Hollands Dagboek: Jo Coenen

De Maastrichtse architect Jo Coenen (51) is hoogleraar aan de TU Delft en is sinds oktober rijksbouwmeester. Deze week presenteerde hij het winnende ontwerp voor de renovatie van het Rijksmuseum. Coenen en zijn vrouw Marlies hebben een zoon, Camiel (9).

Woensdag 28 maart

Met twee medewerkers van de rijksgebouwendienst bespreek ik mijn laatste ideeën over de Jubikavel, de plek in het centrum van Den Haag waar ik gebouwen ontwerp voor de ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken. De opdracht daarvoor had ik al gekregen vóórdat ik als rijksbouwmeester werd benoemd. De puzzelstukken beginnen redelijk op hun plaats te vallen. Daarna vergaderen over de aanpassingen van de Ridderzaal, waar liefst vóór prinsjesdag de baldakijn van de troon en de stoelen opnieuw moeten worden bekleed.

Inmiddels is de jury van de prijsvraag voor het Rijksmuseum gearriveerd aan het Noordeinde, waar ik mijn bureau in januari jongstleden naartoe verhuisde. De zeven inzendingen zijn hier achter slot en grendel uitgestald. In een nazit aan het eind van de middag trekken we gezamenlijk conclusies. Het algemene gevoel is dat de Nederlanders vanwege moeilijke toevoegingen of onderaardse ingangen toch moeten afvallen. Wij constateren dit met grote spijt en zitten er eigenlijk mee. Het houdt in dat er aan het Museumplein weer een buitenlander toegevoegd zal worden. De Oostenrijker Heinz Tesar valt als eerste buitenlander af omdat hij te veel ingrepen voorstelt die niet alleen tegendraads zijn, maar ook budgettaire twijfels oproepen. De discussie spitst zich toe op de keuze tussen Chemotov en Cruz & Ortiz. De elegantie, geraffineerde en simpele beheersing van Cruz & Ortiz wint het ten slotte van de rigiditeit van Chemotov.

Donderdag

Lezing voor de voorbereidingsgroep van het ministerie van Landbouw, Natuur en Visserij, dat plannen heeft voor nieuw- en herbouw. Ik vertel over de rondbouw en slingerende wand in mijn stadskantoor Delft en de moeizame realisatie daarvan. Over de TU in Karlsruhe, waar ik als hoogleraar heb gewerkt en waar collega-hoogleraren mij meenamen in een rondgang door de cour als zij echte problemen met mij wilden bespreken. Over kantoren in Berlijn en Düsseldorf. Na een aandoenlijk gesprek over getroffen boeren, verantwoordelijkheid en roeping van het ministerie LNV en Brussel word ik bedankt voor de aanstekelijke voordracht.

In mijn kantoor aan het St. Servaasklooster in Maastricht toon ik 's avonds aan de opdrachtgever de laatste versie van ons project voor een raadszaal aan de Maasmarkt. Weken hebben mijn medewerkers gewerkt aan een prachtige uitneembare houten maquette. Enigszins verdeeld over de nog uit te werken varianten verlaat het gezelschap om 22.30 uur het pand.

Vrijdag

Prachtig weer in Maastricht. Met `de bus', een Chrysler Voyager met chauffeur Hans achter het stuur, naar het Noordeinde voor spoedberaad met de Japanse architecte Moriko Kira. Volgende week presenteert zij haar voorstel voor de verbouwing van het Catshuis, met toevoeging van een perskamer en een grote vergaderzaal. Wij hebben een zware discussie over Moeder Aarde, kunstmatigheid, de nieuwe constructie, dakbedekking en regenafvoer en de Amerikaanse architect Louis Kahn. Ik ga met haar tot op het bot, omdat ik vind dat ze daar sterker van kan worden. Het gesprek duurt dus langer dan het geplande halfuurtje.

's Middags naar het ministerie van Justitie voor afstemming met de leiding van de rijksgebouwendienst over de nieuwbouwplannen. PvdA-wethouder A. Hilhorst van ruimtelijke ordening vraagt mij mee te werken aan het stedenbouwkundige plan van Richard Meier voor de Turfmarktroute, die langs de JuBi-kavel zal voeren. Ik herhaal nog eenmaal tot helderheid van een ieder dat míjn ontwerp daarvoor ongeveer anderhalf jaar geleden geselecteerd is op basis van Europese criteria. Dat ik dus architect voor de renovatie en nieuwbouw van JuBi ben en dat dit misschien nog niet tot in Amerika is doorgedrongen. Dat ik graag loyaal wil blijven aan de totstandkoming van de nieuwe huisvesting, maar niet tegen elke prijs.

Onderweg met `de bus' terug naar Maastricht bel ik bij een tankstation Richard Meier in New York op. Hij zegt dat hij mijn werk bewondert en daarom graag met mij en misschien ook Carel Weeber wil meedenken.

Zaterdag

Naar hockey met Camiel, een te gemakkelijke overwinning op een te jong team. 's Avonds na de opening van de Werner Mantz fotoprijs-tentoonstelling in de Capucijnenstraat in Maastricht naar café Tribunal met vrienden en familie. Na een aantal omzwervingen sluiten wij af in Café de Pieter en Café Chique en belanden om twee uur 's nachts in bed.

Zondag

Rustdag. Veel paars en mooie muziek in een prachtig geel doorzonde moderne mergel-betonkerk van Boosten. Een mengeling van Corbusier en Oscar Niemeyer uit de jaren zestig in Maastricht.

Opening van een tentoonstelling over de architect Laurens Bisscheroux. Een overweldigende opkomst en enthousiaste herkenning van verleden tijden, een prachtig boek en indringende gesprekken in café Bijsmans met organisatoren, familieleden en bevriende burgemeesters.

