Liever tofu dan kip

De levens van individuele dieren tellen niet, zegt de omstreden bio-ethicus Peter Singer. Dat deugt niet, vindt hij, we moeten ons handelen veranderen. Hij is daarom zelf veganist. `Als je die dieren nu op grote schaal gedood ziet worden, kun je bijna van euthanasie spreken.'

Peter Singer komt al 25 jaar op voor dieren maar een dierenknuffelaar is hij niet. Hij is veganist, iemand die alle dierlijke producten mijdt. Zonder de banden te verbreken met vrienden die wel dieren eten. ,,Ik ben nooit helemaal overgestapt naar een andere wereld'', observeert hij. ,,Ik beschouw mensen die nog kip eten niet als morele monsters''.

Voor Singer is het een kwestie van ethische logica om dieren rechten toe te kennen. Hij heeft daar veel over geschreven. Zijn moraal is helder; daar heeft hij God niet voor nodig. Volgens sommigen schakelt hij emoties iets te veel uit bij het definiëren van de ethisch levende mens. Zou zijn levenslange strijd tegen nodeloos lijden van dier én mens misschien zo fel zijn als reactie op de Holocaust, die drie van zijn vier Weense grootouders verzwolg?

Het antwoord is typerend: ,,Anderen hebben dat wel gesuggereerd, maar ik heb werkelijk geen idee of er een grond van waarheid in zit. Het is even aannemelijk dat het komt door de tandarts die ik als kind had. Die heeft me veel pijn gedaan.'' Sentimentele psychologie is niet zijn richting.

We eten `internationale couscous', gebakken paprika en aubergine, noten en humus. Met water in een gezellig plastic glas. De faculty club van Princeton, een van de oudste universiteiten van Amerika, heeft ook een nette eetzaal, maar Singer komt daar niet graag. De kantine in de kelder is goed genoeg. Een sobere levensstijl ligt hem meer. Passend voor een filosoof die een boek publiceerde met de titel How are we to live?

Zo is het ook geen verrassing dat deze man, wiens woorden in ruime mate woede én waardering hebben opgeroepen, in de praktijk weinig praatziek is. Zijn ouders vluchtten net op tijd naar Australië. Hij doet geen moeite zijn down under-accent te verbergen: `rate' klinkt als `right'. Singer antwoordt in afgemeten zinnen op vragen die slechts bij uitzondering de kern van zijn filosofisch universum lijken te bereiken. Van zijn eerste boek Animal Liberation zijn sinds 1975 een half miljoen exemplaren verkocht, maar een meeslepend pamflet is het niet.

Peter Singer schrijft droog én gedreven, een ongebruikelijke combinatie. ,,Ik was er altijd op uit de wereld te veranderen'', beaamt hij zonder omhaal. Op papier formuleert hij niet bijster ingewikkeld, maar wel op een hoog abstractieniveau. En meestal met een verbale zuinigheid alsof hij een telegram verstuurt dat per woord betaald moet worden. Zo ook in deze eetruimte waar velen zich iets anders hebben opgeschept dan de vegetarische dagschotel. Het academisch walhalla op tachtig kilometer ten zuidwesten van New York heeft de moed gehad hem te benoemen, maar is niet massaal tot zijn leer overgegaan.

Hij is er aan gewend geraakt. Vanaf het moment dat hij, nog geen dertig jaar oud, zijn studies in Melbourne en Oxford samenbalde in het boek dat een fundament legde onder de dierenbevrijdingsbeweging, is Singer een zeldzame kruising tussen straatprofeet en studeerkamergeleerde. Hij liet zich in het centrum van Melbourne opsluiten in een kooi om te protesteren tegen de levensomstandigheden van kippen in legbatterijen. Geweldloze actie is zijn praktische ethiek. Hij erfde het voorzitterschap van Animal Rights International van zijn overleden New Yorkse vriend en volgeling Henry Spira. In '96 stelde hij zich namens de Groenen kandidaat voor de Australische Senaat. Tevergeefs, tot opluchting van de aartsbisschop van Melbourne die hem `Herodes' propaganda minister' noemde.

