NA DE GROTE INSLAG HERSTELDE HET LEVEN ZICH IN 10.000 JAAR

Bij de wereldomvattende catastrofe op de grens tussen Krijt en Tertiair, omstreeks 65 miljoen jaar geleden, stierven zeer grote aantallen planten- en diersoorten uit. De – indirecte – reden was de inslag van een meteoriet of komeet; de directe reden voor het massale uitsterven was, hoewel ongetwijfeld veel individuen direct de dood vonden, gebrek aan voedsel. De inslag bracht zoveel stof in de atmosfeer dat de aarde voor enkele jaren verduisterd was. Plantengroei was toen vrijwel onmogelijk, waardoor planteneters onvoldoende voedsel vonden en de jagende dieren op hun beurt geconfronteerd werden met een gebrek aan prooidieren.

Na enige tijd ontstond er een nieuwe explosie van leven, met veel nieuwe soorten. Hoe veel tijd daartussen verstreek is al geruime tijd onderwerp van verhitte debatten. Eén van de hypotheses is dat er een hele zwerm meteorieten bij betrokken was, en dat de inslagen daarvan gedurende langere tijd plaatsvonden.

Die laatste hypothese kan niet langer worden verdedigd. Amerikaanse en Italiaanse geologen hebben nu vastgesteld dat het ging om één enkele inslag (Science, 9 maart). Ze onderzochten daartoe de kalkstenen die in zee werden afgezet. Die gesteenten geven blijk van een tijdlang vrijwel constante aanvoer van het isotoop helium-3, dat kenmerkend is voor stof van andere hemellichamen dat op aarde terechtkomt. In dit geval was die aanvoer constant doordat opgewerveld stof van het ingeslagen object langzaam uit de lucht op aarde terugviel.

Uit hun onderzoek blijkt dat een (bijna) wereldwijd voorkomend kleilaagje dat de grens tussen Krijt en Tertiair aangeeft (en dat ook in de kalkstenen is terug te vinden), binnen 8.000-12.000 jaar moet zijn afgezet. Na dit interval vond weer kalksedimentatie plaats. De onderzoekers redeneren dat de duisternis na de inslag waarschijnlijk enkele jaren heeft geduurd. Toen het weer lichter werd, begon vooral in de oceanen het leven weer op gang te komen. Dat leven in zee produceerde kalk (schaaltjes en skeletjes) dat bezonk en op de bodem kalksteenpakketten vormde. Zo'n 10.000 jaar na de inslag groeide het kalkpakket weer even snel aan als voor de inslag. Kennelijk was die tijd voldoende om het ecosysteem in zee te herstellen en om weer grootschalige voedselketens te krijgen. De kalksedimentatie bleef vervolgens zo'n 20 miljoen jaar vrijwel constant.

    • A.J. van Loon