Bloemendaal karikatuur van hockeykampioen

Dankzij de vierde nederlaag op rij is titelverdediger Bloemendaal zo goed als zeker uitgeschakeld voor de play-offs van de Neder- landse hockeycompetitie. ,,Een kwalijke vorm van zelfoverschatting.''

Gezellig is het allang niet meer in het clubhuis van de trotse familievereniging uit Bloemendaal. Gisteren vormde geen uitzondering op die regel, hoezeer sommige drinkebroeders ook hun best deden de grafstemming te verjagen. Maar de realiteit is dat de club die de afgelopen twee jaar de toon zette in de Nederlandse hockeycompetitie, dit seizoen in geen velden of wegen meer lijkt op de veelgeprezen kampioensformatie.

Door de 3-2 nederlaag, gisteren tegen Den Bosch, is de titelverdediger zo goed als zeker uitgeschakeld in de race om de landstitel. Met nog vijf duels op het programma is de achterstand op HCKZ, de huidige nummer vier op de ranglijst, opgelopen tot zeven punten. ,,Het is niet langer realistisch te veronderstellen dat wij alsnog de play-offs binnenwandelen'', besefte coach Bert Bunnik na de vierde nederlaag op rij.

Praatsessie op praatsessie belegde Bloemendaal de afgelopen weken om het tij te keren. Het mocht niet baten. ,,Dinsdag bowlen, woensdag karten en donderdag vissen'' stelde international Remco van Wijk vorige week daarom voor na het ontluisterende verlies (2-1) tegen Amsterdam. Het werd paintballen. Reuze gezellig was het vrijdagavond, maar het gewenste effect bleef twee dagen later uit.

Illustratief voor de onmacht was de ongecontroleerde woede-uitbarsting van Erik Jazet, die op slag van rust een opstootje veroorzaakte door Willem Gassner omver te kegelen. Gevolg was een gele kaart voor beiden, waar Den Bosch na de pauze dankbaar van profiteerde. Bij absentie van Jazet, het rustpunt in de Bloemendaal-defensie, mocht Den Bosch tot twee keer toe oprukken in de richting van doelman André Morees. Beide keren was het raak.

Groot was na afloop de vreugde bij Den Bosch, nadat de elf eerdere ontmoetingen alle verloren gingen. Ditmaal had de ploeg van trainer-coach Toon Siepman, vorig seizoen verliezend finalist in de tweestrijd met Bloemendaal, weinig te duchten van het elftal waar sterspeler Teun de Nooijer een steeds moedelozer indruk maakt. ,,In plaats van elkaar in het spel te betrekken, ging iedereen op de solotoer'', mopperde Bunnik.

In de resterende vijf competitieduels mag Bloemendaal zich opwarmen voor wat als de troostprijs van het seizoen kan worden beschouwd: het Europa Cup I-toernooi op eigen terrein. Twee keer eerder was de club van de Bovelanders gastheer van het belangrijkste Europese clubtoernooi en evenzovele keren ging de ploeg in de finale ten onder tegen een Duitse tegenstander.

Dat scenario dreigt zich te herhalen, afgaande op het kleurloze optreden van gisteren. Bunnik, bezig aan zijn derde en laatste seizoen, weigert het hoofd in de schoot te werpen, ook al bespeurt hij ,,een kwalijke vorm van zelfoverschatting'' in zijn selectie. Met als gevolg dat ,,het dubbeltje dit seizoen telkens de verkeerde kant opvalt''.

Als excuus voor de beschamende zesde plaats op de ranglijst de slechtste klassering sinds het seizoen 1979-'80 voerde Bunnik ook gisteren weer de waslijst aan blessures die zijn selectie dit seizoen parten speelt. Verder kan de coach niet nalaten te wijzen op de `post-olympische depressie' waarmee de vier internationals (De Nooijer, Van Wijk, Jazet en Van Weel) uit Sydney terugkeerden. Al lijkt dat argument meer op een motie van wantrouwen aan het adres van de niet-internationals.

Voorzitter Joost van Aalst bleef buiten schot, maar ook hij zal deze week berouwvol in de spiegel kijken. Omdat het bestuur in de zomer categorisch weigerde opening van zaken te geven over de vergoedingen aan de vier internationals, kwam de rest van de spelersgroep in opstand tegen de vermeende voorkeursbehandeling. Pas na een knieval van Van Aalst ging de storm liggen. Toen was het kwaad al gescheidt: een intern verdeelde selectie en, erger nog, een dramatische start van de competitie, met slechts vier punten uit vijf duels.

Niet dat Bunnik zijn spelers alle schuld in de schoenen wil schuiven voor het onthutsende competitieverloop, maar: ,,Het is duidelijk dat de invloed van de professionalisering schromelijk onderschat wordt. Een contract gaat uit van rechten en plichten. Nu wordt het de spelers makkelijk gemaakt, terwijl de tegenprestatie veelal uitblijft. Eigen verantwoordelijkheid hoort ook bij tophockey.''

Zelf gaat Bunnik ook niet vrijuit. ,,Ik ben er niet in geslaagd om deze groep resultaatgericht hockey bij te brengen. Dat neem ik mezelf kwalijk.'' Om daar op cynische toon aan toe te voegen dat ,,de technische vaardigheid van sommige jongens blijkbaar zo groot is dat ze niets meer accepteren''.

Daarmee was niets teveel gezegd. Bunnik kreeg gisteren de volle laag van Rutger Wiese, die zich niet wenst(e) neer te leggen bij zijn rol als bankzitter. Vloekend en tierend nam hij plaats in de dug-out, na een fletse invalbeurt. ,,Kutcoach!'', kreeg de trainer ten overstaan van het publiek naar zijn hoofd geslingerd.

Bunnik haalde na afloop demonstratief de schouders op toen het puberale gedrag van zijn spits ter sprake kwam. Berustend: ,,Als ik de pispaal moet zijn, dan moet dat maar.'' Zijn krappe selectie staat het niet toe, maar het kan niet anders of Bunnik zou Wiese het liefst naar Siberië verbannen.

    • Mark Hoogstad