De macht achter het kalf

Waar vallen de grote klappen van de mond- en klauwzeercrisis? In Kootwijkerbroek stonden actievoerders rond een kalvermesterij. Maar de vrije boer is de macht over het kalf al jaren kwijt. Twee concerns beheersen het Nederlandse kalf én zijn boer. `Die zitten nu onder de lawine.'

Ze huilen, de veeboeren die dezer dagen op het televisiescherm verschijnen nu hun dieren dood moeten. Maar de omvangrijkste financiële klappen van de mond- en klauwzeercrisis vallen elders: aan de bureaus van twee hypermoderne concerns. Ze heten Van Drie Group en Alpuro Group. Zij verkopen `het product kalfsvlees'. Ze organiseerden de afgelopen tien jaar hun sector op een manier die volgens minister Brinkhorst van Landbouw hét voorbeeld is voor de gehele veehouderij van de toekomst. Zij kwamen de Dierenbescherming tegemoet, zij werden `transparant', zij onderwierpen hun gehele productieproces aan strenge kwaliteitscontroles.

Van alle 1,4 miljoen kalveren die vorig jaar in Nederland werden geslacht, is negentig procent eigendom van deze concerns. En bijna de helft van al die vleeskalveren, en van de verwerkende bedrijven, bevindt zich in Gelderland, met name op de Veluwe, nu in het brandpunt van de mond- en klauwzeercrisis.

De Van Drie Group een conglomeraat van kalverhouderijen, kalvermelkproducenten, slachterijen, huidverwerkers en de stichting promotie kalfsvlees beheerst zestig procent van de markt. Alpuro, een bedrijf met een gesloten structuur waarin alles onder eigen verantwoording geschiedt, is goed voor dertig procent. Van al het kalfsvlees uit Nederland gaat negentig procent naar het buitenland (zie kader).

Hebben Alpuro en Van Drie dus de macht? Nee, vinden ze zelf. Die is aan de consument. Bij Alpuro zeggen ze het zo: ,,Stel dat de klant zegt: `ik wil dat elke dag een kalf even wordt geaaid'. Dan doen wij dat.' De consument moet dat wel willen betalen. Alpuro is ,,geen filantropische instelling'.

Om te weten hoe ver de invloed van de concerns inmiddels reikt, en om te weten of ze daar het welzijn van dieren kunnen veranderen, moet je eerst weten hoe een kalf een stukje kalfsoester wordt. Het is een wereld van de nuka's, de veka's en het poeder. Van rosé en wit. De wereld waarin het kistkalf `individueel gehuisveste starter' is gaan heten.

Nuka staat voor `nuchter kalf'. Zo heet een kalfje van nog geen twee weken. De term stamt uit de tijd dat onbruikbare kalveren van melkveehouders, de stiertjes, meteen naar de slacht gingen. Geen druppel moedermelk kregen ze, dat kostte alleen maar geld. Al het kalfsvlees was van nuchtere kalveren.

Tot medio jaren '50 ging het zo. Toen werd de poedermelk uitgevonden. Het kalf kon nu worden opgefokt: meer vlees aan het dier, een betere opbrengst op de slachtbank. Overal bouwden boeren kleine hokjes om een paar kalveren te mesten met de poedermelk. Als het nuchtere kalf veertien dagen oud was, ging hij `starter' heten; op weg naar de titel veka; jargon voor `vetkalf'.

Een vetkalf is er inmiddels in twee soorten: witvlees-kalveren en rosé-kalveren. Witvleeskalveren krijgen alleen poedermelk, aangevuld met ruwvoer of maïs, zodat het vlees onnatuurlijk blank blijft, zoals met name Italianen en Fransen het graag zien. Sinds tien jaar is rosé in opkomst. Rosé-kalfjes krijgen ook krachtvoer, zodat het vlees roze wordt. Van de 1,4 miljoen kalveren die jaarlijks geslacht worden, zijn er 150.000 rosé.

De begintijd van de kalverhouderij was moeizaam, vertelt Bert Loseman, deskundige in kalveren op het expertisecentrum van het ministerie van Landbouw. ,,Het was een onbeschermde markt, met in de periferie veel wonderdokters met groeihormonen.' In de jaren '60 werden de eerste hormoonschandalen bekend. Italië, waar de kalfsvleeseters bij uitstek wonen, sloot de grenzen voor kalfsvlees uit Nederland. ,,De beginnende kalverhouder kwam in een onmogelijke positie', zegt Loseman. Kunstmelkfabrikanten als Alpuro konden het zich niet veroorloven door hormoonschandalen afzetmarkt te verliezen, doordat de kleine boeren failliet gingen. Zij besloten het financiële risico van de boeren over te nemen, en sloten daartoe hun eerste contracten voor vaste prijzen met kalverhouders en slachterijen.

