Vader Arafat

Veelvoudig en met eer ontvangen in Nederland. Hoewel hij daarvoor nooit heeft hoeven beweren dat hij niet op de hoogte was van de terroristische activiteiten van zijn Fatah-beweging. En evenmin heeft Arafat voor ons de moeite genomen zich als aanhanger van de democratie te bekennen. En toch een graag geziene gast bij onze premier, die op zijn beurt vorig jaar april nog een kort werkbezoek bracht aan de Palestijnse dictator om bezorgd te bespreken of de Nederlandse hulp ten behoeve van de Palestijnse haven wel goed was aangekomen.

Toen ik een jaar geleden schreef over de Palestijnen en Israël leverde dat direct kwade ingezonden brieven op van lezers die herinnerden aan hardhandige acties van Israël tegen de Palestijnen. Ook vandaag zou het onzin zijn die te ontkennen. Maar nog steeds past enige reflectie op Arafat in een week die zo in de ban was van de morele veroordeling van vader Zorreguieta.

Sinds de akkoorden van Oslo heeft Arafat een repressief regiem opgebouwd dat – in de woorden van de Palestijnse commandant Marwan Barghouti – het bezoek van Sharon aan de Tempelberg heeft gebruikt als excuus voor de intensievere militaire acties die ,,in elk geval hadden plaatsgevonden''. Al heel lang accepteren wij kennelijk in Nederland dat de Palestijnen worden geregeerd door een ,,corrupte tyrannie'' – de woorden van professor Abdel Sattar Kassem van de Universiteit van Nablus en zijn medeondertekenaars van de `Petitie van de twintig'. Het leverde prof. Kassem een half jaar detentie op in de kerkers van Arafat, zonder recht op een advocaat, pen en papier of op bezoek van Amnesty International. Gelukkig was hij te bekend om geëlimineerd te worden.

Niet alleen bestaan mensenrechten niet waar Arafat regeert, ook economisch is zijn bewind een ramp. Sinds de akkoorden van Oslo is het gemiddelde inkomen van de Palestijnen met bijna 40 procent gedaald – en dat was voordat Israël vorig jaar werd gedwongen de Palestijnse gebieden af te sluiten. Een deel van de buitenlandse hulp aan de Palestijnse autoriteit en zelfs twintig procent van de contractuele BTW-afdrachten van Israël komen terecht op persoonlijke bankrekeningen van Arafat. Luxe villa's voor zijn adjudanten en zeven concurrerende milities en politiemachten suggereren hoe dat geld wordt besteed. Corrupte junta's zijn niet alleen voorgekomen in Latijns Amerika: Israël heeft er helaas rekening mee te houden, op een uur loopafstand van Jeruzalem.

De Israëlische vice-premier Natan Sharansky heeft het best onder woorden gebracht waarom deze feiten er toe doen. Sharansky wil Judea en Samaria overdragen aan de Palestijnen, want Israël moet niet willen heersen over een ander volk. Maar hij kan niet blind zijn voor de systematische schending van de mensenrechten door Arafat, want wie de rechten van zijn eigen mensen met voeten treedt wordt nooit een betrouwbare buurman. Als Soviet-dissident riep Sharansky daarom vanuit de Russische gevangenis op tot standvastig beleid van president Reagan tegen de Sovjet-Unie, omdat een land dat zo zijn eigen burgers minacht nooit oprecht vrede kan sluiten met het buitenland.

Als wij dat in Nederland niet willen zien en toch Arafat eer blijven bewijzen, zijn daarvoor twee mogelijke verklaringen. Of wij calculeren dat Arafat ons (en de Palestijnen) vrijwaart van een nog ergere dictator. Dat argument was altijd al moreel dubieus, en we zouden in de week van de arrestatie van Miloševic nog eens terug kunnen denken aan de wijsheid van de beslissing om de Servische dictator in de jaren negentig zo lang in het zadel te houden met diezelfde theorie dat in zijn plaats nog een erger iemand zou kunnen komen. Als cynisme niet opgaat, resteert racisme: Israël is dan de enige democratie in de regio omdat Palestijnen en Syriërs niet in staat zijn om mensenrechten te eerbiedigen en eerlijke verkiezingen te houden. Zulke sentimenten heersen helaas ook wel in Israël. Minister Michael Melchior uit de regering van Barak zei vorig jaar: ,,Ik denk niet dat we ooit een betere Palestijnse leider zullen krijgen''.

Heel erg als wij er eigenlijk ook zo over zouden denken, want Arabieren verdienen natuurlijk evengoed als ieder ander het recht om te genieten van vrijheid, democratie en behoorlijk bestuur. Toch is mijn indruk dat sommige Israël-correspondenten van vooraanstaande Nederlandse kranten dezelfde fout maken als Melchior. Want hoe valt anders te begrijpen dat het standpunt van vice-premier Sharansky zo gemakkelijk wordt afgedaan als `rechts extremisme'? Wat is er verwerpelijk aan de stellingname dat grote territoriale concessies aan de Palestijnen gepast zijn, maar dat alleen zaken zijn te doen met een betrouwbare, democratisch gekozen en verantwoordelijke regering? Veel journalisten geven geen ruimte aan die visie – en ik ben zo langzamerhand bang dat ze in hun hart een lage dunk hebben van de Palestijnen en de Syriërs. Net als de Amerikaanse analist Samuel Huntington zien ze een donkere dreiging van islamitische regimes.

De Arabische wereld heeft dringend voorbeelden nodig van democratische politieke partijen die de burgers een eerlijke keuze bieden tussen regering en oppositie. Waarschijnlijk horen daarbij ook islamitisch-democratische partijen die zeker anders zullen zijn dan de christen-democratische partijen in het Westen, maar op eigen wijze uit een religieuze traditie inspiratie putten voor een open, verantwoordelijke maatschappij. En wij doen er goed aan om die normale eis nu ook aan de Arabische staten te stellen, niet alleen uit eigenbelang of uit zorg voor het overleven van Israël, maar evenzeer uit respect voor de burgers in Palestina en de Arabische staten. En wat vader Arafat betreft, leider van een junta waarvan de officiële televisiezender oproept om ,,alle joden waar ze zich ook bevinden te doden'' (uitzending van 13-10-2000), zouden wij ons welkom voor deze corrupte dictator wel eens mogen overwegen. Niet uit angst om anders vuile handen te maken. Dat is in de politiek onvermijdelijk. Maar uit respect voor zijn ongelukkige onderdanen.