`Ik wil van het platteland geen landbouwmuseum maken'

Met ethische gelegenheidspolitiek wil Nederland de crises in de landbouw bestrijden, zegt commissaris Franz Fischler. Een gesprek over mond- en klauwzeer, gekkekoeienziekte en de landbouw van de toekomst: `We moeten de technische mogelijkheden van wetenschap en industrie optimaal benutten.'

Mond- en klauwzeer heeft Franz Fischler vroeger nooit meegemaakt op de boerderij van zijn grootouders in Tirol. Wel herinnert de Europese commissaris van Landbouw zich de ontsmettingstapijten wegens de ziekte, ze lagen een of twee dorpen verderop. Fischler – een massieve Oostenrijker van midden vijftig, grijze baard, grijze haardos, grijs pak – zit als een gebalde egel achter zijn bureau in Brussel. Hij leest de krant. Hij werkt door MKZ niet harder dan normaal, zegt hij, twaalf tot veertien uur per dag. ,,Alleen liggen de prioriteiten wat anders.''

Franz Fischler, sinds 1995 in functie, is een veteraan in de Europese Commissie. Hij is de enige uit de vorige ploeg die op zijn post bleef. Tot zijn eigen tevredenheid: ,,Deze Commissie is spontaner, minder formeel.'' Fischler heeft het naar zijn zin in Europa. Een verzoek van de Oostenrijkse president Thomas Klestil of hij kanselier wilde worden, heeft hij afgewezen, zegt hij. Dat gebeurde in februari 2000, toen de christen-democratische partij van Klestil en Fischler met grote tegenzin werkte aan een coalitie met de rechtsradicale FPÖ van Jörg Haider. Ook in de toekomst zal hij bedanken voor het kanselierschap, zegt Fischler. Waarom? ,,Ik wil niet terug in de nationale politiek'', luidt het korte antwoord.

Het horloge om zijn pols heeft een Europa-blauwe wijzerplaat, met de gele sterren van de lidstaten als cijfers. Vorig jaar formuleerde hij zijn gedachten over Europa (en Oostenrijk) in een boek onder de titel Ins Zentrum Europas. Fischler: ,,Ik vergelijk het verschil tussen een nationale en een Europese omgeving met het bergachtige land waar ik vandaan kom: als je in het dal zit, geven al die bergen om je heen je een beperkte horizon. Als je dan op de berg komt, krijg je een nieuwe zienswijze, een nieuwe dimensie.'' Later zegt hij: ,,Het probleem is dat men in lidstaten denkt, in Oostenrijk, maar ook in Nederland: wij zijn hier en Brussel is daar. Men realiseert zich niet dat de EU uiteindelijk niets anders is dan hetgeen waarover de lidstaten het met elkaar eens kunnen worden. Zoals mensen zich nu probleemloos Brabander èn Nederlander voelen, zo moet het ons lukken te zorgen dat men zich Nederlander èn Europeaan voelt.''

Sinds de Europese landbouw eind vorig jaar verzeild raakte in de grootste crisis sinds een halve eeuw, kan Fischlers beleidsterrein rekenen op een centrale plaats in het gemoed van de Europese burgers. Een half jaar geleden stortte de rundvleesconsumptie in door de onrust over de gekkekoeienziekte – er wordt 25 procent minder vlees gegeten dan gebruikelijk. Nu verhit de mond- en klauwzeerepidemie de gemoederen. Boeren en burgers in Nederland, Groot-Brittannië, Duitsland en Frankrijk eisen vaccinatie van het vee tegen mond- en klauwzeer en protesteren tegen de vernietiging van tienduizenden dieren. Landbouw is emotie geworden, en `Brussel' geldt als de boeman. Daar verdedigt de Europese Commissie immers het tien jaar geleden door de lidstaten genomen besluit inenten te verbieden omwille van de export van Europese producten.