En ook in Amerika stond niet iedereen te juichen, toen Princeton twee jaar geleden na een wereldwijde speurtocht vaststelde dat Peter Singer de beste bio-ethicus was die zij kon krijgen. Hij heeft zich ontwikkeld tot de Jean-Paul Sartre van het post-industriële tijdperk: hij verkent de explosieve achterkant van de gewoonste aspecten van ons leven armoede, eten en sterven. Rijken moeten twintig procent van hun inkomen aan armen afstaan. Men hoort geen dieren te doden voor eten, jassen of tassen. Het kan wreedheid zijn mensen `wier leven niet waard is te worden geleefd' niet te helpen sterven. Dat soort opvattingen wekken in sommige landen paniek bij groepen die zich kwetsbaar voelen. Zij schuiven hem duistere motieven in de schoenen. Singers streven naar gelijke rechten is velen te consequent.

De voedselcrisis in Europa is ver weg van het Amerikaanse bord. McDonald's heeft na een lang proces net beloofd de kippen iets ruimer te huisvesten. Kentucky Fried Chicken is minder toeschietelijk. De apocalyptische brandstapels in Engeland zijn hier op de televisie veel korter vertoond dan de laatste schietpartij op een Amerikaanse high school. Maar Peter Singer weet wat er in Europa gebeurt. Geeft de natuur hem een beetje gelijk?

Eerst ziet de filosoof het verband niet tussen zijn denken en het boerenverdriet en de angstgolven bij etende burgers veroorzaakt door gekke koeienziekte en mond- en klauwzeer. Vlees eten was altijd al fout in Singers ogen, een gewoonte gebaseerd op ,,de onhoudbare gedachte dat de mens een hoger soort is dan andere dieren''. Hij gelooft evenmin in de wraak van de natuur. ,,De natuur is geen bewust handelende instantie.'' Filosofisch een gebrekkige vraag.

,,Maar de gekke koeienziekte laat natuurlijk wel zien hoe weinig wij beseffen wat we dieren eigenlijk aandoen. We voeren runderen, waarvan iedereen dacht dat zij graseters waren, bijproducten van het slachthuis. Tot deze episode realiseerde men zich niet hoe ver zij door de huidige veeteelt verwijderd zijn van hun natuurlijke manier van leven. Zij staan in donkere mesthokken en krijgen allerlei vreemde dingen te eten, cementstof, oude kranten, schapenhersens. Het is niet verrassend dat dit tot gekke gevolgen leidt. Maar voor mij is de verwerpelijkheid van deze praktijk niet gebaseerd op de schadelijke effecten voor de gezondheid van de mens. Wat verwerpelijk is zijn praktijken die geen rekening houden met de belangen van het rundvee. Men kijkt alleen maar naar de goedkoopste manier om een pond rundvlees te produceren. Dat is het enige dat telt in het huidige ongereguleerde vrije marktklimaat.''

Hij is niet vegetarisch opgevoed, al herinnert hij zich dat zijn vader hem als jongetje wees op de wrede aspecten van het sportvissen. Het muntje viel pas toen hij als student in Oxford in de vroege jaren zeventig gefascineerd raakte door het vleesloze eetgedrag van een paar medestudenten. Zij wezen hem op de vernederende behandeling die vleesdieren ondergaan en het complete gebrek aan respect voor hun welzijn. ,,Sommige wezen op de parallel tussen de behandeling van vleesdieren en die van slaven, die in Afrika werden gevangen, verscheept en verkocht alsof het instrumenten waren. Toen ben ik me gaan afvragen of ik de behandeling van dieren in overeenstemming kon brengen met mijn overige opvattingen over mensen. Ik kwam tot de slotsom dat ik dat niet kon.''

