Geest afwezige Krajicek waart rond

Ondanks zijn absentie leefde Richard Krajicek hartstochtelijk mee met het Nederlandse tennisteam.

De regisseur van de spelersopstand tegen de afgezette Davis-Cuptain Michiel Schapers nam zelf vanwege een chronische blessure aan zijn elleboog niet deel aan de triomftocht van het Nederlandse tennisteam in het landentoernooi. Maar op de achtergrond was Richard Krajicek ook tijdens het duel met Duitsland nadrukkelijk aanwezig. Via de telefoon en door het versturen van sms-berichten hield de revaliderende kopman contact met captain Tjerk Bogtstra en de spelers, die hem in september weer liefdevol in de armen hopen te sluiten voor de confrontatie met Frankrijk in de halve finales.

Krajicek had twee jaar geleden veel krediet verspeeld bij zijn teamgenoten door zijn belofte te breken en alsnog af te zeggen voor de uitwedstrijd tegen Ecuador. Zonder de Wimbledon-kampioen (1996) handhaafde Nederland zich in de wereldgroep, waarna Krajicek beterschap beloofde. Vorig jaar reisde hij ondanks een blessure af naar Oezbekistan, waar het Davis-Cupteam wederom zijn positie in de elite van het landentennis veilig stelde. Daar ontstond het idee van een revolte tegen Schapers, die een gebrekkige communicatie met de spelers werd verweten. Door zich in de moeizame onderhandelingen met het bestuur van de KNLTB op te werpen als de architect van een nieuwe toekomst werd Krajicek ook door zijn collega's weer als het boegbeeld van het Nederlandse tennis geprezen.

Met de telefoon in zijn hand volgde Krajicek thuis voor de televisie de partijen van zijn landgenoten. ,,Hij gaf me zelfs enkele tactische tips voor de partij van Siemerink tegen Kiefer'', vertelde coach Bogtstra. ,,Ik heb Krajicek dagelijks gesproken, hij leefde enorm met ons mee. Dat illustreerde zijn betrokkenheid. Op hun beurt zijn de spelers niet vergeten dat Richard zijn nek heeft uitgestoken door de huidige situatie rond het Davis-Cupteam te helpen realiseren.'' Toch is het is een ironische gedachte dat het Nederlandse tennis zonder Krajicek een primeur beleefde onder leiding van een captain, die zonder de onvoorwaardelijke steun van zijn beoogde kopman nooit was aangesteld.

Tekenend voor de harmonie in de Nederlandse ploeg waren de steunbetuigingen van de spelers aan het adres van de tennisser wiens herstel na een operatie aan de elleboog tenminste vier maanden in beslag neemt. Dat is wel eens anders geweest. Vier jaar geleden reageerden Haarhuis en Eltingh na de wonderlijke ontsnapping tegen Roemenië nog bitter op de suggestie dat een fitte Krajicek onmisbaar zou zijn voor het duel in de kwartfinales tegen Amerika. Nu stelde Raemon Sluiter dat hij zonder problemen plaats zou maken voor de nummer 1 van Nederland mits hij bijtijds is hersteld voor de ontmoeting met Frankrijk.

Ook captain Bogtstra hoopt op een voorspoedige revalidatie van Krajicek. ,,Maar het wordt opnieuw een race tegen de klok'' beseft hij. ,,Richard heeft zijn terugkeer op de tennisbaan gepland in augustus, een maand voor de Davis Cup. Dan zal hij toch zeker de US Open moeten spelen om weer wat wedstrijdritme op te doen. Maar ik zou wel gek zijn om hem te passeren voor het duel met Frankrijk. Geen enkele Nederlandse tennisser is op een indoorbaan beter dan een Krajicek in topvorm. Maar ook Richard zal een onderdeel van het team moeten zijn. Wij drijven niet op één of twee topspelers, bij ons iedereen belangrijk. Dat is juist de kracht van deze ploeg.''

Net als in de eerste wedstrijd tegen titelhouder Spanje straalde het Nederlandse team ook in het duel met Angstgegner Duitsland een zelden vertoonde onverzettelijkheid uit. De spelers bleken bovendien inwisselbaar. Schalken en Sluiter namen tegen de Spaanse vedetten Ferrero en Moya met verve de honneurs waar voor Krajicek. Toen Schalken zich tegen Duitsland vanwege een pijnlijke linkervoet alleen beschikbaar stelde voor het dubbelspel, werden Kiefer en Prinosil in het enkelspel door Siemerink en Sluiter op de pijnbank gelegd. ,,Ik had het tegen Kiefer zeker niet beter gedaan dan Siemerink'', sprak Schalken, bewonderend. ,,Maar iedereen heeft een blindelings vertrouwen in elkaar.''

Zo leunde Schalken zaterdag op het virtuoze spelinzicht van zijn ervaren partner Paul Haarhuis, het brein van het Nederlandse dubbel. Met een ace op matchpoint voltooide Schalken het kunststuk tegen een fletse Duitse ploeg, die in eigen land stevig onder vuur werd genomen. ,,Het Nederlandse team droeg de euforie van de zege op Spanje nog met zich mee'', constateerde de Duitse teamchef Carl-Uwe Steeb, die veel heeft uit te leggen aan zijn superieuren.

Door de kapitale zege op Duitsland werd de carrière van Haarhuis met tenminste vijf maanden verlengd. De 35-jarige Brabander met 51 titels in het dubbelspel op zijn naam – waaronder alle grandslams en twee wereldtitels – grapte dat hij alleen een afspraak met de tandarts in zijn agenda had staan. Zijn programma zal flink worden uitgebreid nu hij als specialist in het dubbelspel nog niet kan worden gemist. ,,Vorig jaar wilde ik eigenlijk stoppen'', prevelde Haarhuis. ,,Mijn teamgenoten droegen me voor als de nieuwe Davis-Cupcaptain. Maar ze hadden liever dat ik nog een jaar zou spelen. Daarom is het geweldig dat we nu eindelijk de halve finales van de Davis Cup hebben bereikt, want een topprestatie in het landentoernooi ontbreekt nog op mijn palmares.''

Met een kwinkslag suggereerde Haarhuis dat Bogtstra wellicht ook volgend jaar nog niet voor hem plaats hoeft te maken. ,,Als we de Davis Cup winnen, keer ik in 2002 opnieuw terug als speler om mijn titel te verdedigen.'' Bondsvoorzitter Rijpma heeft zich al gemeld bij Bogtstra om zijn expertise te benutten, want de 34-jarige teamcaptain waarschuwde dat Nederland zich niet moet blindstaren op de successen van het Davis-Cupteam. ,,Buiten het landentoernooi om hebben onze spelers nog weinig gepresteerd en ook de doorstroming van jong talent laat te wensen over'', constateerde Bogtstra. ,,Het voornaamste probleem is dat de bond te weinig geld heeft voor een adequate begeleiding van jeugdspelers. We zullen meer in teamverband moeten werken om de stagnatie te doorbreken.''

    • Robèrt Misset