Commissaris van Landbouw Fischler fungeert in dit beeld als opperboeman. Dat was hij al eens eerder. Tijdens de eerste BSE-crisis, in 1996, waren het Britse boeren die Brussel platlegden en leuzen riepen als: `Fischler killer van de boeren'. Fischler beroept zich er nu nog graag op dat hij voorstelde de Britse grenzen te sluiten voor runderen en rundvlees, zodra wetenschappers een link legden tussen de gekkekoeienziekte en de voor mensen dodelijke hersenziekte Creutzfeldt-Jacob. Het was in die tijd zijn voorstel, zegt hij, om een nieuwe commissaris voor Consumentenbescherming en Gezondheid te benoemen, ,,om de verdenking weg te nemen dat anders altijd een agrarische lobby bepaalt wat wel of niet gezond is''. In de huidige crises opereert Fischler in nauwe samenwerking met de Ier David Byrne, de commissaris van Consumentenbescherming en Gezondheid. ,,De samenwerking verloopt prima'', zegt Fischler. ,,Collega Byrne doet de crisisbeheersing, en ik kom in het spel als er marktverstoring optreedt of als zich problemen voordoen met de afzet of de export.''

Het non-vaccinatiebeleid gepaard met de preventieve ruimingen dat u en Byrne verdedigen, leidt in Nederland tot een anti-Europees sentiment. Wat vindt u daarvan?

,,Ik begrijp wel dat de boeren, vooral in regio's die dichtbij de door mond- en klauwzeer getroffen gebieden liggen, nerveus en bang zijn. Maar hoe begrijpelijk dat ook is, het uitroeien van een ziekte hangt niet af van de mate waarin burgers zich opwinden. We moeten ons houden aan de mening van de vakmensen, de experts. Vaccinatie redt de dieren niet, dát is het probleem. Als we nu in Europa alle dieren zouden inenten, verhindert dat juist dat we MKZ weer snel kunnen uitroeien, want dan kunnen we de verspreiding van het virus niet meer traceren. We moeten aan de burgers duidelijk maken waarom we zo handelen en het misverstand oplossen dat het ons alleen te doen is om de export. Het gaat om het uitroeien van de ziekte in Europa. En trouwens, het is zo gemakkelijk gezegd: `We geven voorrang aan het leven van onze dieren boven de exportbelangen.' Maar denk dan ook aan het effect als bijvoorbeeld Nederland binnen Europa geen varkensvlees meer kan exporteren. Dan kan meteen de helft van de varkenshouders de productie staken. De negatieve gevolgen daarvan zijn veel massiever dan die van een MKZ-uitbraak. De getroffen boer, ja, die is slecht af. Maar voor hem maakt het uiteindelijk niet uit of hij zijn varkensproductie moet stoppen omdat een van zijn dieren ziek geworden is, of omdat niemand meer een varken van hem koopt. Dat is even tragisch.''

Vorige maand stelde Fischler voor miljoenen runderen op te kopen en te vernietigen om de ingestorte rundvleesprijs te ondersteunen. ,,Niet ethisch verantwoord'', riep een aantal lidstaten, Nederland het hardst: je maakt geen gezonde dieren af bij wijze van prijssteun. Is Fischler inderdaad een beul, alleen gevoelig voor harde economische argumenten? Nee, zegt hij zelf. Hij heeft er over gesproken met een professor in de theologie.

Franz Fischler, de slachter van tienduizenden varkens en koeien, om economische redenen. Doet dat beeld u iets?