Singer en zijn vrouw Renata bekeerden zich tot het veganisme. Ook hun schoenen zijn koevrij. De kip mag haar eieren houden. Kijkt hij sindsdien vol afgrijzen naar mensen die om de hoek een broodje dood varken of een geroosterd kippenbeen halen? ,,Het is vreemd. Dat zou eigenlijk wel moeten als je doordenkt, maar zo reageer ik niet. Ik heb zelf ook kip gegeten en gedacht dat het in orde was. Ik accepteer dat mensen om allerlei redenen vlees eten. Soms vraag je je wel af waarom goed opgeleide mensen het blijven doen. Die moeten toch enig benul hebben van wat die dieren doormaken. Sommige activisten gaan alleen nog maar om met andere vegetariërs – dan krijg je echt een sfeer van woede en walging over alles wat andersdenkenden doen. Ik heb altijd op universiteiten met veel niet-vegetariërs gewerkt. Ik zit een beetje gevangen tussen twee werelden.''

Peter Singer werkt sinds '99 als hoogleraar bio-ethiek binnen het Instituut voor Menselijke Waarden, Ivy Lane 5 te Princeton. Vooral organisaties die zich sterk maken voor gehandicapten, zoals Not Dead Yet en Disability Awareness in Action hebben alles gedaan om dat te verhinderen. Zij meenden dat Singer hun leden naar het leven stond met zijn verkenningen van de grenzen tussen zinvol leven en een bevrijdende dood, met name voor kinderen. Hem werd verweten dat hij de onzalige medisch-biologische opvattingen van het Derde Rijk nieuwe geloofwaardigheid zou bezorgen. Om dezelfde reden voerde Princeton Students against Infanticide felle actie tegen de benoeming en werd de president van de universiteit met de dood bedreigd.

De conservatieve columnist John Leo sprak in US News and World Report van `Singers Final Solution'. The Wall Street Journal vergeleek hem met Hitlers topadviseur Bormann. Wie Peter Singer op het web opzoekt, loopt nog steeds een goede kans in de fuikjes terecht te komen van degenen die hem Dr. Death noemen. Miljardair Steven Forbes, onsuccesvol presidentskandidaat en Princeton-bestuurslid, schortte zijn contributies aan de universiteit op zolang Singer er hoogleraar zou zijn. Dat gaat hem de nodige miljoenen besparen want Singer (geboren in 1946) heeft er veel zin in, en na de aanvankelijke ordeverstoringen worden zijn colleges goed bezocht en verlopen normaal.

Princeton oogt als een Amerikaanse versie van Oxford, maar dan rijker, groener en ruimer. Op een van de eerste echte lentedagen bevestigt de vrij fietsende intelligentsia van morgen het beeld van een ideale Amerikaanse campus. Vorige week werd tegen deze idyllische achtergrond de zoveelste academia-film opgenomen, dit keer met Russell Crowe in de hoofdrol.

Het is een van de topuniversiteiten in een land waar de Australiër Singer overigens nog niet zo veel mee op heeft. Hij vindt het sociale weefsel in Amerika bedenkelijk sleets en beoordeelt de productie-omstandigheden van fabrieksvlees als de bedenkelijkste in de wereld. Maar men koestert er particuliere universiteiten die het beste van het beste gewoon vinden. Daarom is Singer gekomen. Hij erkent volmondig dat het intellectuele klimaat hier stimulerender is dan in zijn eigen land. Hij doceerde tot twee jaar geleden aan de universiteit in Melbourne hetzelfde vak.

De vrijheid van meningsuiting is hier bovendien groter dan in Duitsland waar lezingen over zijn boek Practical Ethics moesten worden afgelast omdat actievoerders niet wilden dat iemand hoorde wat hij te zeggen had over de waarde van het leven. Zijn reputatie als pleitbezorger van euthanasie op zwaar gehandicapt geboren kinderen was hem nuanceloos vooruit gesneld. Hem werd niet vergeven dat hij het menselijk leven niet onder alle omstandigheden in stand wil houden. Dat was een hellend vlak, eerder bewandeld door de nazi's.

