Geen enkele president is nog veilig

Niet alleen Jorge Zorreguieta is buiten zijn land aangeklaagd. Staatshoofden overkomt dit ook steeds vaker. Ze moeten beseffen dat ze niet ongestraft hun gang kunnen gaan, vinden organisaties voor rechten van de mens.

Noem het een modeverschijnsel. Voormalige staatshoofden, legerofficieren of ministers die worden aangeklaagd omdat ze het tijdens hun bewind niet zo nauw namen met de rechten van de mens. Tien jaar geleden was het ondenkbaar dat naar iemand als Rafsanjani, de voormalig president van Iran, een onderzoek zou worden ingesteld. Nu zijn zelfs zittende staatshoofden niet meer veilig. Zo bleek vorig jaar, met president Paul Kagame van Rwanda.Pinochet betekende een kentering. Ineens bleek een oud-regeringsleider niet zomaar aanspraak te kunnen maken op immuniteit. Ondanks zijn positie, zo besliste het hoogste Britse rechtscollege eind 1998, kon de oud-president van Chili weldegelijk verantwoordelijk worden gesteld voor schending van de rechten van de mens - hij ontkwam alleen omdat volgens artsen zijn gezondheid berechting niet toestond. Het oordeel was een doorbraak voor het internationale strafrecht.

Er waren weliswaar de strafhoven voor Rwanda en voormalig Joegoslavië. Maar zij hebben een specifieke bevoegdheid. Pas in de zaak-Pinochet werd duidelijk hoezeer het internationale strafrecht mondialiseert. Een Spaanse rechter was naar een Brits hof gestapt met het verzoek om uitlevering van een voormalig Chileens staatshoofd. Organisaties voor de rechten van de mens over de hele wereld stroopten de mouwen op. ,,Niet alleen gaan steeds meer mensen proberen een zaak vervolgd te krijgen, ook openbaar ministeries zijn sneller bereid tot rechtsvervolging over te gaan'', zegt Lars van Troost van Amnesty International. ,,Veel mensen zijn wakker geworden.''

Vooral in Frankrijk en België trekken activisten voor de rechten van de mens ten strijde tegen (ex-)kopstukken. Een belangrijk wapen daarbij is de internationale conventie tegen foltering uit 1984. Op basis daarvan diende de Franse federatie van liga's voor de rechten van de mens (FIDH) in 1999 een aanklacht in tegen de Mauretaanse legerofficier Ely Ould Dha. Die was op dat moment in Montpellier op uitnodiging van het Franse leger en werd prompt gearresteerd. Mauretanië was not amused. Het zette alle Franse militairen het land uit en stelde opnieuw een visumverplichting in voor Franse burgers.

De FIDH school ook achter de aanklacht tegen wijlen Laurent Kabila, de vorige president van Congo. Dat plaatste de Franse president Chirac in een lastig parket, want Kabila zou net op bezoek komen, en geen president die het in zijn hoofd haalt een gast te arresteren. Tegen de voormalige rechterhand van Kabila,de Congolese minister van Buitenlandse Zaken Yerodia Abdoulaye Ndombasi, is nu ook een aanhoudingsbevel in België uitgevaardigd. Congo werd daarop zo boos dat het op zijn beurt België heeft aangeklaagd omdat België zich niet aan internationale afspraken zou houden.

Dat is een van de risico's. Diplomatiek geharrewar. Een aanklacht tegen een zittende regeringsleider kan vervelende consequenties hebben voor een ,,ordentelijke internationale samenleving'', zegt hoogleraar Volkenrecht Terry Gill. ,,Hoe wil je zakendoen als de president van Noord-Korea op bezoek komt en de marechaussee houdt hem aan op het vliegveld? In diplomatiek opzicht moet je reëel zijn. Dat is ook een belangrijke reden achter het beginsel van immuniteit. Ik vind dat je daarom terughoudend moet zijn met het aanklagen van zittende staatshoofden.''

Organisaties voor de rechten van de mens zien dat anders. Voor hen hebben aanklachten, ongeacht de afloop, ook een symbolische functie. Een aanklacht tegen Fidel Castro, die het doelwit is geweest van een Franse advocaat, is vooral een politiek statement. Datzelfde geldt voor de aanklacht tegen Chandrika Kumaratunga, president van Sri Lanka, die vorige maand op bezoek in Nederland door een Amsterdamse advocaat werd aangeklaagd namens twee Sri-Lankese vluchtelingen. ,,Staatshoofden zien op die manier dat ze ooit verantwoording moeten afleggen voor hun daden'', vindt Emmanuelle du Verger van FIDH. ,,We hopen dat er een preventieve werking vanuit gaat.''

Toch is het ongewenst dat ,,iedereen elkaar met aanklachten om de oren gaat slaan'', zegt Du Verger. Een rechtszaak kan als reclame werken. ,,Soms zie je dat genocide te pas en te onpas van stal wordt gehaald. Dan kan het gebeuren dat vluchtelingen uit de Centraal-Afrikaanse Republiek willen dat de president van Mali voor genocide wordt aangeklaagd omdat bij een studentenprotest twee betogers zijn doodgeschoten.''

De Nederlandse regering werd in verlegenheid gebracht door de aanklacht die de Nederlandse oud-ambassadeur bij de UNESCO, Mourik, tegen Jorge Zorreguieta indiende. Maar tot dusver zijn voornamelijk leiders van kleine landen aangeklaagd. Het is niet zo moeilijk om de president van Suriname voor het gerecht te dagen, maar je bedenkt je twee keer voordat je de Israëlische premier Sharon aanpakt.

Toch gaan nu zelfs in de VS stemmen op om oud-minister Henry Kissinger aan te houden wegens misdaden tegen de menselijkheid. Volgens de journalist Christopher Hitchens moet Kissinger zo snel mogelijk worden aangeklaagd ,,om niet de suggestie te wekken dat vervolgingen wegens oorlogsmisdaden alleen losers gelden, secundaire despoten in relatief verwaarloosbare landen''.