hoogste ambtenaar was op het Franse ministerie van Financiën.

In kringen van centrale bankiers werd er vanmorgen vanuit gegaan dat Frankrijk moet nadenken over een andere kandidaat dan Trichet. De termijn van Noyer is niet verlengbaar. Volgens de Financial Times circuleert nu de naam van de huidige president van de Oost-Europabank (EBRD), de Fransman Jean Lemierre, indien Trichet geen kandidaat zou kunnen zijn.

Lemierre zei nog op 27 maart van dit jaar in een vraaggesprek met de Italiaanse krant La Repubblica dat er wel degelijk tussen Duitsland en Frankrijk is overeengekomen dat Duisenberg halverwege 2002 opstapt. Hij beriep zich op zijn directe betrokkenheid bij de onderhandelingen destijds. Zowel Duisenberg zelf als de Nederlandse en de Duitse regering hebben die lezing altijd bestreden.