Politiek is in Italië familiebedrijf

Veel Italianen zijn trots op hun traditie van familiebedrijven, die de economie van het land flexibiliteit en lange-termijnvisie hebben gegeven. Maar steeds meer mensen zetten vraagtekens bij de vertaling van dit model naar de politiek. Nu de kandidatenlijsten voor de parlementsverkiezingen klaar zijn, valt op hoeveel juniors daar op voorkomen. Forlani, Cossiga, Andreotti: ze hebben jarenlang de politiek gedomineerd en helpen nu hun familie op het pluche.

De bekendste `zoon van' is Bobo Craxi, kandidaat in Sicilië voor de rechtse oppositie. Bobo, nazaat van oud-premier Bettino, wil zijn vader rehabiliteren. Die zou ten onrechte als zondebok van grootschalige corruptie zijn aangewezen. ,,De financiering van de politiek was voor bijna alle partijen illegaal'', zegt hij.

Oppositieleider Silvio Berlusconi, die zijn fortuin als tv-magnaat mede te danken heeft aan Bettino Craxi, geeft Bobo nu een kans. Zijn zus Stefania had ook mee willen doen, maar dat vond Berlusconi te veel. Hij heeft wel een tamelijk zekere zetel aangeboden aan Chiara Moroni, dochter van een socialistische partijbestuurder die in 1992 zelfmoord pleegde uit schaamte over de corruptieschandalen – slachtoffer van een heksenjacht, vindt Berlusconi.

Veel oudere politici hebben hun netwerk gebruikt om hun zoon naar voren te schuiven. Ex-premier Arnaldo Forlani heeft zich sterk gemaakt voor zijn zoon Alessandro, kandidaat voor het centrum-rechtse Christelijk-Democratisch Centrum. Ex-minister Riccardo Misasi steunt de politieke carrière van zijn zoon Pierluigi. Oud-president Francesco Cossiga heeft zijn zoon Giuseppe en zijn kleinzoon Piero Testoni ondergebracht in het kamp van Berlusconi.

Toen er bezwaren rezen tegen de kandidatuur van oud-minister Caligero Mannino, die een maffiageur om zich heen heeft, is besloten zijn zoon Totó kandidaat te stellen. Giacomo Mancini, de grand old man van de socialisten in Calabrië, is pas akkoord gegaan met een hem onwelgevallige kandidaat van links in zijn regio toen zijn kleinzoon Giacomo jr. een kans kreeg van de centrum-linkse coalitie. En Giorgio Fanfani en zijn neef Giuseppe profiteren beiden, in verschillende kampen, van de faam van de roemruchte christen-democraat Amintore Fanfani, inmiddels overleden.

Het is niet nieuw, de politiek als familiebedrijf. Actieve politici als Massimo D'Alema, Giorgio La Malfa, Maria Fida Moro, Mario Segni en Maura Cossutta hebben allemaal het vak geleerd van hun vader. Maar sommige Italianen vragen zich af of de politieke vernieuwing niet verder moet gaan dan dat de vader wordt opgevolgd door zoon of dochter.