Het publiek

Vaak komen ze zelf ook op de motor, de toeschouwers bij motorcrosswedstrijden. Op off-the-roads bijvoorbeeld, waarmee ze zichzelf vooral na de race ook even een motorcrosser wanen. Even dingen doen die niet mogen. Zoals scheuren door de berm, over hobbels die vergeleken bij de bulten in de crosscircuits speldeknopjes zijn. Nog nagenietend van de wedstrijd de rebel uithangen, even Marlon Brando in The Wild One zijn.

Vorige week zondag beleefden de Nederlandse fans een schitterende dag in Valkenswaard, waar ze bij de Grote Prijs van Nederland in de 125 cc zagen hoe hun landgenoten Erik Eggens en Martijn de Reuver hoofdrollen vervulden. Sprinkhanen leken ze wel, zoals ze over de bulten hopten. Dansers in het zand. De Belgische sportman van het jaar, Joël Smets, stal de show in de 500 cc, de koningsklasse in het motorcross. Smets is hard op weg om een legende te worden, met een reputatie die nu al vergelijkbaar is met die van zijn landgenoot Roger de Coster, crossheld uit de jaren zestig en zeventig. Herrie en stank, dat is motorcross voor leken. De liefhebber snuift de uitlaatgassen uit de twee- en viertaktmotoren op als het parfum van een verleidelijke vrouw. Het geknetter van KTM's, Kawasaki's, Husqvarna's en Yamaha's rijgt zich aaneen tot een symphonie. Het is een feest om coureurs vlak voor je neus een bocht in te zien duiken, balancerend op hun motoren in de diepe sporen. Als acrobaten op het slappe koord.

Aflevering 25 van een serie over publiek.

    • Ward op den Brouw