Verboden toegang: mond- en klauwzeer

Voetpaden, bossen en parken zijn gesloten. Sportwedstrijden en kerkdiensten worden afgelast, openbaar vervoer gestaakt, bibliotheken gesloten. Alles om verspreiding van het virus te voorkomen. Premier Blair begon gisteren een pr-campagne om aan te tonen dat het Britse platteland `open for business' is. Ondanks mond-en-klauwzeer blijven toeristen welkom. Het is een idee: om te zien wat `onschuldig lam' betekent moet je met Pasen in Cumbria gaan kijken.

De epidemie

Een lage loods onder een lage lucht, roestige hekken in de modder, een paar gedeukte caravans en een tank voor vloeibare mest. Keep out, foot and mouth. Het weggetje naar de Burnside Farm in Heddon-on-the-Wall bij Newcastle is gebarricadeerd met rood-wit lint en fluorescerende waarschuwingsborden. De velden om de varkensboerderij, waar normaal koeien en schapen grazen, zijn leeg. Twee paarden, ongevoelig voor het virus dat dieren met gespleten hoeven treft, benadrukken de leegte.

Hier is eind februari de mond- en klauwzeerepidemie begonnen die nu met een kleine 1.100 gevallen en ruim een miljoen gedode dieren grote delen van noord- en zuidwest Engeland verlamt. Ronnie en Bobby Waugh zouden hun zeugen gevoerd hebben met ongekookt afval van Chinese restaurants, waarin illegaal geïmporteerd besmet vlees zat. De varkens konden het virus zeker een week uitademen over schapen van de buren voordat de ziekte werd ontdekt. Maar een deel van die schapen was toen al verhandeld via de grote veemarkt van Longtown, bij Carlisle aan de westkust, en in contact gekomen met tienduizenden soortgenoten.

Britse epidemiologen hopen tenminste dat het zo is gegaan. Dan zou het inderdaad kunnen dat de uitbraak nu zijn hoogtepunt bereikt, zoals de wetenschappelijke adviseur van de Britse regering, David King, deze week suggereerde. Dan kloppen de besmettingscijfers en begint de tot nu gevolgde aanpak van radicaal slachten en vernietigen in een wijde cirkel rond besmette boerderijen – stamping-out – te werken. In juni, als premier Blair zijn uitgestelde verkiezingen houdt, is de ziekte dan mogelijk zo goed als uitgewoed.

Maar het kan ook dat het virus al langer en op meer plaatsen in de Britse veestapel aanwezig was. Al in januari doken in Frankrijk Britse schapen op met antilichamen tegen de ziekte. En wat te denken van het Britse ministerie van Landbouw dat eind vorig jaar bij verscheidene houthandelaren informeerde of ze genoeg konden leveren voor brandstapels in geval van een mond- en klauwzeerepidemie? Alleen algemene bloedproeven van ogenschijnlijk gezonde Britse schapen kunnen uitwijzen of het virus endemisch is. Tot die tijd valt niet uit te sluiten dat deze epidemie de eerste van een reeks is.

Intussen lijdt het toerisme een omzetverlies van zo'n driehonderd miljoen gulden per week en zit het platteland van Northumberland, het Lake District in Cumbria en Zuid-Schotland wel degelijk op slot, al beweert premier Blair het omgekeerde. Voor toeristen en voor de plaatselijke bewoners. Alle voetpaden, bossen en parken zijn gesloten. Sportwedstrijden en kerkdiensten worden afgelast, openbaar vervoer gestaakt, bibliotheken gesloten om verspreiding van het virus te voorkomen. Wie eens per week van zijn afgelegen boerderij naar de pub rijdt voor een praatje, doet dat met een schuldgevoel.

De School

Alice Pattinson (18) is al drie weken niet thuis geweest. Haar ouders zijn schapenboeren en willen niet dat hun dochter het virus zou meenemen van school, waar het merendeel van de leerlingen op boerderijen woont. Dus logeert ze voor onbepaalde tijd bij kennissen. Na haar eindexamen wil ze landbouwkunde gaan studeren. Maar alles staat op losse schroeven. De laatste boerderij waar mond- en klauwzeer uitbrak, afgelopen zondag, ligt dicht bij die van haar ouders. ,,Het is een emotionele tijd'', zegt ze en ze tuurt een tijdje naar haar gymschoenen.

