Een nier voor een Volkswagen

In het verpauperde Moldavië verkopen mensen een van hun nieren voor 3.000 dollar. Soms niet geheel vrijwillig.

In maart 1999 reed Leonid Plasento (20) twee mooie weken lang met zijn tweedehands Volkswagen Golf over de stoffige wegen van Minjir. Die auto had hem een nier gekost. Voor 3.000 dollar was die weggehaald in een tot kliniek omgebouwde textielfabriek in Istanbul. ,,Mijn nier zit nu in een Italiaans meisje'', zegt Leonid. ,,Ze zag er heel ziek uit.''

Nu heeft Leonid één nier en geen auto, want die was hij al snel kwijt. Van de drieduizend dollar die de Turken hem gaven, rest slechts zijn zwarte trainingspak, inmiddels dof en stoffig. Leonid is één van de veertien jongelui uit Minjir die in 1999 een nier verkochten. De meesten werden geopereerd in Istanbul, enkelen in een kinderkliniek in Tbilisi, Georgië. Alleen, Leonid raakte zijn nier niet vrijwillig kwijt.

Drieduizend dollar is een fortuin in Minjir. Één dollar staat al gelijk aan dagen hard werken op het land van de zieltogende kolchoze. In dit dorp van lemen huisjes met daken van stro komt het water uit de put en poept men in de tuin. Langs de pokdalige asfaltweg in het dal wonen de beter gesitueerden. Zij hebben golfplaten op het dak en versieren hun gevels met metalen wijnrankmotieven. Daar in het dal ligt ook de verlaten dorpsschool, de kliniek met slechts één arts, de dorpswinkel die alleen wodka, koekjes en frisdrank verkoopt, want de rest komt uit eigen tuin.

Hoger op de heuvel is het een en al stof en vliegen, pluimvee en vuile kinderen. Een auto wekt verbazing. ,,Masina, masina! (Auto, auto!)'', roepen ze opgewonden. Leonid Plasento woont in een piepklein, vaalblauw huisje. Zijn broodmagere vader zit tijdens het gesprek voortdurend te huilen en probeert ons de handen te kussen. Hij vernoemde zijn zoon naar de vroegere partijchef van Moldavië, Leonid Brezjnev. Geluk heeft dat niet gebracht.

Leonid dacht twee jaar geleden werk te vinden. Een man uit de hoofdstad Chisinau kwam naar het dorp. Hij kon mensen gebruiken om kleren in te pakken in Istanbul, zei hij. In Chisinau werden de papieren geregeld en kreeg Leonid een paspoort. ,,In Istanbul zeiden twee Turken ons dat er geen werk was'', zegt Leonid. ,,Ze wilden mijn nier hebben. Ik zei: ho, ho, ik ben hier om te werken, zoals jullie beloofden. Toen dreigden zij een beetje: als je Moldavië wilt terugzien, moet je meewerken. Ze zeiden: een gezonde jongen kan best een nier missen.''

Hij onderging twee weken lang medische tests. Daarna kwam het meisje voor zijn nier. Twee dagen na de operatie kon Leonid uit bed, een week later stond hij op straat met 3.000 dollar. ,,Van het geld heb ik kleren gekocht en een Volkswagen Golf'', zegt Leonid.

Een auto is een heel bezit in Minjir. Te goed voor zo'n jongen, besloten de lokale bazen. ,,Ze leenden mijn auto steeds, dan moest ik naar hun huis om hem terug te halen. Later zei mijn oom uit Koteci dat hij op mijn auto zou passen, maar nu weet hij niet meer waar hij is. Hij heeft hem gewoon gestolen.''

De orgaanhandel is een schimmige wereld. Jaarlijks sterven in het Westen duizenden patiënten omdat ze te lang op de wachtlijst voor transplantatie staan. Een nier kan 20.000 dollar opbrengen. De voormalige Sovjet-Unie is een groeimarkt. In Tallinn, Estland, was er in 1998 een schandaal rond Israëliërs die in een kliniek arriveerden met hun artsen én Moldavische en Oekraïense donors die `louter uit menslievende overwegingen' een nier afstonden. Na zes operaties grepen de autoriteiten in.

De handel in Moldavië is omvangrijker. Honderd gevallen heeft de regering nu vastgelegd. Hoeveel het er werkelijk zijn is onduidelijk. De meeste donors van Minjir werden in 1999 door Nina Scobiola overgehaald om een nier af te staan. Deze gewezen prostituee ronselde jarenlang Moldavische meisjes voor Turkse bordelen. In 1996 verkocht ze zes weesjes aan kinderloze Europese echtparen. Twee jaar later hadden haar Turkse vrienden kennelijk de contacten gelegd om zich op de orgaanhandel te storten. In het straatarme Moldavië was het goed oogsten. Donors werden in afgelegen dorpen gerecruteerd, Scobiola's familie zorgde voor het papierwerk.

Nadat de zaak in de openbaarheid kwam, verdwenen Nina Scobiola en haar familie. Ze worden gezocht door Interpol en moeten in Moldavië terechtstaan voor het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Maar wetten zijn er eigenlijk niet tegen haar handel; aanvankelijk werd Scobiola slechts beschuldigd van belastingontduiking. Alle donors van Minjir zeggen contracten te hebben getekend waarin staat dat ze hun nier vrijwillig hebben afgestaan. En de vraag is of de Moldavische orgaanhandel meer dan een moreel kwaad is. In de Westerse wereld is het routine dat familieleden of vrienden nieren afstaan aan hun naasten. Ook daarbij is niet altijd uitgesloten dat financiële motieven een rol spelen. Het medische risico wordt acceptabel geacht. Wat dan rest is de ethische kwestie: mag je een nier afstaan tegen betaling?

Nina Ungurianu (26) ziet geen enkel bezwaar. Met haar broer Georgi maakte zij in Minjir nog altijd reclame voor nierdonatie. Trots toont Nina de vruchten van haar operatie. Een keurig gestuukt huis met luxe dakpannen en een gevelrand van ingelegd metaal, glimmend als een spiegel. Binnen staan nieuwe stoelen en een bank. Dat neemt niemand haar af. Mensen uit andere dorpen komen soms naar het huis kijken en vragen haar waar zij hun nier kunnen verkopen.

Nina: ,,Als ik niet naar Istanbul was gegaan, had u hier een stal gezien met stro op het dak. Ik heb vier kinderen, ik wil dat ze goed opgroeien. Met mijn man heb ik lang gepraat over het afstaan van een nier. Eerst wilde hij niet, daarna wel. Hoe hard hij ook op het land werkt, ze betalen hem bijna niets. God moet maar over mij oordelen.'' Wat haar dwarszit, is dat ze er niet méér aan verdiende. ,,Ze zeggen dat mijn nier wel 15.000 dollar waard was.''

,,Mooi verhaal hè'', sneert inspecteur Valeru Gali¸t in Chisinau. ,,Uw leuke verhaal is onze tragedie.'' Gali¸t wil kort zijn over de orgaanbende. Hij is op de zaak gezet, maar de zaak is doodgelopen. De familie Scobiola is verdwenen, de Turken ook. Op geruchten dat zijn superieuren zijn omgekocht en de zaak hebben gesaboteerd, wil Gali¸t niet ingaan. Misschien verkopen ze in andere dorpen nog steeds nieren, wie zal het zeggen? Gali¸t: ,,Onze baby's worden verkocht aan Westerse ouders, onze meisjes werken in uw bordelen, onze jongens verkopen hun nieren. Dat is de vrije markt. Wij zijn vleeswaar.''

    • Coen van Zwol