Een onbekend gezicht

Waarom realisme zo vervelend is, kon je goed zien aan die rare Jezuskop die in opdracht van de BBC was vervaardigd door een forensisch reconstructie-expert. Wat een lelijk, dooiig stukje werk, opgetuigd met pretenties van waarheidsgetrouwheid of waarschijnlijkheid. Wat was er zo waarschijnlijk aan? Alleen maar dat het een ander gezicht was dan de gezichten die tot nu toe door kunstenaars bedacht en uitgebeeld waren – al lijken die ook niet bepaald sprekend op elkaar. En iedereen vermoedde al wel dat de `historische Jezus', op zichzelf al een wat omstreden personage, er zo niet uitgezien zou hebben, zo etherisch en vaak blond. Al bestaan er ook al lang zwarte Jezussen.

Eerst maar eens die waarheidspretentie. Ik ben op het ogenblik de brieven aan het lezen die de Franse filosoof Diderot schreef aan zijn geliefde Sophie Volland. Geweldige brieven, die je ongelooflijk verlangend maken naar dat 18de-eeuwse gezelschap waarin Diderot zich bewoog. Wat een geest en een vrijheid heersten daar, als je Diderots brieven mag geloven. Ook raakt men erg benieuwd naar Sophie Volland, de vrouw die dergelijke brieven ontving. Er bestaat geen portret van haar, anders dan het beeld dat oprijst uit Diderots brieven.

Maar dan komt de BBC. Die laat een archeoloog een gemiddelde 18de-eeuwse vrouwenschedel uitkiezen. Met de hulp van de computer maakt een forensisch reconstructie-expert de vorm van het gezicht. Om wat meer te weten te komen over opmaak en haardracht bekijkt men een paar twintigste-eeuwse schilderijen die 18de-eeuwse taferelen afbeelden en om een redelijke gok van de gelaatskleur te kunnen doen, bestudeert men het weer in het 18de-eeuwse Frankrijk. De plompe vrouwenkop die zo ontstaat, noemt men `Sophie Volland'. `Dichterbij Sophie zullen we nooit komen' wordt er verklaard. `Zeer interessant' wordt er wetenschappelijk geknikt.

Wat is er zo interessant aan? Het slaat op niets. Het inzetten van een computer en een schedelgeleerde, het schermen met het woord `wetenschappelijk', dat levert nog niet iets interessants op, laat staan een persoonlijk portret. Elk a-historisch maar mooi (en daarmee bedoel ik niet `geruststellend' of `lieflijk') schilderij waarop een kunstenaar zijn of haar Jezus- of Sophie-beeld heeft uitgedrukt, is honderd keer interessanter. Dat is tenminste een visie. Dit is alleen maar quasi-wetenschappelijke fantasie. Een gemiddelde schedel. Portretten van drie eeuwen later. ,,Het is de meest waarheidsgetrouwe benadering die we op grond van de huidige wetenschap van het uiterlijk van Jezus kunnen maken'', beweert de producent van de BBC-serie. Ja. En ook de minst waarheidsgetrouwe, dat valt in dit geval volkomen samen. Maar zeker de meest zielloze.

In zijn essay over het tweede gebod, `Idolen', dacht Frans Kellendonk na over wat de mogelijke zin zou kunnen zijn van het verbod op afbeeldingen. Hij schrijft daarin onder meer: ,,Mijn bezwaar tegen het realisme is hetzelfde bezwaar als de joden hadden tegen iconische afbeeldingen: de pretentie als zouden we weten waar we het over hebben kleineert het mysterie.'' En voor de duidelijkheid: hij bedoelt niet `het geloofsmysterie' maar het mysterie dat de werkelijkheid is, waarvan wij maar weinig kennen en waarover we het bovendien zelden eens zijn. Een afbeelding als deze Jezuskop doet net alsof we ergens bij terecht zouden kunnen komen, bij `de werkelijkheid'. Zelfs al zou er een portret bestaan van Jezus gemaakt door een tijdgenoot wat wisten we dan nog helemaal? Is Cleopatra de vage afbeelding van een in onze ogen nogal lelijke vrouw die op muntstukken staat, of is zij de legendarische en bijkans mythische koningin die de geschiedenis en de verhalen, de verzinsels en de kunst van haar gemaakt hebben? Zegt een `waarheidsgetrouw' portret meer over haar dan de neiging tot uitvergroting die haar leven en daden opwekten bij de lateren? Een beeld is de werkelijkheid niet en de werkelijkheid zullen we nooit kennen.

Geen portret is trouwens ooit `waarheidsgetrouw' zoals we weten. Iedereen ziet met de ogen van zijn tijd, en artistieke eisen en technisch (on)vermogen oefenen ook hun invloed uit. Elk portret is een interpretatie. Het is beter om veel interpretaties te hebben dan één wassenbeelderige kop.

Het is maar een geluk voor het christendom dat het gezicht van Jezus een onbekend gezicht is en altijd zal blijven. In zijn schitterende gedicht `Christus aan het kruis' gaat ook Jorge Luis Borges terug naar Christus zoals hij was vóór de mythen en de latere dogma's, daar onwetend van zelfs: ,,Het is hem niet gegeven de theologie te zien,/ de onoplosbare Drie-eenheid, de gnostici,/ (-)/ de Inquisitie, het bloed van de martelaren,/ de gruwelijke Kruistochten, Jeanne d'Arc,/ het Vaticaan dat legers zegent.'' In dit gedicht is Christus een stervende man aan een kruis, geen god maar een mens, met een eigen gezicht. ,,Het gezicht lijkt niet op dat van de beeltenissen./ Het is ruw en joods. Ik zie het niet maar zal/ het blijven zoeken tot de laatste dag/ van mijn schreden op aarde.'' Het zal niet gevonden worden. Maar elke gedicht, elk goed schilderij is onderdeel van het grote onoverzienbare portret van iemand die net als wij allemaal onkenbaar is – en die bovendien een mythe is, een onbestaanbare godmens waarvan het portret nooit groot en tegenstrijdig genoeg kan zijn.

    • Marjoleine de Vos