In Zwitserland werd een lezing onmogelijk gemaakt door een roerige minderheid die `Singer Raus! Singer Raus!' scandeerde, een minder dan subtiele verwijzing naar `Juden Raus!'. Achteraf concludeert Singer dat de Duitse vertaling op enkele punten ongelukkig was. De zinsnede `a life not worth living' was zo vertaald dat de indruk kon ontstaan dat hij sommige levens beschouwde als een smet op das Volk. Vertaler noch uitgever had die bui zien hangen.

Critici verwijten hem soms een zekere rechtlijnigheid bij het nastreven van gelijkheid tussen levende wezens, met alle gevolgen van dien. Dat is een type kritiek waar Singer niets van moet hebben. ,,Ik ben nooit rigide. Je moet altijd doen wat de beste gevolgen heeft. Als er aanwijzingen zijn dat iets tot rampspoed leidt, moet je het vooral niet doen. Ik ben een `consequentialist' die gelijkheid waardeert zolang de uitkomst positief is voor zo veel mogelijk betrokkenen. Gelijkheid is geen doel op zich.''

Singer wordt achtervolgd door zijn af en toe gedane uitspraak dat het moreel geboden is voor welgestelden om tien, twintig procent van hun inkomen aan armen te geven. Hij houdt zich er niet helemaal aan, bijna niemand doet het. En hij vindt dat je dit soort principes alleen moet volhouden als het helpt. Zodra hij tot de overtuiging zou komen dat het economisch contraproductief was, bijvoorbeeld omdat het prikkels tot werken doodt, zou hij er meteen mee ophouden.

,,Ik ben geen gelijkheidsfanaat'', verzekert Peter Singer, maar tegelijk voelt hij zich ongemakkelijk bij de eenzijdige gelijkheidscultuur van de Verenigde Staten. ,,Gelijkheid betekent hier gelijke kansen aan de startlijn, voor zwarten, voor latino's, voor armen, dat is Amerika. Iedereen kan het van een houthakkershut schoppen tot het Witte Huis. Maar verder is men helemaal niet zo geïnteresseerd in gelijkheid. In iedere race zijn winnaars. Die mogen hier rijk en beroemd worden. Daar jubelt deze cultuur over. Jammer voor de rest.''

Amerikanen beweren bij hoog en bij laag dat hun systeem uiteindelijk de meeste welvaart produceert. Singer bestrijdt dat. ,,Amerikanen zijn erg provinciaals. Zij weten weinig van Australië of Europa. Dat veel Europese landen een systeem van gezondheidszorg voor iedereen hebben, dat redelijk tot goed werkt, is velen volstrekt onbekend. Hetzelfde geldt voor sociale zekerheid. Ik zou liever arm of ziek zijn in Australië of Nederland dan in de Verenigde Staten. Amerika is te ver doorgeschoten. Alles wat naar het sociale riekt is verdacht.''

Singer is nog steeds onbespreekbaar in Duitsland. In de rest van Europa worden zijn boeken verkocht en is hij in trek voor lezingen en debatten. Ondanks de huidige agripaniek is hij voorzichtig optimistisch over wat daar in de veeteelt gebeurt. De legbatterijen en het fokken van kalveren in kisten worden de komende tien jaar geleidelijk afgeschaft.

Er moeten 250 miljoen kippen opnieuw worden gehuisvest. En ook de intensieve varkenshouderij wordt aangepakt. Europa verbetert de omstandigheden van voedseldieren en ligt daarin voor op de Verenigde Staten, meent Singer.

Maar wat is precies het verschil tussen het opeten van een redelijk verzorgd dier en het opeten van een dier dat niet goed is behandeld. Dood moeten ze alletwee. Peter Singer: ,,Ieder levend wezen, mens of dier, kan beter een goed dan een miserabel leven hebben, ook al wordt ie een keer gedood. Dat geldt zowel uit het oogpunt van het dier als uit dat van de mens. Het doden van een kip is als kwaad natuurlijk niet vergelijkbaar met het doden van een mens. Wij zijn ons bewust van ons eigen leven; wij kunnen kiezen om verder te leven en wij denken over onze toekomst. Het doden van een menselijk wezen die door wil leven is een zeer ernstige zaak. Voor een kip geldt dat niet. Maar als alles verder gelijk is, dan valt een goed leven voor een kip te verkiezen boven een rotleven. Een kip heeft overigens geen gevoel voor autonomie. Je kunt de toekomstplannen van een kip niet doorkruisen. Het beste wat je voor kippen kunt doen is voorkomen dat zij nodeloos lijden. Dat is belangrijker dan ervoor te zorgen dat zij niet worden gedood. Koeien hebben misschien enig besef van hun eigen leven en toekomst. Daar kun je over van mening verschillen.''