,,Ik ben zeker bereid mijn verantwoordelijkheden te nemen, maar ik neem niet de verantwoordelijkheid voor misinformatie. Als in een debat – zoals over het opkoopprogramma voor rundvlees – met ethiek wordt geschermd, moet je ethisch verantwoorde principes ook serieus nemen en doorredeneren. Met een professor in de theologie heb ik erover gesproken dat de catastrofe, de crisis, het eerste kwaad is. Als je ethisch denkt, kan je voor de bestrijding helaas niet meer doen dan de methode kiezen die het geringste kwaad inhoudt. Je kan de vleesopkoopacties een kwaad noemen, maar wij kunnen bewijzen dat we ons al met al zeer hebben ingespannen het geringste kwaad te kiezen. Er was al sinds januari een opkoopactie waarbij het ging om de gezondheid, niet alleen om de markt. Daarbij speelde dat we niet bereid zijn het risico te nemen dat in het levensmiddelenkanaal niet op BSE getest vlees komt. In de drie maanden dat de EU en de lidstaten nu opkopen, hebben we al 300.000 ton vlees van de markt genomen en vernietigd. Deze maatregel heeft ertoe geleid dat duizenden boeren niet failliet zijn gegaan. Die sociale verantwoordelijkheid is denk ik ook een ethisch doel: je moet de nood die voor boeren is ontstaan, proberen te verminderen.''

Het Nederlandse bezwaar tegen het opkopen en vernietigen van gezonde dieren is in uw ogen dus wel een ethisch argument? U wekte eerder een andere indruk door te zeggen dat dieren altijd worden geslacht – het enige verschil is dat ze bij vernietiging niet worden opgegeten.

,,Het is wel een ethisch argument, maar mijn bezwaar is dat Nederland niet consequent ethisch is. Ethiek is niet deelbaar. Uw minister van Landbouw (L.J. Brinkhorst, red.) kan niet zeggen: wanneer de Europese Unie het vlees opkoopt en vernietigt, is dat geen probleem, maar wanneer de Nederlandse staat eraan moet meebetalen wel. Verder staat het de Nederlandse staat in principe vrij opgekocht vlees niet te vernietigen maar op te slaan, maar daarbij doet zich een reusachtig praktisch probleem voor. Er is in heel Europa slechts opslagruimte voor een kwart miljoen ton vlees, en die ruimte is dit jaar al na drie maanden voor een kwart gevuld. We kunnen dus binnenkort helemaal niets meer opslaan.''

U zegt dus: ook Nederland zal niet ontkomen aan de vernietiging van opgeslagen rundvlees?

,,Als Nederland wegens ethische bedenkingen rundvlees niet wil vernietigen, dan moet het ook bereid zijn op zoek te gaan naar alternatieven. Dan ligt het voor de hand dat de staat bijvoorbeeld probeert vlees in particuliere opslagruimten op te slaan of vleesconserven via humanitaire programma's te verstrekken aan mensen die honger lijden. Ik ben er op tegen dat we op grote schaal `runderhulp' sturen naar de Derde Wereld. Dat maakt de markt daar kapot. Maar het verstrekken van producten als corned beef aan crisisgebieden of aan armenhuizen, maakt de binnenlandse landbouw nergens kapot.''

Mond- en klauwzeer en BSE hebben de hervorming van de Europese landbouw weer tot een brandende kwestie gemaakt. De schijnwerpers zijn gericht op de penibele leefomstandigheden van dieren in intensieve veehouderijen of tijdens commercieel interessante lange-afstandstransporten van vee. Het productieverhogende krachtvoer dat jarenlang aan koeien is gevoerd bleek neer te komen op een industrieel georganiseerd kannibalisme. Het besef groeit dat er een einde moet komen aan het klassieke Europese landbouwbeleid dat gericht is op een zeer hoge productie. Er moet een àndere landbouw komen, maar welke?

De vier kinderen van Fischler hebben hun vader, die is gepromoveerd als bodemkundige en landbouwkundig ingenieur, eigenlijk nooit anders gezien dan bezig met het hervormen van de landbouw. Eerst deed hij dat, begin jaren negentig, als minister in Oostenrijk, waar hij de biologische landbouw opvoerde tot een aandeel van tien procent en waar hij het model van de `multifunctionele landbouw' invoerde: de boer die tegelijk skileraar is, of campinghouder. Ook binnen de Europese Commissie heeft Fischler zich altijd als hervormer beschouwd. Het inkomen van de kleine boer wil hij niet garanderen door prijsregulering, maar door directe inkomenssteun die verbonden is aan kwaliteitseisen – milieu, dierenwelzijn. Daarnaast maakt hij zich sterk voor de `tweede pijler' van het Europese landbouwbeleid: de ontwikkeling van het door leegloop bedreigde Europese platteland.

