Supersurfer op de woelige Noordknoop

Architecten moeten beschikken over een lange adem. Bouwen duurt lang, vaak jaren, en wat er aan voorafgaat, het ontwerpen, is ook tijdrovend. Voor stedenbouw is zelfs engelengeduld nodig: hierbij nemen ontwerp en uitvoering nog meer tijd in beslag.

Dat architectuur en stedenbouw zo traag zijn, heeft mede te maken met het grote aantal betrokkenen. Een architect heeft niet alleen te maken met een opdrachtgever met een meestal beperkt budget, maar ook met bijvoorbeeld de welstandscommissie, aannemers, technische adviseurs en bouw- en woningtoezicht. Bij stedenbouw zijn nog meer functionarissen en instanties betrokken. Hierbij zijn vaak projectontwikkelaars en beleggers betrokken en natuurlijk bemoeien ook wethouders, gemeentelijke diensten en de publieke opinie zich er mee.

Op de meeste architectuurtentoonstellingen blijven al deze betrokkenen onzichtbaar. Vrijwel altijd gaat de aandacht uit naar het werk van de architect. Alleen als er bij een of ander ontwerp wordt vermeld dat het niet doorging omdat bijvoorbeeld de plaatselijke wethouder er niets in zag of omdat het te duur was, krijgt de bezoeker een glimp van de boze buitenwereld die van architectuur zo'n complex en traag medium maakt. Alleen al om deze reden is de expositie Jo Coenen – Architectuur door dialoog en het bijbehorende boek met schetsen zo bijzonder. Onderwerp van deze expositie is juist de moeizame wijze waarop een nieuw stuk stad tot stand komt, in dit geval de Noordknoop in Maastricht. Dit gebied maakt deel uit van het in onbruik geraakte terrein van de Céramique-fabrieken, waarvoor Jo Coenen eind jaren tachtig een stedenbouwkundig ontwerp moest maken. De Noordknoop was het ingewikkeldste stuk van het nu bijna volgenouwde Céramique-terrein. Hier moest de aansluiting worden gemaakt op de oude stad en hier zou de nog te bouwen voetgangersbrug over de Maas aanlanden.

Op een lange tijdsbalk van 1988 tot nu is op de expositie te zien hoe het oorspronkelijke ontwerp in de loop der jaren steeds veranderde. De ene keer was het de gemeente die ontwerpen afkeurde, de andere keer waren het de projectontwikkelaars die veranderingen wilden. Ook architecten als Alvaro Siza en Galfetti, die door Coenen zijn gevraagd om gebouwen voor de Noordknoop te ontwerpen, veranderden regelmatig van gedachten en dwongen Coenen zo tot aanpassing van zijn plannen. En dan waren er de archeologische vondsten van bijvoorbeeld oude kademuren, die te kostelijk waren om te slopen, en een plek moesten krijgen in het stedenbouwkundig ontwerp.

Jo Coenen, die sinds enige maanden rijksbouwmeester is, is niet een architect die de onontkoombare invloed van derden op zijn plannen als iets rampzaligs beschouwt. Soms knarst hij, getuige de teksten op de tijdsbalk, bijna hoorbaar met zijn tanden, als bijvoorbeeld weer eens een ontwerp wordt afgekeurd. Maar steeds blijft hij bereid om nieuwe oplossingen te verzinnen voor nieuwe en veranderde wensen van alle bemoeiallen. Maar dit wil ook weer niet zeggen dat Coenen slechts een pragmaticus is die zich vaardig voegt naar de wensen en grillen van derden. Steeds houdt hij voor ogen wat hij wil – het bouwen van een echte, rijk geschakeerde stad – en steeds probeert hij de projectontwikkelaars en gemeente van de noodzaak hiervan te overtuigen. Coenen is, om Rem Koolhaas' beeld voor de architect te gebruiken, een `supersurfer' die behendig manoeuvreert op de niet door hemzelf, maar andere krachten veroorzaakte golven.

De veranderingen die Coenen in de loop der jaren in de opzet voor de Noordknoop heeft verwerkt, hebben uiteindelijk geleid tot een ontwerp dat volledig verschilt van zijn eerste plan. Alle wijzigingen en overwegingen worden op de tentoonstelling in beeld gebracht door maquettes en vooral door vele mooie schetsen en tekeningen van Coenen.

Coenen is een ouderwetse architect die schetsend denkt. ,,In de huidige architectuurpraktijk waar velen hun ontwerpactiviteit naar de computer hebben verlegd, lijkt het schetsen een achterhaald fenomeen'', schrijft hij in het voorwoord van het schitterende boek. ,,Dat is een punt van grote zorg. Schetsen met de hand, tastend, bewegend met een potlood, spelend met kleuren, is en blijft een onmisbare basis in het ontwerpproces. Het houdt het denken open, laat ruimte voor de intuïtie. Zo kun je, als je geluk hebt, dat wat in je achterkwab rondspookt misschien vangen. Met de computer lukt dat nooit.''

Coenens schetsen helpen hem niet alleen bij het denken, maar zijn ook levendiger en sprankelender dan welke computeranimatie dan ook. Ze maken de tentoonstelling tot een feest en brengen en passant het wonder van de Noordknoop in beeld. Vaak is in Nederland de klacht te horen dat de overlegcultuur van het Nederlandse poldermodel leidt tot waterige compromissen, maar in het geval van de Noordknoop heeft alle overleg ten slotte geleid tot een plan dat verfijnder, ingenieuzer en subtieler is dan het eerste, door forse bouwblokken gedomineerde ontwerp.

Tentoonstelling: Jo Coenen – Architectuur door dialoog. De Noordknoop in Maastricht en andere recente projecten. T/m 13 mei in Nederlands Architectuurinstituut. Geopend: wo-vr 10-17 u., za en zo 11-17 u., di 10-21 u. Publicatie: Jo Coenen. Schetsen/Roughs Noordknoop Céramique, Maastricht. Uitg. NAi Uitgevers, 207 blz. Prijs ƒ49,50