Singer zegt verscheurd te zijn over de brandstapels en alle andere massale slachtingen waar de huidige mond- en klauwzeercrisis toe leidt. Voor dieren die altijd binnen staan, voor varkens die letterlijk klem worden gemest is het leven toch al ellendig. ,,Als je die dieren nu op grote schaal gedood ziet worden, kun je bijna van euthanasie spreken. De omstandigheden waaronder zij leven zijn zo slecht dat de dood geen verlies betekent.''

Is de voedselcrisis in Europa nog ergens goed voor, vraag ik Singer, terwijl hij bedachtzaam in een paar mooie bramen prikt. Hij haalt zijn schouders zachtjes op en oppert dan: ,,Misschien zien de mensen nu duidelijker dat de levens van individuele dieren niet tellen. Dat schreef ik in '75 al, maar nu kan iedereen het met zijn eigen ogen zien. De boeren zorgen er wel voor dat de binnenkant van de intensieve veehouderij nooit wordt gefilmd. Het doden, opvegen en wegslepen dat de laatste weken iedere avond op tv komt symboliseert dat de hele praktijk niets om dieren geeft. De mensen die deze geladen beelden zien kunnen zich afvragen of zij deze praktijken willen blijven steunen. Zo niet, dan moeten zij serieus overwegen vegetariër te worden. Dan weten zij zeker dat zij geen deel uitmaken van dit systeem.''

Op de vraag of hij overeenkomsten ziet met de manier waarop mensen soms met elkaar omgaan, remt Singer duidelijk af. ,,Er is een vergelijking mogelijk met de racistische mentaliteit van de slavendrijvers van vroeger. Maar ik geloof niet dat de behandeling van dieren een kwaad is dat je op één lijn kunt stellen met die van slaven vroeger. Het gaat om verschillende schalen. Ik voel er ook niet voor te zeggen dat wat wij dieren aandoen lijkt op wat de Bosnische Serviërs de moslims hebben aangedaan. Er is sprake van hegemonie-gedrag van de ene groep ten opzichte van de andere, maar verder is vergelijking niet zinvol.''

Mensen die het in principe met hem eens zijn over het recht van dieren op een fatsoenlijke behandeling, zullen vaak niet de conclusie trekken dan ook geen dieren meer te eten. Het makkelijkste argument daarvoor is: we hebben sinds mensenheugenis dieren gegeten. Dat brengt Peter Singer toch nog even terug in de Balkan. ,,Je moet er van uitgaan dat mensen een paar morele overwegingen hebben. Wat in Bosnië is gebeurd willen wij niet meer. We hebben `misdrijven tegen de menselijkheid' geformuleerd en een tribunaal in Den Haag ingesteld. We accepteren niet meer wat daar is gedaan. Al was het lang niet de eerste keer dat het allemaal gebeurde. Ik zou willen dat wij zeiden: wat wij dieren hebben aangedaan – soms lijkt dat wel een eeuwigheid – dat blijven we niet doen. Het deugt niet. We gaan ons handelen veranderen.''

En als er een vos komt die mijn groente wil opeten, of of alle kippen, of mijn dochtertje? Singer: ,,Natuurlijk hoeven mensen hun leven of dat van hun kinderen niet te offeren. We moeten onszelf voeden en zullen wel eens in conflict komen met een dier. Waar ons leven op het spel staat gaan onze belangen voor die van het dier. Maar niet omdat we liever kip eten dan tofu.''

Singers onlangs verschenen `Writings on an Ethical Life' werd gisteren besproken in Boeken.