De Northumberland County High School, een openbare middenschool in Haydon Bridge, trekt leerlingen uit een gebied van 700 vierkante mijl en heeft 700 leerlingen. Het is het grootste en dunstbevolkte schooldistrict van Engeland. Via de veemarkt in Longtown heeft het virus zich ook hier genesteld. Een deel van de scholieren doet als Alice. Eenvijfde van de leerlingen zit thuis in de heuvels. Ze mogen niet weg, omdat hun land in quarantaine is. Ze kunnen niet weg omdat de bus niet rijdt, of hun ouders houden ze thuis. De school stuurt ze huiswerk per post: een berg extra werk en een financiële aderlating.

,,Het is het minste wat voor de jongelui kunnen doen'', zegt David Thompson, het hoofd. ,,De druk is gruwelijk. Ze staan met die ziekte op en gaan ermee naar bed. Raken wij ook besmet? Moeten onze beesten afgemaakt? Dat is het enige waar ze aan kunnen denken. Ze kunnen hun vrienden niet meer ontmoeten en ze kunnen zich niet op hun werk concentreren. En ze weten ook dat dit weken of maanden gaat duren.''

James Johnson (18) woont ook op een boerderij. Hij logeert op school, in de kleine afdeling voor kostgangers en hij gaat het weekeinde naar huis, waar hij zich helemaal moet ontsmetten. Hij wil geografie gaan studeren in Leeds. Maar hij weet nu al dat hij zijn eindexamen in dat vak niet kan voltooien, omdat het praktijkdeel – werk te velde – onmogelijk is. Wat dan? ,,Dan verlies ik een jaar'', zegt hij.

Het museum

Hadrian's Wall, een Chinese Muur in het klein die de noordgrens van het Romeinse rijk tegen de Picten moest beschermen, is de belangrijkste toeristenattractie van Northumberland. Hij is dicht en blijft voorlopig dicht. Heel de Muur? Nee, één attractie blijft moedig open: Vindolanda, een nederzetting rond een Romeins fort uit de eerste eeuw na Christus. Vijf auto's en een busje staan op het parkeerterrein, dat in dit seizoen gewoonlijk uitpuilt. Tussen de opgegraven muren en de gereconstrueerde palissades scharrelen een paar 60-plussers in sportieve jekkers en een groep gehandicapten in rolstoelen. Buiten de hekken knabbelen bruine schapen met lange, kromme horens aan stekelgras. Niet aankomen.

,,De bezoekcijfers zijn dramatisch afgenomen'', zegt Linda Thompson van Vindolanda. ,,Toeristen willen een paar dagen in Northumberland kunnen doorbrengen. Voor één attractie komen ze niet. Vooral scholen hebben massaal afgezegd. Misschien komen ze in september weer. Dat is een lange, lange periode om financieel te overbruggen.''

Ian Foster, manager van de VVV in het marktstadje Hexham, bevestigt de trend, muisklikkend door zijn spreadsheets. Het gemiddelde van 847 hotelboekingen in deze week is geslonken tot 93. Geschat verlies voor Hexham: 77.000 pond (een kleine 280.000 gulden).

Premier Blair begon gisteren een groot publiciteitsoffensief ter waarde van tien miljoen pond om toeristen alsnog naar de countryside te lokken. Britain is open, luidt de leus. Henry McLeish, de Schotse regeringsleider, deed in New York deze week hetzelfde om de massaal wegblijvende Amerikanen alsnog over de streep te trekken. Mond- en klauwzeer is ,,een klein probleem'', riep hij door een megafoon op Times Square, met een doedelzakspeler aan zijn zijde. Zeker, in Edinburgh worden geen koeien verbrand. Maar op de Schots-Engelse grens weten ze niet of ze erom moeten lachen of huilen.

Boer 1

Annabelle Mooreshead schrok zich rot, toen ze eind februari hoorde dat op een abattoir in Essex, niet ver van Londen, mond- en klauwzeer was vastgesteld. Dat sloeg om in ,,complete horror'' toen de epidemie werd herleid tot die varkensboer in Heddon. Haar buurman in Haydon Bridge heeft de ziekte nu ook en haar eigen bedrijf ligt binnen de drie kilometerzone. Strikt genomen moeten haar 1.200 schapen óók worden gedood en verbrand, waaronder onvervangbare Blackface ooien van tienduizend gulden per stuk, die ze sinds haar veertiende fokt.

