Suikeroom?

Oud-voorzitter en geldschieter Bernard Tapie – in '94 afgetreden wegens een omkoopschandaal – keert als aandeelhouder en sportmanager terug bij Olympique Marseille. Moeten voetbalclubs wel in zee gaan met rijke zakenlui?

Dé Stoop, oud-voorzitter FC Amsterdam: ,,Clubs hoeven niet met rijke geldschieters in zee te gaan, maar wie betaalt `het' dan wel? Van de overheid hebben ze weinig te verwachten. Die betaalt wel asielzoekers maar geen voetballers. Dus komen clubs terecht bij mensen die bereid zijn financieel iets te doen; supporters zijn blij met dat geld voor hun club. Als een voorzitter geld stopt in een club en de resultaten blijven uit, heeft hij het recht in te grijpen. Wat dat betreft heeft Scheringa van AZ gelijk wanneer hij tegen zijn spelers zegt dat ze maar een tijdje achter de vuilniswagen moeten gaan lopen als ze niet presteren. Wie betaalt, die bepaalt. Dat geldt overal. Bovendien is een profclub gewoon een bedrijf en zijn aan zaken doen risico's verbonden. Trouwens, het publiek begint snel te schreeuwen over voorzitters, maar over spelers die hun contract niet uitdienen en tussentijds vertrekken, hoor je niemand.''

Gerard Slager, directeur Federatie van Betaald voetbal Organisaties (FBO): ,,Geld regeert de wereld en geld regeert het voetbal. Clubs kunnen niet om deze geldschieters heen. Sport is geen spelletje, maar vermaaksindustrie nummer één. Kijk maar naar topsport in Amerika. Hoeveel clubs zijn daar niet in handen van rijkaards? De bemoeienis van rijke voorzitters met de sportieve prestaties van een club is afhankelijk van de kwaliteit van de coach. Het land speelt ook een rol. In België stapt zo'n voorzitter misschien eerder de kleedkamer in dan hier. Het evenwicht binnen een competitie is wel belangrijk. Het moet niet zo zijn dat slechts enkele clubs over genoeg geld beschikken en de rest niks heeft.''

Johan Tukker, directeur spelersvakbond ProProf: ,,De clubs moeten goede afspraken maken met zo'n voorzitter, want het gevaar van alleenheerschappij heerst altijd. Zonder die afspraken lopen spelers en coach het gevaar dat ze niet langer objectief worden beoordeeld op hun prestaties. De voorzitter kan bijvoorbeeld besluiten spelers te verkopen uit oogmerk van winst. Een ander gevaar is dat de voorzitter zich – niet gehinderd door enige kennis van zaken – gaat bemoeien met de sportieve gang van zaken.''

Hans Schraders, oud-directeur Gelredome en organisatie-adviseur: ,,Er is geen probleem zolang de voorzitter over goede managementkwaliteiten beschikt en geen (financieel) eigenbelang heeft bij de club. Is het eigenbelang dominant, dan kom je in de gevarenzone. Tapie, Berlusconi en Gil y Gil zijn daar goede voorbeelden van. Bij Marseille, Milan en Atletico Madrid zijn veel korte termijnbeslissingen genomen over spelers en coaches en ging het fout. Bij deze voorzitters bestaat ook een mix van clubbelang en eigen belang. Als het gaat om publiciteit kan hun ego niet groot genoeg zijn en spelen ze een overheersende rol. Een ander nadeel is dat ze teveel ongedekt geld uitgeven. Die voorzitters vertegenwoordigen dominanties die bij gewone bedrijven niet worden getolereerd. Wat dat betreft is voetbal een bedrijfstak met een aparte mix van emotie en zakelijkheid. Ook een voetbalclub heeft een raad van commissarissen die toezicht zou moeten houden, maar de commissarissen laten zich bij hun beslissingen vaak leiden door de plaats op de ranglijst.''

Foppe de Haan, coach Heerenveen: ,,Tapie is niet het goede voorbeeld. Bij clubs als Manchester United of Glasgow Rangers, die ook rijke voorzitters hebben, gaat het wel goed. Een te grote afhankelijkheid van één figuur is een van de grootste gevaren voor een club. Bemoeienis van de voorzitter met de opstelling mag nooit. Een coach moet onafhankelijk zijn. Als een voorzitter veel geld heeft en ook de absolute macht wil, kan het fout gaan en is de positie van de coach onzeker. In zo'n geval moet een coach een hoge afkoopsom bedingen in zijn contract. Ik denk overigens dat het probleem van te machtige voorzitters meer in het zuiden van Europa speelt. Daar speelt emotie een grotere rol en stel je ook wat voor als voorzitter.''

    • Pieter de Vries