In Duitsland heeft de Groene minister Renate Künast haar hoop gevestigd op het kleine, eerlijk producerende familiebedrijf. U veroordeelde dat als een achterhaald idyllisch idee.

,,Nee, zo heb ik het niet gezegd. Ook ik ben van mening dat familiebedrijven de ruggengraat van de Europese landbouw moeten blijven. Maar ik ben niet voor een idyllische romantische bedrijfsvoering waar elke boer alle soorten dieren heeft en waar de moderne mogelijkheden niet worden gebruikt. Ik wil van het platteland geen landbouwmuseum maken. We moeten ook de moderne technische mogelijkheden van de wetenschap en industrie optimaal gebruiken, ook de gewasbestrijdingsmiddelen. Ik ben geen Maschinenstürmer.''

U ziet geen tegenstelling tussen intensieve en voedselveilige landbouw?

,,Er is wel een zekere spanning, en er zijn ook wel grenzen overschreden. Het is niet acceptabel dat de boer per tankwagen direct van de silo voer aangeleverd krijgt en niet meer weet wat hij aan zijn dieren voert. En we hebben veel te verbeteren aan de opleiding van de boeren. Die moet beter kunnen inschatten wat de gevolgen zijn van de moderne techniek die hem ter beschikking staat.''

In Nederland komt nu door de MKZ-crisis een discussie op gang of het land niet te klein is voor de intensieve landbouw. Wat denkt u?

,,Het probleem is niet de grootte van uw land, het is de manier waarop in Nederland landbouw wordt bedreven. Er moet nog veel gebeuren om de grote intensiteit van de veehouderij in een aantal regio's omlaag te brengen. De saneringsplannen voor de varkensstapel bijvoorbeeld hebben nog altijd geen effect gehad. Er zijn nu weer elf miljoen varkens. Nederland doet ook nog lang niet genoeg aan de bestrijding van de milieubelasting door de mest. De Europese nitraatrichtlijnen zijn nog steeds niet doorgevoerd, terwijl de huidige minister zelf als ambtenaar in Brussel heeft meegewerkt aan het opstellen ervan. Nederland moet daarmee in overeenstemming handelen.''

Mond- en klauwzeer is aanleiding te pleiten voor minder diertransporten en gesloten productiesystemen. Vijftig jaar geleden hing men bij een besmette boerderij gewoon een bordje aan het hek met de tekst `mond- en klauwzeer' en dat was het dan. Kunnen we daarnaar nog terug?

,,Ja, vijftig jaar geleden deed de boer dat, maar het gevolg was dat het decennia duurde voor dat MKZ was uitgeroeid. En aangezien de ziekte nu in veel ontwikkelingslanden blijft heersen, moeten we andere maatregelen treffen. Er bestaat echt geen reden om runderen uit Nederland levend naar Calabrië brengen, alleen maar om ze daar te slachten. Daarom moet het mogelijk zijn veetransporten korter te maken of geheel te verhinderen. Ten eerste is voor vrachtwagens autorijden te goedkoop in Europa. Verder – en daar werkt collega Byrne nu aan – moeten om redenen van dierenbescherming strengere eisen worden gesteld aan de uitrusting van voertuigen, en moeten de rijtijden worden teruggebracht. Verder kunnen we de productiekringen kleiner maken door combinaties van veehouderij en verwerkingsindustrie sterker te bevorderen, zodat voor deze `verbonden' systemen de concurrentieverhoudingen verbeteren.''

U heeft steeds gezegd: we bestrijden eerst de crisis, en dan praten we over hervormingen. Wordt de toenemende maatschappelijke druk om de landbouw en de landbouwpolitiek te hervormen niet te groot?