De 45-jarige weduwe, oververmoeid van nachtenlang lammeren ter wereld helpen, heeft nog even het voordeel van de twijfel gekregen, omdat er een strook bos tussen haar boerderij en de besmette ligt, die mogelijk als barrière werkt. Ze laat geen vuilnis meer ophalen en zelfs de postbode komt haar erf niet op. ,,Als ik het krijg, dan krijg ik het, maar tot die tijd doe ik mijn damn best om het te voorkomen'', zegt ze.

Haar vertrouwen in het ministerie van Landbouw is ze kwijt. Waarom duurt het dagenlang tussen het vaststellen van de ziekte en de slacht? En waarom blijven geslachte dieren dagenlang op het veld liggen voordat ze verbrand worden? Ze is blij dat het leger nu meehelpt, maar ,,het is te weinig en te laat'', vreest Mooreshead.

Het vuur

Grindon Hill Farm heeft bezoek van de Dood. Hij draagt een wit plastic wegwerpoverall en rijdt in een bestelwagentje met Waste disposal (vuilopruiming) op de flanken. Hij heeft een geweer dat een stalen pen in elke koeienschedel schiet. Op de betonnen platen van het erf ligt zijn werk van die ochtend: een stapel kadavers met stijf gestrekte modderpoten, blauwe tongen die uit bekken puilen en ogen die niet meer kijken. In de stal wachten er nog eens stuk of tien herkauwend op hun beurt.

Achter de beukenhaag laaien later op de dag de vlammen op. Dikke rook kolkt over het land. Het ruikt niet naar barbecue, maar iets tussen bitter en zuur. Wie deze week de heuvels van Northumberland uitreed, onder een glorieuze wolkenlucht waar de zon schuin doorheen sneed, zag in het laagland van Cumbria tientallen van zulke vuren branden, meteen herkenbaar aan de streep grijswitte rook die opstijgt uit een lange sleuf. Cumbria is met meer dan 400 gevallen de brandhaard van de epidemie.

Dit autodafe is een vrije keuze, bedenk je met prikkende ogen. Dit land verbrandt tienduizenden zieke en honderdduizenden gezonde dieren in de hoop op termijn de virusvrije, ongevaccineerde status op de profijtelijke exportmarkt te kunnen terugwinnen. Preventief ruimen – het eufemisme van het jaar. Om te zien wat `onschuldig lam' betekent, moet je met Pasen in Cumbria gaan kijken.

De zen-

monnik

Daishin Morgan, abt van het zenklooster bij Carrshield, kijkt op zijn wandelingen door de moors al langer zo naar het landschap: vol lieve dieren die op een gewelddadige dood wachten omdat wij vlees willen eten. De brandstapels zijn in zijn ogen een uitwas van dat verlangen. ,,In een gewone week doden wij ook een half miljoen dieren, maar dat blijft verborgen'', zegt de voormalige taxateur die in 1973 tot het boeddhisme werd bekeerd en sindsdien vegetariër is. ,,Nu staan we daar opeens bij stil.''

Boeren zijn schizofreen, denkt hij. ,,Ze houden echt van hun dieren, maar dat gevoel blokkeren ze, zodra hun dieren ter slacht moeten. Wie vlees eet, liegt net zo tegen zichzelf, omdat we instinctief weten dat we niet moeten doden en laten lijden. Zo delen we onszelf in tweeën, precies het tegendeel van wat het boeddhisme leert: jezelf zien als geheel, en één met de rest van de wereld.''

Boer 2

Lee Scott (4) denkt dat Foot en Mouth twee mannen zijn. ,,Ze komen!'', roept hij elke keer als de televisie de mannen in witte pakken laat zien. ,,Zo houdt hij ons aan het lachen'', zegt zijn vader Tony (39), een roodharige beul van een boer die nog professioneel rugby heeft gespeeld voor de Carlisle Raiders. Alle schapen op alle boerderijen in de omgeving zijn geruimd. Een deel was ziek, een deel (nog) gezond. Ook die van Scott, die boert net onder Lockerbie in het zuidwesten van Schotland. In de wijden heerst doodse stilte. Geen vogel zingt. Er staan nog voerbakken vol hooi. Maar Tony Scott heeft als enige zijn koeien nog: 450 moeders met kalveren en een paar stieren. Hij heeft genoeg ingekuild gras om ze tot juni binnen te houden, zegt hij. ,,En daarna zien we wel.''

