Hoog van de toren

Twee weken geleden betoogde Frank Kalshoven in de Volkskrant, dat onderwijs de afgelopen decennia niet te klagen heeft gehad over gebrek aan geld, aangezien de uitgaven aan onderwijs gunstig afstaken bij andere overheidsuitgaven. Ter ondersteuning van zijn stelling produceerde hij vervolgens cijfers die het tegendeel aantoonden. De week daarna gooide hij het over een andere boeg, namelijk de ontwikkeling van de reële uitgaven per leerling, die de afgelopen 20 jaar nagenoeg gelijk zijn gebleven. Vorige week heb ik uitgelegd waarom die cijfers juist duidelijk maken hoe zeer er is bezuinigd.

Inmiddels is Kalshoven er toe overgegaan zich te verdiepen in de sector waar hij twee weken lang als een haan zonder kop over schreef: het onderwijs. Hij heeft het nu over de besteding van bepaalde gelden en de zinvolheid daarvan. Uitgebreid wordt stilgestaan bij het gegeven dat allochtone leerlingen in de bekostiging voor 1,9 tellen en dat nooit is onderzocht of dit te veel, te weinig of gewoon genoeg is. Vervolgens wordt voorgesteld dit te onderzoeken.

Dit herinnert mij aan een column die ik schreef in juni 1989 in Elsevier. Ik verbaasde mij er toen hardop over dat nooit was onderzocht of de kosten van dit beleid die, meende ik toen, die van de RSV-affaire benaderden, ook maar enig effect sorteerden. Onderwijsminister Deetman reageerde hier toen verbolgen op: ``Het resultaat dat we met het beleid beogen is nog niet wat het zijn moet. Dat is ook niet zo vreemd als we ons bedenken dat Nederland nog maar kort met een flinke instroom van allochtone leerlingen te maken heeft. Momenteel is bovendien de tussentijdse instroom van allochtone kinderen door de gezinshereniging aanzienlijk, hetgeen vanzelfsprekend het gemiddelde der leerprestaties drukt. Daar komt bij, zoals uit onderzoek blijkt, dat er zeker twee tot drie generaties overheen gaan om achterstanden weg te werken en er sprake kan zijn van integratie. (...) Aan dit soort evidente weerbarstigheden gaat de heer Prick volstrekt voorbij.''

De column waar Deetman toen op reageerde ging over de Nederlandse journalistiek, die geen aandacht besteedde aan het onderwijs, terwijl daar, ondanks schrijnende bezuinigingen, zo betoogde ik, evident geld over de balk werd gesmeten. Ik droeg toen een aantal voorbeelden aan die mij meer dan de moeite waard leken om kritisch naar te te kijken: de volstrekt overbodige Open Universiteit die in ons dichtbeuniversiteite landje werd opgericht, terwijl de bestaande universiteiten moesten inkrimpen, de geldsmijterij als gevolg van de manier waarop het onderwijs rechtspositioneel zat dichtgetimmerd, en daarnaast dus dat extra geld voor allochtonen waarvan niemand wist of dat ook effect had. Dat leek me journalistiek gezien interessant om te onderzoeken en het verheugt me nu natuurlijk uitermate dat Kalshoven uiteindelijk op dit punt is uitgekomen. Want het betekent dat bij hem het besef doorbreekt dat cijfers op zichzelf niet alles zeggen; je moet ook weten waar ze voor staan.

Die extra uitgaven voor allochtonen moeten Kalshoven overigens ook tot het inzicht hebben gebracht dat de stijging van de reële uitgaven voor het basisonderwijs tussen 1980 en 1995 met 13 procent, niet de vetpot betekende waartoe hij eerder concludeerde. Die was meer dan nodig, gezien de toename van het aandeel van de allochtone leerlingen. Het zou interessant zijn als Kalshoven en al die andere economen die hoog van de toren blazen als het gaat om de toegenomen kosten van ons onderwijs, dit soort zaken in hun berekeningen zouden meenemen.

prick@nrc.nl