NATUURKUNDE 3

`Wie schrijft voor een breed publiek, is verplicht zich te houden aan wat wij zeker weten', aldus Vincent Icke in `Wasknijpers' (W&O, 17 maart). Kennelijk geldt deze regel alleen voor anderen, want op grond waarvan wordt Roger Penrose een `zwetser' genoemd? Als Icke zich aan de feiten wil houden, moet hij niet net doen alsof de onderwerpen die Penrose aansnijdt, al een wetenschappelijk uitgemaakte zaak zouden zijn, of dat zijn argumenten weerlegd zijn. De stelling van Penrose luidt ruwweg dat kunstmatige intelligentie onmogelijk is, wanneer deze gebaseerd zou zijn op ons huidige concept van een computer. Zoals met alle stellingen zijn ook hier de kleine lettertjes in het bewijs van belang, en er is over de hele affaire de laatste jaren veel discussie geweest.

Richard Feynman zei ooit dat om een probleem op te lossen dat nog nooit eerder is opgelost, de deur naar het onbekende op een kier moet worden gelaten. Dat als alle discussie en kritiek onderdrukt wordt, en nu al gezegd wordt dat we het weten, de mensheid voor een lange periode tot de ketens van autoriteit veroordeeld wordt, ingeperkt door de grenzen van ons tegenwoordige voorstellingsvermogen. Hoe kon men zich in het verleden voorstellen dat de aarde een bol is die om de zon draait, dat er niet-euclidische meetkundes bestaan, of dat een ster met voldoende grote massa in elkaar stort onder zijn eigen gewicht? In tegenstelling tot wat Icke beweert, geeft Penrose wel degelijk steeds aan wat we `zeker weten', wat niet, en waar hij zijn eigen ideeën adverteert.