`Fifties' herleven bij Janssen, Hoogendijk

Hollywood, dat staat toch voor glad en sentimenteel vermaak?

Dat componist Guus Janssen zijn nieuwe sextet naar die roemruchte plaats heeft genoemd, heeft te maken met het feit dat veel musici die in de jaren vijftig hun brood verdienden in de filmindustrie daarnaast actief waren in de zogenaamde `west coast jazz'. Het begrip dekte weliswaar verschillende zaken, maar enkele kenmerken waren algemeen: een voorkeur voor een onnadrukkelijke beat en een licht, doorzichtig geluid. Met behulp van uitgewerkte arrangementen werd geprobeerd alle instrumenten tot in de finesses te laten klinken. Dus ook de stiefkinderen van de jazz in het algemeen en de bebop in het bijzonder: klarinet, hoorn, cello en hobo.

Jazzfans van huis uit vonden het vaak gezocht en pretentieus. Maar voor luisteraars die waren opgevoed met klassieke muziek vormde de welluidende west coast jazz de ideale overstap naar de luidere `hardcore' van bijvoorbeeld Blakey en Coltrane.

Voor het Hollywood Sextet van Guus Janssen geldt hetzelfde. Het publiek lijkt op dat van de Kleine Zaal van het Concertgebouw en kijkt er absoluut niet van op dat drie blazers: fagot, hoorn en klarinet, druk zitten te lezen. Ook door de cd-opname kwam het gezelschap nogal stijfjes over. Toch gebeuren er opmerkelijke dingen. Zo speelt Peter van Bergen in Vrij naar M.M. een solo op klarinet die met het `antwoord' van Guus Janssen dat er op volgt doet denken aan een van de vreemdste platen ooit gemaakt: die van Pee Wee Russell met Thelonious Monk.

Pas halverwege het concert vallen de dingen echt op hun plaats met fraaie blazersharmonieën in Memory Protect en Havank, en overtuigende solopartijen van hoornist Vincent Chancey en fagottist Michael Rabonowitz.

Ook het kwintet Bye Ya!, dat vrijdag in het BIMhuis optrad, refereerde aan de jaren vijftig, maar dan aan een heel ander genre: de latin jazz uit New York City. De frontman van dit nieuwe kwintet, trompettist Jarmo Hoogendijk, imiteert niet de stijl van Dizzy Gillespie, de bekendste pleitbezorger van die stijl, maar wel diens enorme gretigheid. Een trompet kan huilen, schreeuwen, janken en lachen en Hoogendijk heeft genoeg talent en het juiste temperament om het allemaal te laten horen.

De rest van de band, met pianist Randal Corsen als organisator, speelt al even enthousiast. Waardoor in het ene up-tempo na het andere het publiek effectief wordt opgepept, net als op de debuut-cd op het label A-Record die zojuist van de pers is gerold. Omdat deze band ook langzaam kan spelen, zoals blijkt in de standard You go to my Head zou het kunnen overwegen om zich, net als Guus Janssen, te wagen aan wat meer experiment. Een onverwachte stilte of een vreemde dissonant; een band die zijn zaken zo goed beheerst kan zonder vrees voor onthoofding zijn nek uitsteken.

Concerten: Bye Ya!; Guus Janssen Hollywood Sextet. Gehoord: 6, 7/4 BIMhuis, Amsterdam.

    • Frans van Leeuwen