Bach klemt zijn vingers in Matinee

In de reeks `De Matinee van...' was het zaterdag de beurt aan Gilius van Bergeijk (1946) die graag stoeit met stijl en citaten, met live-elektronica, tape en ruimtelijke opstellingen. Als aanvullingen koos hij voor Stockhausen en Varèse, zijn illustere voorgangers, grootmeesters in het genre.

Bij de première van Stockhausens Mixtur uit 1964 haalde de componist herinneringen op aan de enkele dagen tevoren overleden Varèse, die hij betitelde als `mijn vaderlijke vriend'. Laat Varèse in Déserts voor orkest en tape de genoemde geluidsbronnen strikt gescheiden opereren, Stockhausen wilde in Mixtur (nu uitgevoerd in de versie voor kleiner ensemble) juist op elkaar inwerken.

Het orkestje is opgesplitst in vijf secties groepen met de gestreken en de getokkelde strijkinstrumenten als afzonderlijke groepen. Sinusgeneratoren en ringmodulatoren brengen de mixturklank aan waarbij een twintigtal momentvormen te onderscheiden zijn. Ze kunnen voor- dan wel achterwaarts gespeeld worden en enkele momenten zijn uitwisselbaar: een fraai Amerikaans schaakspel als resultaat van een bezoek van vijf maanden aan New York. Curieus is hoe in het deeltje Richtung een slaaplied en in het deeltje Spiegel de Marseillaise zijn verwerkt, nauwelijks herkenbaar door de elektronische transformatie.

Voor zijn muziek gaf Stockhausen eens het beeld van voedsel in de buik van God, getransformeerd tot licht en muziek. Maar een associatie met licht is hier minder aan de orde, het is eerder een roeren in een dikke pap vol lage opborrelingen van een groteske soort. Het boeiendst is hoe in het slot de pizzicati een glanzende kleurlaag meekrijgen. Meestal geldt: kort is kort maar in Mixtur ontstaan soorten van kort.

Opmerkelijk was het nieuwe stuk van Gilius van Bergeijk voor hoboïst Bart Schneemann, die het schitterend vertolkte, zoals alle uitvoeringen niets te wensen overlieten. Oorspronkelijk was de titel Tweeluik, maar uiteindelijk kreeg het vorm in acht delen als Rondos & Interludes. Lichtvoetig is zeker het stijlcitaat van Bach als een soort verkeerde barok. `Bach met zijn vingers tussen de deur' schrijft Van Bergeijk, maar het gaat allerminst van au in een muziek die juist heel luchtig is, hoog en helder en een beetje maf wat herinnert aan het Hoboconcert van Willem Breuker, even speels en laconiek in een zonnige wandelgang.

Het voert nergens heen en breekt steeds kortweg af als een grootmeester die zich van zijn zetel verheft: `Genoeg met die onzin, remise!' om zich vervolgens te gaan ontspannen in het stadspark. Maar het Rondo, dat gebruik maakt van de elektronica, is verre van vrijblijvend. Hier wordt het spel tot het einde toe gespeeld in een rotatie langs vier luidsprekers, steeds vlugger tot een omwentelingssnelheid ontstaat waarbij slechts één toon blijft hangen, zoiets als een goddelijke niesvlaag suizend in de ruimte tot op oceaansterkte, onwillekeurig klemde men zich stevig vast aan zijn zetel.

Concert: Radio Kamerorkest o.l.v. Peter Eötvös. Gehoord: 7/4 Concertgebouw, Amsterdam. Radio 4: 11/4 20.02 uur.

    • Ernst Vermeulen