Die eerste contracten zijn inmiddels uitgegroeid tot grote, verticaal gestructureerde organisaties. ,,Van land tot klant', zegt Marc van der Lee, woordvoerder van de Alpuro Group. En tot voorbij de slachterij gaat het zo door. Net als Van Drie haalt de oorspronkelijke melkfabrikant Alpuro (Als Pure Room) nu overtollige nuchtere kalveren op, die zijn geboren bij melkveehouders. Beide importeren ook het grootste deel van de in totaal 550.000 nuchtere kalveren die nog uit het buitenland komen.

Waarom er zoveel kalveren uit het buitenland komen? Dat is een kwestie van een ,,overschot aan productiecapaciteit', zegt het ministerie van Landbouw. Toen de melkquota in de jaren '80 werden ingevoerd, nam het aantal koeien bij de melkveehouders af. En dus het aantal kalfjes. De kalverindustrie heeft sindsdien `productieplaatsen' over in de stallen, een teveel aan kunstmelk én een overschot aan capaciteit in de kalverslachterijen. Kalfjes uit het buitenland vullen dat gat.

Beide concerns verdelen alle opgekochte kalveren en hun melkpoeder onder de kalverhouders, die deze `starters' `afmesten' tot ze een half jaar oud zijn. Beide concerns leveren ook de bedrijfsbegeleiders die de boeren voorrekenen hoe ze hun voer moeten uitbalanceren voor de perfecte groei.

Beide concerns halen de kalveren na een half jaar op, tegen een tevoren per contract vastgestelde prijs, brengen het naar hun eigen slachterijen en verkopen het vlees daarna in het buitenland. Bij Alpuro zijn bijna alle kalveren in bezit van het bedrijf, bij Van Drie driekwart.

De twee integraties hebben geavanceerde informatiesystemen waardoor de afnemer precies kan nagaan waar het vlees vandaan komt. Via de computer is informatie beschikbaar over de kalverhouder, voedsel en medicijngebruik, slachterij en verwerking.

,,Zij stellen alle eisen', zegt kalverhouder Bennie Ottink. ,,Welk type kalf je krijgt. Welk gewicht het precies moet krijgen. De kleur van het vlees, welk melkpoeder je krijgt. Zij bepalen al het doen en laten van je kalf. En heb je eens een koppel waarmee het niet echt lukt, dan krijg je commentaar: je stal voldoet niet aan de eisen, of je isolatie is niet in orde. Enzovoort.'

Ottink, die in Groenlo 1.400 kalveren houdt, heeft het een paar jaar gedaan, op contract werken. ,,Ik had mijn stal net voor veel geld verbouwd, en durfde het risico van de verkoopprijs op de vrije markt een paar jaar niet aan.' Maar zodra hij financieel weer boven jan was, is hij weer `vrije mester' geworden, zoals dat heet. ,,Ik ben liever zelfstandig, dat zit in je bloed.'

Van de hele Nederlandse kalfsstapel is nu nog maar tien procent in handen van vrije mesters als Ottink. ,,Maar ja, wat is nog onafhankelijk?', zegt hij. ,,Ik heb ook afspraken met de integraties. Ik verkoop mijn kalveren aan hun slachterijen. Want er zíjn helemaal geen onafhankelijke slachterijen meer.'

Hetzelfde geldt voor de ,,meest onafhankelijke' beroepsgroep in de vleessector, de veehandelaren, zegt Bert Sloot, die vanuit De Blesse, bij Wolvega, 35.000 kalveren per jaar verhandelt. ,,De afmesters hebben contracten, de handelaren zijn vrij. Maar ik verkoop tweederde van mijn kalveren hoe dan ook aan de Van Drie Group.' Een kwestie van vertrouwen en zekerheid over prijzen, zegt hij. Van stabiliteit.

Maar rond de kerst was de prijs voor een kilo wit kalfsvlees nog zo'n tien gulden, zegt vrije mester Ottink. ,,Toen is de prijs door de BSE in nog geen drie weken gedaald, naar zes gulden voor een kilo. Er was al helemaal geen ruimte meer om de klap van mond- en klauwzeer op te vangen.' Veehandelaar Sloot: ,,Als deze crisis nog langer dan vier weken duurt, kun je de sector opknopen. Ik zit onder een straal, maar bedrijven als Van Drie zitten onder de lawine.'

,,Wij krijgen de zwaarste klappen', erkent Henny Swinkels, directielid bij Van Drie. Zijn bedrijf, maar ook Alpuro, huurt de arbeid en de gebouwen van de kalverhouder. De kalveren en het voer komen voor rekening van de concerns. Wanneer een stal wordt geruimd en er drie maanden geen dieren in mogen staan, ontvangt de kalverhouder een `leegstandsvergoeding'. Ons succes is de beheersing van de hele keten, zegt Swinkels. De keerzij is dat productie van voeder, slachterijen, en vleesverweking nu stilstaan. De MKZ-crisis komt op een slecht moment. ,,De Paasdagen zijn voor ons hoogtijdagen, Italianen en Fransen eten dan veel kalfsvlees.'