Achter de heuvel bij zijn huis daveren gesloten vrachtauto's door het dennenbos van Birkshaw. Ze brengen dode schapen naar een versgedolven massagraf, dat aan 200.000 dieren plaats moet bieden. Verbranden ging niet snel genoeg. Het leger probeert nu de groeiende wachtlijsten in ongebluste kalk weg te werken.

Zoon Michael (12), die later ook boer wil worden, weet precies wat hen boven het hoofd hangt. Hij heeft vriendschap gesloten met een jonge stier, zegt hij, terwijl zijn ogen volschieten. ,,Hij was net tam geworden en dan ga je van ze houden.'' Zijn vader beaamt dat, terwijl hij druk bladert in een pak prints: de lijsten met besmettingen die het ministerie dagelijks op internet publiceert. ,,Zolang ze bij ons zijn, geven we ze alle zorg'', zegt hij. ,,Als ze naar de slacht gaan houdt onze verantwoordelijkheid op. Maar ik zou nooit een slaughterman kunnen zijn. Ik hou van mijn beesten.''

De controle-

kamer

In Dumfries weten ze sinds `Lockerbie' (1988) alles van rampen. En van rampenbestrijding, zegt Alastair Johnson niet zonder trots in de nucleaire bunker onder het provinciehuis van waaruit de epidemie in Zuid-Schotland – zo'n 150 gevallen – wordt bestreden. Drie weken geleden zat hij hier ook achter zijn beeldschermen, om de helikopters te coördineren die ingesneeuwde vrachtrijders en afgelegen boeren moesten ontzetten. Dat werk ging naadloos over in de mond- en klauwzeercrisis.

Militairen lopen in en uit over ontsmettingsmatten. Telefoons piepen. Mannen en vrouwen met clipboards vergaderen op het oog gedisciplineerd in kleine groepjes. Een complete muur wordt in beslag genomen door een landkaart met groene, roze en blauwe vlaggetjes: alle verdachte, zeker besmette en geruimde boerderijen in de regio. In een oogopslag zie je hoe het virus langzaam naar het noordwesten is opgerukt vanuit de veemarkt in Longtown, langs de snelweg M6 en de regionale wegen door de Schotse dalen. Via besmette veewagens, de wielen van gewone auto's, op de oostenwind die al weken waait, of misschien zelfs met de ganzen die hier nu rondzwerven, zegt Johnson.

De aanpak lijkt op die van een bosbrand. De brandhaard wordt geïsoleerd door een brede halve cirkel eromheen dierenvrij te maken. De meeste dieren binnen die firebreak zullen ook sterven. Tony Scotts koeien hebben alleen even geen prioriteit. En is de zaak daarmee onder controle? ,,Who knows?'', zegt Johnson. ,,We kunnen alleen ons best doen.''

De natuur-

beschermer

Het aprilnummer van Country Walking is voor niets gedrukt, twee maanden geleden. Nu ligt het in de winkel, met de 25 mooiste wandelingen in de Britse nationale parken. Maar wandelaars en klimmers hebben niets te zoeken in het Lake District, het berggebied in het zuiden van Cumbria. Op alle wegwijzers en houten draaihekken die van de weg de natuur in leiden, hangen verbodsborden. De schapen, zeldzame Herdwicks en Rough Fells die hier traditioneel vrij grazen, hebben de hekloze, groene heuvels onder de besneeuwde pieken voor zichzelf.

En dat is nu net wat ze zo kwetsbaar maakt, zegt Bob Cartwright, directeur van het park. Ze staan allemaal met elkaar in contact en als het virus hier echt toeslaat moeten ze allemaal afgemaakt worden, zegt hij. En dan gaat meer verloren dan een paar duizend schapen. De vrijgrazende schapen hebben wel degelijk plaatsgevoel – hefting – dat van generatie op generatie wordt doorgegeven en dat schapen van één boer grofweg altijd op dezelfde plek laat lopen. ,,Dat instinct verdwijnt met de schapen''.

Op het Ullswater en Lake Windermere varen de stoombootjes weer, als teken dat toeristen hier wel degelijk terecht kunnen. Over de stoepen van de pittoreske stadjes snuffelen er inderdaad een paar aan Beatrix Potter-servies en de romantische gedichten van de Lake Poets. Maar het is er stil dit jaar. En Bob Cartwright gelooft dat het nog veel stiller gaat worden. Tot nu toe was alleen de noordrand van het park aangetast. Vorige week zijn de eerste gevallen in het zuiden gemeld. Een voederwagen die twee boerderijen aandeed bleek niet gedesinfecteerd.

    • Hans Steketee