België als de rijkswachter van de wereld

België heeft de ruimste wet voor de rechten van de mens ter wereld. Dat plaatst justitie voor lastige dilemma's. `Maar dat betekent niet dat onze wet verkeerd is.'

,,Mensen die oorlogsmisdaden hebben gepleegd, mogen niet aan het gerecht ontsnappen.'' De Belgische onderzoeksrechter Damien Vandermeersch mag een engelachtige uitstraling hebben – blonde krullen, kort getrimd baardje, zalvende glimlach – maar de stoet (ex-)presidenten en andere hoogwaardigheidsbekleders die de laatste jaren via de Brusselse rechtbank is aangeklaagd wegens genocide, misdaden tegen de mensheid, foltering of oorlogsmisdaden behandelt hij zonder onderscheid des persoons.

Pinochet, Kabila, Rafsanjani, om er maar een paar te noemen: vrijwel al deze dossiers belandden op zijn bureau. In april is Vandermeersch eerste getuige in een proces tegen vier Rwandezen; het eerste echte proces in België. Vorige week werd er wéér een klacht ingediend: tegen de voormalige president van Tsjaad, Hissène Habré. België heeft de ruimste wet voor de rechten van de mens ter wereld: iedereen, ongeacht nationaliteit of verblijfplaats, kan iemand aanklagen.

Sommige andere landen hebben zulke wetten ook, maar meer beperkt. ,,Er zijn mensen'', erkent Vandermeersch, ,,die zeggen dat België als de rijkswachter van de wereld begint op te treden. Dat ís ook onhoudbaar. Maar het betekent niet dat onze wet verkeerd is. Het probleem ligt bij andere landen, die blijven zeggen: wij zijn niet bevoegd om oorlogsmisdadigers te berechten. Dat is politiek gemakkelijker, zeker als die misdadigers aan de macht zijn. Maar als België hetzelfde zegt, kunnen bepaalde feiten nérgens vervolgd worden.''

Over zijn dossiers doet hij geen uitspraken. Over de dilemma's die de wet met zich meebrengt, wil hij graag praten. Vandermeersch (43) noemt zijn werk ,,de spiegel van morgen''. Insiders noemen hem bevlogen, vechtlustig (hij overleefde een kwaadaardige kanker toen hij 24 was) en een workaholic.

Met zijn werk drijft Vandermeersch de diplomatie soms in het nauw. Zo vaardigde hij vorig jaar een arrestatiebevel uit tegen de Congolese minister Yerodia, die de bevolking zou hebben opgehitst tot genocide. Dat bemoeilijkte de bemiddelingspogingen van de Belgische minister van Buitenlandse Zaken, Louis Michel, in de oorlog in Congo: een van Michels gesprekspartners was Yerodia. Ook kreeg Michel problemen met Iran toen Vandermeersch de klacht tegen de voormalige president Rafsanjani onderzocht. Internationale jurisdictie, kortom, op gespannen voet met nationale soevereiniteit.

,,Ik ben me bewust van de gevolgen voor de buitenlandse politiek'', zegt hij. ,,Maar het is niet het probleem van het gerecht. Het gerecht is onafhankelijk. De minister kan niet tegen de rechter zeggen: u mag iets niet onderzoeken. De rechtbank zal de minister inlichten als Belgische onderdanen in een bepaald land gevaar lopen door een gerechtelijk bevel. Maar de minister mag niet meebeslissen.''

Een Congolese organisatie diende vorig jaar een klacht in tegen de presidenten van Rwanda en Oeganda. Daar bleek president Kabila, intussen vermoord, achter te zitten. Loopt u niet het risico om gebruikt te worden in andermans oorlogen?

Vandermeersch: ,,Dat is zeker een bezwaar. Maar als het Permanente Internationale Strafhof er eenmaal is, in Den Haag, hoeven de zaken niet meer via België te lopen. Veel landen talmen echter met de ratificatie van het Verdrag van Rome (internationaal verdrag uit 1998 dat oproept tot oprichting van zo'n tribunaal, red.). In afwachting van de oprichting van dit Hof is het beter dat één land iets doet, met alle problemen van dien, dan dat helemaal niemand iets doet.''

Wordt het Tribunaal straks niet óók politiek misbruikt, als mensen met bloed aan hun handen anderen met bloed aan de handen aanklagen?

,,U bedoelt, het kan een politiek spel worden? Je kunt het ook anders zien. Stel, het gaat om een misdaad tegen de mensheid op grote schaal. De feiten zijn duidelijk. Moet vervolging dan afhankelijk worden van politieke overwegingen? Voor mij tellen de feiten, ongeacht wie de klager is.''

U draait de redenering om.

,,Nee, u stelt een vraag van opportuniteit. De kern is: de feiten bestaan. En het is de taak van een rechter om ze te onderzoeken. Je moet rekening houden met de slachtoffers. Die mensen zijn dood, hè. Laten we ze zitten, of ondernemen we iets? Dat kan niet met één wet in één land, maar je moet ergens beginnen.''

Wordt er ooit iemand uitgeleverd?

,,Ook uitlevering is een probleem van de uitvoerende macht. Van politici. Als zij niet meewerken, kan ik niets doen. De Bosnisch-Servische leider Karadzic werd nooit gepakt, terwijl het arrestatiebevel er lág. Zeker als de betrokkenen nog aan de macht zijn, is dit probleem levensgroot. Maar moet je met uitleveringsaanvragen wachten tot dictators buitenspel staan, of tot ze 90 jaar zijn? Dan zegt men: waarom zolang gewacht? Of: jullie pakken alleen de kleintjes.''

Nu hoor je: de Belgische wet is nobel, maar levert niets op.

,,Weet ik. Maar er gaat een gunstig precedent van uit. Wij hebben Pinochet niet uitgeleverd gekregen, Spanje ook niet. Maar onze inspanningen hebben ertoe geleid dat Pinochet nu in eigen land wordt berecht. Door al die buitenlandse druk is de Chileense wet verruimd. Als buitenlandse rechters internationale bevoegdheden krijgen, gaat een land toch eerder denken: laten we die man maar thuis berechten. Idealiter moet een rechter die woont op de plaats waar de feiten plaatsvonden, de zaak doen. Iemand met dezelfde nationaliteit als de dader en vaak ook de slachtoffers. Pas als die het niet doet, springen wij er op in.''

Hoeveel verwacht u van het Permanente Strafhof in de toekomst?

,,Als landen hun eigen mensen niet berechten, is het Hof de beste plaats om het te doen. Helaas weigeren de Verenigde Staten het Verdrag van Rome te ratificeren, en heeft Frankrijk een `opt out' geregeld. Het zint hun niet dat rechters straks bevoegd zijn om over hún onderdanen te oordelen. `Stel dat er een Amerikaan wordt vervolgd!' Alsof internationale wetgeving voor anderen moet gelden, niet voor henzelf.''