Mond- en klauwzeer 2

Met de MKZ-crisis lijkt de gemeenschappelijke agrarische politiek van de Europese Unie zijn grenzen bereikt te hebben. Alle lidstaten onder dezelfde non-vaccinatieregels te laten vallen doet geen recht aan de verschillende omstandigheden van veehouderij en de verschillend liggende exportbelangen van de verschillende lidstaten.

Is dit nu bij uitstek een gelegenheid om het Europese subsidiariteitsbeginsel toe te passen? Waarom niet eigenlijk. Het heeft twee voordelen: ten eerste politiek. De nationale verantwoordelijkheid wordt genomen daar waar de nationale overheden de eerst aangewezenen zijn om handelend op te treden. Ten tweede praktisch: op nationale schaal kan worden overgegaan op een manier van bestrijden van mond- en klauwzeer waar, althans in Nederland, tot diep in de jaren vijftig van de 20ste eeuw veel ervaring mee opgedaan is: vaccinatie en isolatie. Voor eventuele export kan dan altijd nog een aparte lijn worden opgezet. Die dieren worden apart behandeld en krijgen het keurmerk: exportkwaliteit.