Maandag

Het mooiste weer in Maastricht. De terrassen vullen zich opnieuw met rieten stoelen. Ik schrijf aan het juryrapport van de meervoudige opdracht voor het Rijksmuseum. In café Tribunal krijg ik een broodje Máxima voorgeschoteld, een pittig gelegenheidsstokbrood.

's Avonds kookt Marlies extra goed en gezond omdat ik voor haar gevoel te veel buitenshuis moet eten en ongezond leef. Daarna nog even naar kantoor om met neef Geert zijn laatste ontwerptekeningen voor een nieuwe toren in Eindhoven door te akkeren. Thuis werk ik bij het nuttigen van twee grappa's aan het moeilijkste deel van de tekst, de slotconclusie.

Dinsdag

Met de `bus' naar Den Haag. Onderweg pikken we mijn vriend Han van Wetering op, een briljant beeldend kunstenaar. Hij moet ook in Den Haag zijn, waar hij bij Struktuur 68 keramische objecten maakt. Het lijkt wel een schoolreisje met dit mooie weer.

Bij binnenkomst op het Noordeinde valt de een na de ander over me heen met vragen over het juryrapport en de cd-rom die ik morgen aan de pers wil overhandigen. Mijn medewerker Rob zegt dat de tekst over een uur echt definitief moet zijn. Een stille hint om op te houden met perfectioneren. Dat moet ook, want ik moet om 13 uur op het Binnenhof bij secretaris-generaal Wim Kuyken van Algemene Zaken zijn voor de beoordeling van de voorstellen voor het Catshuis.

Met mijn medewerker Charles van Marrelo loop ik naar Noordeinde 64, naast de prins, waar sinds januari mijn nieuwe atelier is ondergebracht. In plaats van vergaderingen en nota's bepalen schetsrollen en grote prikborden met tekeningen het beeld.

Ik haak op Lange Voorhout af voor een bespreking met directeur-generaal Fred van der Veen van de Rijksgebouwendienst en staatssecretaris Rick van der Ploeg over de rol van de opdrachtgever voor het Rijksmuseum. Ze vragen of de gekozen architect bij de presentatie morgen in het Rijks ook aanwezig zal zijn. Ik antwoord dat ik vanwege de strikte geheimhouding niemand van de architecten vóór het einde van de dag zal kunnen benaderen. Cruz & Ortiz zullen niet meer kunnen komen – tenzij ik hun nu mag berichten. Men is niet tegen en ik bel met Antonio Cruz. Ik val met de deur in huis met de vraag of hij het vliegtuig kan pakken om hier morgen te zijn. Hij weet zich het eerste moment geen raad met deze versluierde vraag, hervindt zich snel en wordt stil van trotse verbazing.

Om 17 uur loopt het atelier vol: juist vanavond is een eerste feestje georganiseerd zodat alle oude en nieuwe medewerkers elkaar beter leren kennen. Het is voor mij een groot plezier om zo snel zoveel nieuwe gezichten bij elkaar te zien. Ik houd à l'improviste een toespraak. Daarin spreek ik de hoop uit dat we de opgaven samen integraal zullen aanpakken en juist niet sectarisch. Wil het Rijk nog lang zijn rol kunnen vervullen dan moet dit atelier zich kunnen meten met professionele bureaus buiten het ministerie. Wij eten met z'n allen rond één grote tafel, het lijkt een reünie.

's Avonds begin ik aan mijn moeilijkste opgave sinds lang: de slechte tijding te brengen aan de zes niet gekozen architecten. Allen nemen ze het sportief op. Ik pak snel nog mijn tandenborstel en sokken en we vertrekken met `de bus' naar Schiphol om Cruz & Ortiz af te halen.

Woensdag 4 april

De cd-rom met alle gegevens over de zeven plannen voor het Rijksmuseum kwam pas vannacht gereed en wordt met een koerier in alle vroegte naar Amsterdam gebracht. Ik verkeer in grote spanning omdat deze cd-rom weliswaar de leidraad voor mijn presentatie is, maar ik niet heb kunnen controleren of de juiste beelden in de juiste volgorde er op staan. In de filmzaal stel ik onthutst vast dat naar mijn smaak te weinig cruciale beelden zijn opgeslagen. Ik moet ter plekke een andere wending aan het verhaal geven.

De zaal zit goed vol. We hebben gisterenmiddag afgesproken dat ik de spanning tot het laatst zal opvoeren. Ik kan het niet laten een sneer uit te delen aan degenen die zich al bij voorbaat denigrerend uitten over sommige gekozen architecten.

Cruz & Ortiz worden met applaus en tulpen onthaald. Zij roemen de open mind van Nederland, waar zij al eerder woningen bouwden op het Java-eiland in Amsterdam en nu woningen in uitvoering hebben op het Sphinx Céramique-terrein in Maastricht.

Beneden wacht een horde journalisten en cameraploegen. Het Journaal stelt de kietelige vraag: Cuypers was een katholiek, maakte dit museum als een soort kerk, Cruz & Ortiz komen uit het katholieke Spanje en Jo Coenen is van beneden de rivieren. Toeval? Ik antwoord dat architectuur geen grenzen kent.

Kleine maaltijd bij een restaurant aan het begin van het Noordeinde waar men voor mij een scherm installeert om het nieuws van acht uur levensgroot te kunnen gadeslaan. Marlies en Camiel bellen op over papa op tv. Tot vroeg in de ochtend schrijf ik verder aan dit Dagboek met Madonna's `Sky fits heaven'.

    • Jo Coenen