Markt heeft gelijk

Er is dus wel degelijk ook veel voor te zeggen dat de markt uiteindelijk altijd gelijk heeft.

Op wat langere termijn gezien – als fluctuaties op de koersgrafiek zich voor het oog verdichten en er een meer vloeiende beeld ontstaat – blijkt er wel degelijk een hechte relatie tussen wat er binnen een bedrijf gebeurt en de waarde van een aandeel. En als dat geldt voor individuele bedrijven, dan geldt het ook voor de beurs als geheel.

Als de beurswaarde van een bedrijf of bedrijfstak over een langere periode sterker stijgt dan doorsnee, wordt dat eigenlijk altijd ondersteund door een bovengemiddelde groei van de winst per aandeel (N.B.: Verwar de winst per aandeel niet met het uitgekeerd dividend.) En koersen die landurig niet of weinig stijgen corresponderen bijna altijd met bedrijven die een flets toekomstperspectief.

Dit maakt dus duidelijk dat beurzen per saldo wel door gezond verstand geregeerd worden, en ook dat ze werkelijk iets anders zijn dan een casino en een piramidespel. Want bij een gokspel wordt de inleg van deelnemers alleen maar herverdeeld; er wordt geen waarde toegevoegd. Bedrijven voegen wel waarde toe. Obligatie worden beloond met een jaarlijkse rente en aandeelhouders maken direct (dividend) of indirect (koersstijging) aanspraak op de winst die een bedrijf overhoudt nadat de rente is betaald.

Als beleggers over álle informatie zouden beschikken die er toe doet om te kunnen weten hoe de winstgevendheid van een bedrijf zich zal ontwikkelen, en ze zouden die informatie allemaal op dezelfde wijze interpreteren, dan zouden grafieken van aandelenkoersen prachtig strakke lijnen zijn. Maar dat is natuurlijk utopie. Niet iedereen hééft dezelfde informatie, en de manier waarop informatie wordt uitgelegd lóópt nu eenmaal sterk uiteen. Het is dus logisch dat beurzen, waar al die beleggers met elk hun eigen visie bij elkaar komen, zich zo onlogisch gedragen.

    • Bert Bakker