Hoe groot de schade wordt, hangt af van de financiële compensaties van Den Haag en Brussel. Eén schadepost is al bekend, de landen buiten Europa. Die haken af, want ze willen alleen maar vlees uit landen waar geen mond- en klauwzeer heerst.

Alpuro en de Van Drie Group proberen om het hardst te overtuigen dat er hard wordt gewerkt aan het welzijn van kalfjes. Swinkels van Van Drie: ,,Negentig procent van onze kalveren op de meer dan duizend fokbedrijven zijn in groepen gehuisvest. Bij Alpuro is dat twintig procent.' Van der Lee (Alpuro): ,,Onzin, het is 35 procent.'

Als de consument erom vraagt, verzint Alpuro een concept. Met Peter's Farm (vernoemd naar Alpuro's oprichter Peter Boeve) wil het bedrijf ,,het kalfsvlees uit de anonimiteit halen', vertelt Marc van der Lee. Dus kan de consument in het concept Peter's Farm voortaan zelf een kijkje in de stal nemen. Via een webcam worden om de tien minuten foto's van een stal in Everdingen op het internet gezet. `Beleef zelf hoeveel ruimte en rust er is op een Peter's Farm', nodigt de internet-tekst uit. `De kalveren op een Peter's Farm hebben de mogelijkheid om zelf te kiezen wanneer en hoeveel ze willen eten en of ze willen lopen, staan, liggen, spelen of slapen.'

Ze leven er in groepen van veertig tot tachtig kalveren. Melk en meergranenvoer wordt per kalf door een computer verstrekt. Een chip in het kalfsoortje registreert alles.

Van de 550 kalverhouders die een contract hebben gesloten met Alpuro werken er nu ruim veertig volgens het Peter's Farm houderijsysteem. Maar Peter's Farm is meer dan een concept, het is een vraaggestuurd concept, zegt Marc van der Lee. Vinden de klanten de webcam-beelden prettig om te zien? Willen meer klanten kalfsvlees dat ook zo fijn is geproduceerd, in gezellige stallen waar fopspenen voor de zuigbehoefte van jonge kalfjes hangen, en skippy-ballen om mee te spelen? Dan zorgt Alpuro dat meer traditionele fokkerijen overstappen op het Peter's Farm-concept. ,,De wens van de klant is onze leidraad', zegt Van der Lee.

Het systeem is ,,welzijnsvriendelijker' dan ,,individuele en groepshuisvesting', concludeerden de ethologen Paul Koene en Eddy Bokkers van de Landbouw Universiteit Wageningen twee jaar geleden in een onderzoek. ,,De kalveren tonen relatief veel sociaal gedrag en kennen minder gedragsproblemen.' Ja, bevestigt Bokkers, zijn onderzoek werd gefinancierd door Alpuro.

,,Alpuro domineert niet alleen de productie van kalfsvlees, maar van wetenschappelijke rapporten', zegt Sjoerd van der Wouw, beleidsmedewerker van de actiegroep voor dierenwelzijn Wakker Dier. Hij stelt vast dat witvleeskalveren ,,zieke beesten' zijn. Door het voer wordt het ijzergehalte laag gehouden en lijden de beesten permanent aan bloedarmoede. ,,Dát geeft het roomkleurige vlees'. Bij Alpuro noemt Marc van der Lee dat ,,onzin'. ,,We houden ons aan de wettelijke voorschriften.'

Zelfs de Dierenbescherming, die jarenlang tegen kistkalveren protesteerde, is nu redelijk nu te spreken over de sector. Vijf jaar geleden is een convenant gesloten: in 2004 zijn alle kistkalveren verboden en moeten alle kalfjes in groepen staan. Dat is nu al zo bij 65 procent.

Fijne gesprekken waren dat met de Dierenbescherming, zegt Peter van Rhee. Hij was toen onderhandelaar als voorzitter van de Vakgroep Kalverhouderij van de land- en tuinbouworganisatie LTO. ,,Wij hebben toen gezegd: `Wij gaan tot groepshuisvesting over als júllie ophouden de kalverhouderij in een negatief daglicht te stellen.' En ik moet zeggen dat ze zich daar uitstekend aan hebben gehouden.'

Gerectificeerd

Kalfsvlees

In het artikel De macht achter het kalf (in de krant van maandag 9 april, pagina 2) staat dat de productie van kalfsvlees in Nederland 209,9 ton bedraagt. Dit moet zijn 209.900 ton. De Nederlandse consumptie is 20.500 ton.

    • Margriet Oostveen
    • Cees Banning