,,Dat is zeker een probleem dat we niet moeten onderschatten. Maar er is tegelijk ook een Europese agenda van hervormingen waar we niet omheen kunnen. En die agenda, de Agenda 2000, heeft de Commissie niet uitgevonden, dat is een kalender tot 2006 waarover de regeringsleiders van de Europese lidstaten het eens zijn geworden, en die zij twee weken geleden in Stockholm nog hebben bekrachtigd. Als je succes wil hebben, heeft het weinig zin te vechten tegen de overeenstemming van de lidstaten of deze te bekritiseren. Het is beter de tijd zo goed mogelijk te benutten om verder te komen. Wat wij nu kunnen doen is veel intensiever en vaker met alle betrokkenen praten over wat de maatschappij eigenlijk vraagt van de landbouw. Collega Byrne en ik gaan over een paar weken beginnen met rondetafelgesprekken in elke lidstaat met vertegenwoordigers van alle partijen. We houden daarbij vast aan de doelen van Agenda 2000: dat we een milieuvriendelijkere landbouw willen, dat de voedselveiligheid op de eerste plaats moet staan, dat de landbouwpolitiek minder bureaucratisch moet zijn en dat de landbouw concurrerend moet zijn.''

U weet dus eigenlijk al wat de maatschappij vraagt...

,,Op deze uitgangspunten zegt iedereen ja. Maar over de manier waarop we die uitgangspunten kunnen bereiken, lopen de opvattingen zeer uiteen. Nederland en Duitsland zijn zeer pro-hervorming, dat geldt misschien ook voor Denemarken, Zweden en het Verenigd Koninkrijk. Maar andere landen hebben precies de tegenovergestelde mening.''

Zoals Frankrijk...

,,Ja, bijvoorbeeld. Als wij succesvolle voorstellen willen doen, moeten we daarom zorgen dat die zeer precies en grondig zijn geanalyseerd.''

U wacht ook eerst de resultaten af van de Franse presidentsverkiezingen begin 2002, of heeft dat er niets mee te maken?

,,Als we daarmee rekening houden kunnen we nooit voorstellen doen. Er zijn voortdurend verkiezingen, na de Franse komen eind 2002 weer de Duitse. Nee, aan het einde van dit jaar zijn we klaar met de discussies en de analyses en dan kunnen we overzien hoe we de doelen van de gemeenschappelijke landbouwpolitiek beter kunnen bereiken.''

Fischler raakte onlangs al gevoelige politieke snaren door zich openlijk af te vragen hoe rechtvaardig het is dat bijna de helft van het Europese landbouwbudget (ruim 40 miljard euro per jaar) naar de akkerbouw gaat, waarvan vooral Frankrijk profiteert. ,,Een tweede vraag is of het juist is dat 90 procent van het landbouwbudget voor de klassieke directe betalingen voor marktverordeningen wordt gebruikt, en maar 10 procent voor de plattelandsontwikkeling. Daar moet antwoord op komen als we de hervormingen in 2003 op regeringsniveau gaan bespreken.''

Wat is de rol van de biolandbouw in de `goede landbouw' van de toekomst?

,,Een toenemende groep consumenten zal bij voorkeur biologische producten kopen. Maar dat zal nooit meer worden dan 10 procent of misschien een beetje meer – daarom kan de biolandbouw niet de oplossing zijn voor de problemen van de Europese landbouw. Wij moeten ons in eerste instantie bezighouden met het overgrote deel dat op andere wijze zal worden geproduceerd. Daarvoor geldt de minimale limit dat alle levensmiddelen veilig zijn. Daarna kunnen we praten over de extra kwaliteitseisen, die kunnen uiteenlopen volgens de verschillende wensen van consumenten. Doorslaggevend voor een moderne agrarische politiek is dat zij gebaseerd is op de wensen van de maatschappij. Boeren gaan er nog te veel vanuit dat zij zelf kunnen bepalen hoe de producten moeten zijn. Als je succes wil hebben, moet de productie zich aanpassen aan de vraag, niet omgekeerd.

    • Hans Buddingh' René Moerland