`SCHAALVERGROTING IS ERG'

De ideeën van de minister zijn wel goed, maar de praktijk deugt niet. Zegt cda-Kamerlid Ross-van Dorp. Het vierde deel in een serie gesprekken met onderwijs-specialisten.

Lesgeven wilde ze indertijd niet. Maar Tweede-Kamerlid Clémence Ross-van Dorp (43) heeft wel een tweedegraads onderwijsbevoegdheid voor Nederlands en Engels. ``Ik had het idee dat ik nog iets moest presteren in de maatschappij. Als je het onderwijs ingaat ben je meestal voor je leven verkocht.'' Ze ging dus Chinees studeren en werd politiek actief. Sinds 1998 is ze in de CDA-fractie onderwijswoordvoerder. ``Het onderwijs wordt steeds meer een vergaarbak voor maatschappelijke problemen. De sociale achterstanden van leerlingen drukken zwaarder dan ooit op het onderwijs. De zoektocht hoe we daarmee om moeten gaan vind ik boeiend.''

Wat heeft Paars II het onderwijs opgeleverd?

``Tot een paar jaar geleden was Paars toch vooral een zoektocht naar goed beleid, de heldere visie ontbrak. Daar is sinds een paar jaar verandering in gekomen. Minister Hermans heeft een heldere, liberale visie. Zijn betoog voor een terugtredende overheid spreekt mij op zich best aan. Maar in de praktijk blijkt de koers van Hermans en Adelmund onvolkomen. Paars voert zowel liberaal als sociaal-democratisch beleid. Ik merk spanning tussen de liberale wens om meer vrijheid aan het onderwijs te geven en de sociaal-democratische roep om stevig de touwtjes in handen te houden. De teugels worden gevierd en tegelijk strak aangehaald. Nee, ze zijn er nog niet, kijk maar naar de veranderende rol van de Inspectie van het Onderwijs.''

Hoe bedoelt u dat?

``De inspecteur moet, als het aan Hermans en Adelmund ligt, steeds meer de school in: scholen afrekenen op de invulling van het onderwijsprogramma. Het gevolg hiervan is dat scholen te veel naar Zoetermeer blijven kijken. Wat schieten ze op met meer vrijheid als zij steeds minder beleidsruimte krijgen? Het is prima als de inspectie beoordeelt of een school publiek geld goed besteedt, maar zij moet zich niet met het pedagogische klimaat op school gaan bemoeien. Dan krijg je de situatie: wij als overheid bepalen hoe jij onderwijs moet geven.

``De inspectie gaat steeds meer een, in mijn ogen, principieel onjuiste richting in: namelijk bemoeienis met de manier waarop les gegeven wordt. De overheid mengt zich dan in zaken die tot de verantwoordelijkheid van de scholen horen te vallen. Het onderwijs is niet van de politiek, al lijkt dat vaak wel zo. Steeds meer wordt in detail beslist wat goed is voor scholen.''

Is de grotere invloed van de inspectie niet een wens van de samenleving? Ouders vragen openheid en resultaten van scholen. De inspectie levert die.

``Het is toch juist gek dat de samenleving zelf steeds mondiger wordt, ouders steeds meer te zeggen krijgen en scholen steeds professioneler worden, terwijl de overheid maar regeltjes blijft opleggen? Personeelsleden kunnen heel goed verantwoordelijkheid dragen, maar die krijgen ze niet. Ouders mogen van mij meer zeggenschap krijgen in het pedagogische klimaat op school en bijvoorbeeld de lesmethoden. Dat kunnen ze prima, maar je moet ze dan wel goed informeren. Ook moet er meer betrokkenheid zijn tussen scholen onderling, zodat ze elkaar kunnen helpen en bijsturen.''

Vandaar uw voorstel voor een proef met regelvrije scholen?

``Als een school een goed idee heeft om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren, loopt het vaak mis op allerlei regeltjes die in de weg staan. Mijn idee is dat een school een ambtenaar van het ministerie van Onderwijs adopteert, die kan helpen om creatief met de regels om te gaan. Goed voor de school én goed voor de ambtenaren, die er samen achter kunnen komen dat sommige regels maar beter afgeschaft kunnen worden.''

Dat idee is inmiddels door minister Hermans overgenomen. En uw pleidooi voor meer vrijheid in het onderwijs komt ook al overeen met de ideeën van Hermans!

``Maar bij hem zie je het falen van het liberalisme. Hij geeft het gevoel dat hij veel ruimte laat voor initiatieven, maar tegelijk biedt hij de scholen nauwelijks gelegenheid die ruimte uit te voeren. Meer vrijheid vraagt meer investeringen en meer beleid. Maar ja, dat is niet de sterkste kant van de minister.''

De minister zegt dat hij 22 jaar van bezuinigingen niet ongedaan kan maken. Het CDA heeft toen langdurig regeringsverantwoordelijkheid gedragen.

``Ik ben de laatste om te jubelen over het verleden, het onderwijs heeft echt een slag te verwerken gehad. Maar goed, de bezuinigingen hebben niet altijd geleid tot slechter onderwijs. En omgekeerd geldt dat ook: al heb je geen cent op zak, dan nog moet je een visie hebben, kunnen enthousiasmeren. De indruk wordt gewekt dat het alleen maar een financiële kwestie is, maar het begint toch echt met een goed idee.''

Voelt het CDA zich nu mede-verantwoordelijk voor de effecten van de bezuinigingen in het verleden?

``De schaalvergroting op middelbare scholen en regionale opleidingscentra vind ik echt heel erg, in het onderwijs is dat hard aangekomen. Bij de invoering heeft het bestuurlijk vast zijn nut gehad, maar ik vind dat we nu moeten gaan kijken hoe we weer tot een schaalverkleining kunnen komen.''

En hoe kan het lerarentekort worden opgelost?

``Er zijn allereerst miljarden nodig om de verstoorde verhouding tussen de enorme stijging van het binnenlands product en de marginale stijging van het onderwijsbudget te herstellen. We hebben met zijn allen de werkomgeving van docenten laten verslonzen. Computers staan in de vensterbank, ouders en leraren doen het werk van conciërges. Dit is minstens zo belangrijk als een hoger salaris. De school moet uitstralen dat het een professionele werkomgeving is.''

    • Guus Valk