Mond- en klauwzeer 6

In de debatten over MKZ, BSE etc. wordt weinig aandacht besteed wordt aan de rol van dierenartsen en landbouwingenieurs.

In 1965 ben ik in Utrecht begonnen met de studie diergeneeskunde. In de loop van de jaren merkte ik dat niet het welzijn van het dier, zoals je had mogen verwachten, maar het geld centraal stond en dat er aan die indoctrinatie bijna niet te ontkomen was. Zo moest je bijvoorbeeld berekenen hoe je in zo min mogelijk tijd zoveel mogelijk varkens met zo min mogelijk voer zo zwaar mogelijk kon krijgen, en werd het idee `dat men vroeger kippen gebruikte als broedmachines' met die hilarische kwinkslag naar het landbouwmuseum verwezen. Met een grote vanzelfsprekendheid werden we voor de bio-industrie klaargestoomd. Geluiden van protest hoorde je niet of nauwelijks. Er was geen traditie om de ethische aspecten aan de orde te stellen; het dier was voornamelijk instrument om geld te maken. Na mijn eerste doctoraal ben ik, gedwongen door nachtmerries over geknoei met dieren opgehouden met die studie.

Als je enige jaren in zo'n klimaat vertoefd hebt, sta je niet te kijken van de problemen die zich nu voordoen. De technocratische aanpak, die, naar ik begrepen heb, ook aan de Universiteit van Wageningen en aan landbouwhogescholen hoogtij vierde, levert zijn vruchten op. Door buitenstaanders worden dierenartsen al gauw gezien als advocaten van de gedomesticeerde dieren en met de lugubere televisiebeelden van de laatste tijd zal een veearts ook wel uitkijken om zijn andere kant te tonen. Maar achter de schermen van die gesloten wereld is hun rol toch vooral die van voortrekker en begeleider van de winstgevende bio-industrie geweest.

De opleidingen aan de universiteiten en hogescholen zullen inmiddels sterk veranderd zijn, naar ik hoop met veel aandacht voor de ethische aspecten aan onze omgang met levende wezens. Maar de mensen die nu zitting hebben in beleidsvormende veterinaire organen zullen veelal nog behoren tot de generatie die indertijd zo gehersenspoeld is. Of die nog buiten de hun opgelegde denkkaders kunnen treden, is de vraag.

    • Annelies Sturm