JAMAICA

Phileas Fogg ging in 80 dagen de wereld rond, Bob Marley in 80 concerten. De Achterpagina gaat in 80 hits de wereld rond. Vandaag de 41ste bestemming: het Jamaica van Bob Marley.

Toen Bob Marley op 21 mei in 1981 naar zijn graf in zijn geboorteplaats Nine Mile op Jamaica werd gebracht, stonden de mensen rijen dik langs de tientallen kilometers lange weg naar het dorpje. Marley was dan ook meer dan een vroeg overleden popster. Hij was (en is) een nationale Jamaicaanse held, die een staatsbegrafenis kreeg waarbij zowel de premier als de oppositieleider van Jamaica aanwezig was.

Bob Marley's muziek is diep geworteld in Jamaica. Niet alleen maakte hij het hobbelende ritme van de Jamaicaanse reggae over de hele wereld geliefd, maar ook zong hij vaak over zijn land. Geen ander oeuvre in de popmuziek, zelfs niet dat van Bob Dylan, is zozeer een spiegel van een maatschappij als dat van Bob Marley.

Voor Marley, een overtuigd rastafari-gelovige die in Ethiopië het beloofde land zag, was Jamaica een bijbels `Babylon'. Zoals eens het joodse volk in ballingschap leefde in Babylon, zo leefden de rastafarianen, nakomelingen van slaven uit Afrika, in gevangenschap in Jamaica.

In zijn nummers schetst Marley dan ook een grimmig beeld van het Jamaicaanse Babylon. Zelfs het troostrijke `No Woman No Cry', dat in Nederland in 1975 de 25ste plaats van de Top 40 haalde, begint met een sombere opmerking over Trenchtown, de krottenwijk van de Jamaicaanse hoofdstad Kingston waar Marley woonde. ,,Cause I remember when we used to sit / In a government yard in Trenchtown / Observing the hypocrites'', zo begint dit nummer.

In `Trenchtown' geeft Marley meer details. Hier wonen de verworpenen die in ketenen worden gehouden, zingt hij. Maar muziek zal de Trenchtown-bewoners bevrijden. Dit is ook de strekking van Marley's `Trenchtown rock' uit 1971: ,,One good thing about music, when it hits you feel no pain / So hit me with music, hit me with music / (–) / Trench town rock, give the slum a try / Trench town rock, never let the children cry.''

Maar in `Concrete Jungle' uit 1973 biedt zelfs muziek geen troost of hoop. ,,No chains around my feet / But I'm not free, oh-ooh! / I know I am bound here in captivity / (–) / in this concrete jungle'', zingt Marley over het `betonnen oerwoud', zoals het deel met sociale woningbouw van Trenchtown wordt genoemd.

Nog grimmiger is `I Shot The Sheriff', waarmee niet Marley maar het Engelse gitaarwonder Eric Clapton in 1974 een wereldhit haalde. ,,I shot the sheriff, but I didn't shoot no deputy'', luidt de eerste regel van dit lied dat volgens kleinzielige puristen niet gezongen mag worden door een welvarende blanke popmuzikant als Clapton. In de rest van het lied blijkt sheriff John Brown het leven van de ik-figuur onmogelijk te maken. ,,Sheriff John Brown always hated me / For what I don't know'', zingen Marley en Clapton. ,,Ev'ry time I plant a seed / He said, `Kill it before it grows'.'' Maar het blijft niet bij het verbieden van het kweken van wat, gezien de grote liefde van rastafarianen voor marihuana, wel cannabis moet zijn. Op een dag probeert sheriff Brown de ik-figuur neer te schieten, maar die beschikt over een uitstekende reflex, zodat de sheriff zelf de dood vindt.

Marley heeft nooit willen zeggen in hoeverre `I shot the sheriff' autobiografisch is, maar het was in ieder geval geen onwerkelijk nummer voor het Jamaica van de jaren zeventig. Schietpartijen waren aan de orde van de dag in Trenchtown en ook plunderingen, waarover Marley in `Burnin' & Lootin' zingt, kwamen regelmatig voor.

Er is maar één lied van Bob Marley, waarin Jamaica niet als verschrikkelijk oord wordt voorgesteld: `Smile Jamaica' uit 1976. Marley schreef het dan ook op verzoek van de toenmalige Jamaicaanse premier Michael Manley, die een vrolijk nummer over Jamaica wilde voor zijn verkiezingscampagne. Getuige regels als ,,Said, I see you're having fun, / Dancin' to the reggae rhythm, / O island in the sun'' voldeed Marley hieraan.

Maar ironisch genoeg werd Marley twee dagen voor hij `Smile Jamaica' op een verkiezingsconcert voor het eerst ten gehore zou brengen, door onbekenden neergeschoten in zijn huis.