Geweigerde visa geven handenvol werk

Wie in den vreemde geen Nederlands visum krijgt, kan vrij gemakkelijk protesteren. Buitenlandse Zaken is daar niet blij mee.

Als gevolg van liberale regels die alleen in Nederland worden gehanteerd, heeft de afwijzing van een eenvoudige visumaanvraag door Nederlandse consulaten in het buitenland veel voeten in de aarde. Consulaire medewerkers zien zich genoopt om soms honderden kilometers per Landrover over erbarmelijke wegen af te leggen naar afgelegen dorpen in landen als India of Nigeria. Daar speuren ze op krakkemikkige gemeentehuisjes, in schooltjes of bij lokale priesters naar documenten en mensen die de beweringen van de aanvrager van een visum kunnen staven. De bewijslast bij het weigeren van een visum ligt namelijk niet bij de aanvrager maar bij de Nederlandse overheid.

Terwijl bij de consulaten van de meeste andere landen de kous af is met een afwijzing van zo'n visumverzoek, staat het op grond van de Nederlandse Algemene wet bestuursrecht iedere aanvrager vrij bezwaar aan te tekenen. Sterker nog: de consulaten worden geacht de aanvragers nadrukkelijk op deze mogelijkheid te wijzen. De wet is er immers op gericht niet alleen Nederlanders maar ook buitenlanders te beschermen tegen willekeur van de kant van de overheid.

,,Andere landen kennen vaak wel een of andere vorm van rechtsbescherming voor de burger'', zegt een hoge ambtenaar voor consulaire zaken op het ministerie van Buitenlandse Zaken. ,,Maar wij zijn wel volstrekt uniek in onze bezwaarschriftenprocedure.''

Het is onder de talrijke mensen in ontwikkelingslanden die azen op een visum voor een Europees land, niet onopgemerkt gebleven dat de deur in Nederland iets verder op een kier staat dan bij andere Schengen-landen.

Zo'n 5.300 keer per jaar wordt bezwaar aangetekend tegen het afwijzen van een visumaanvraag of een verblijfsvergunning. Voorts zijn er elk jaar zo'n 1.400 bezwaarschriften tegen een weigering van Nederlandse kant om bepaalde documenten, zoals een geboorte-akte of de opgave van een banksaldo, te legaliseren. Op het totaal van de circa 430.000 visa die jaarlijks worden afgegeven door Nederlandse consulaten, lijkt dit niet veel, maar de behandeling van elk bezwaarschrift is zeer tijdrovend.

Vorig jaar is er in verband met de aanzwellende stroom bezwaarschriften op het ministerie van Buitenlandse Zaken een speciale dienst opgezet, de afdeling Bezwaar en Beroep Consulaire Zaken. Deze telt 28 medewerkers, merendeels juristen, die er een dagtaak aan hebben alle bezwaarschriften te beoordelen tegen afgewezen visumaanvragen of niet-gelegaliseerde documenten. Daarnaast is er met ingang van deze maand ook nog een 17 leden tellende adviescommissie van externe deskundigen aan het werk gegaan, die moet helpen bij de beoordeling van de bezwaarschriften.

Ook als de Nederlandse autoriteiten een visumaanvraag andermaal afwijzen, is het verhaal nog niet ten einde. Wie ontevreden is, kan dan nog altijd beroep aantekenen bij de Nederlandse bestuursrechter. Daarvoor kan men, zij het op eigen kosten, een Nederlandse advocaat in de arm nemen.

Vaker dan Buitenlandse Zaken lief is, wordt het departement in tweede instantie in het ongelijk gesteld. Dat komt in de meeste gevallen doordat het ministerie er niet in is geslaagd zijn onderzoekingen naar de echtheid van documenten tijdig af te sluiten. Volgens de wet moet iemand binnen vier weken na afwijzing van zijn verzoek bezwaren kenbaar maken, waarna de overheid acht weken heeft om met een nieuw oordeel te komen. Vaak wordt die termijn in de praktijk niet gehaald en mogen de geweigerde aanvragers toch het land in.

Een enkele keer probeert een aanvrager zijn zin te krijgen met vervalste documenten. In sommige landen kun je tegen betaling zonder moeite valse bankafschriften krijgen. Soms vallen de aanvragers daarbij snel door de mand, maar het is vaak lastig om het te bewijzen. ,,Het is soms erg frustrerend voor onze mensen'', bevestigt de hoge ambtenaar in Den Haag. ,,Ze weten bijna zeker dat iemand hen bedondert, maar ze kunnen het niet bewijzen.''

Buitenlandse Zaken maakt er geen geheim van niet erg ingenomen te zijn met de gang van zaken. Enig soelaas biedt de erkenning van de rechter dat het ministerie het recht heeft aanvragen uit vijf landen – India, Pakistan, Ghana, Nigeria en de Dominicaanse Republiek – met de nodige scepsis te behandelen. Als het aan de Tweede Kamer ligt zal deze lijst nog worden uitgebreid. Nog meer speling komt er voor de consulaten, als naar verwachting in de loop van volgend jaar twee nieuwe wetten van kracht worden: een nieuwe visumwet en een nieuwe wet op de legalisatie. Die zullen de termijnen oprekken waarbinnen de overheid moet reageren op bezwaren en zal de bewijslast voor de echtheid van documenten sterker bij de aanvrager leggen. Tot die tijd zullen de consulaten moeten roeien met de riemen die ze hebben.

    • Floris van Straaten