GOD OP DE PLANKEN

Tien jaar geleden richtte Raoul Heertje Comedytrain op, een collectief van stand up comedians, enig in zijn soort. Café Toomler en het Comedy Café in Amsterdam zitten inmiddels avond aan avond vol. Comedy is snel, brutaal, hard en politiek niet correct. Maar de stand up is genadeloos overgeleverd aan zijn publiek. Een verhaal over de 'fear zone', over adrenaline en de bevrijdende lach.

Het is een zompige februari-avond in Amsterdam-Zuid. Café Toomler onder het Hilton Hotel, ingericht als een sobere nachtclub, is vrijwel helemaal vol voor de audities van Comedytrain. Zeven bloednerveuze wannabe's zullen vanavond een beetje sterven op het toneel. Of staat er een nieuw talent op, die de lach kan ontketenen? De spanning hangt in de lucht. De Master of Ceremonies (mc), routinier Bas Grevelink, warmt het publiek op. Hij brengt de stemming erin met een 'vooroorlogse' meezinger en kondigt de eerste debutant aan. Onder aanzwellend applaus en gejuich stapt een kleine blonde jongen het podiumpje op. Hij staat daar eenzaam met alleen een microfoon en wat licht. Kaler theater dan stand up bestaat er niet. Maar het blijkt een lefgozertje met een onnavolgbaar plattelandsaccent. Hij heeft dezelfde tomeloze ambitie als elke comedian. Hij wil dat het publiek zijn longen bol lacht. Maar vanaf zijn eerste woorden blijft het doodstil. Eerst stuwt de gêne het bloed naar je hoofd, maar al snel verspeelt de jongen zijn goodwill. De gedachten gaan dwalen en de lach is verloren. En toch is de pijnlijke scène in zijn naaktheid ook fascinerend en raadselachtig.

Mc Bas Grevelink slaat het tafereel gade: 'Waardoor komt het dat iemand grappig is? Het is echt een mysterie. Dat zie je pas goed als het niet lukt', zegt hij hoofdschuddend. Bij de meeste comedians die avond wordt het mysterie niet geopenbaard. Maar plotseling is er ook weer licht. Het is de magische stap van het schaamrood naar de schaterlach. Op het podium staat een lange, slungelige jongen, met haar dat als vitrage in zijn gezicht hangt. Patrick Meyer heeft het authentieke oog en de geschifte hersens. Hij ventileert bizarre observaties over het brede assortiment pindakaasmerken in de supermarkt. Hij vertelt hoe pindakaas ooit in een pot is beland. Hij gaat naadloos over naar de waterbeddenconcurrent, maar het dondert eigenlijk al niet meer, hij maakt kortsluiting met het publiek, de lach golft door de zaal.

Baldadig publiek

De magie van komedie, de goede grap, kan eigenlijk niet worden weergegeven op papier. De lezer mist de timing, intonatie, effecten en fysieke aanwezigheid van de comedian, en vooral ook de interactie met het publiek. Op papier is elke grap slecht. De slechte grap of comedian is al helemaal met geen pen te beschrijven. Zoals de laatste paljas die avond. Hij is zó plat dat het publiek zijn oren gewoon niet kan geloven. Eerst is er de schaamlach en dan worden de toeschouwers baldadig, opstandig. Hij wordt afgestraft met gehoon en zelfs met een striemend fluitconcert, maar de jongen heeft niets in de gaten, is niet van het toneel te branden.

'In Engeland word je gewoon met bierblikjes bekogeld als je zo slecht bent, dat werkt heel zuiverend', vertelt de Nieuw-Zeelandse comedian Bob Maclaren (36). 'Het publiek is hier veel te beleefd. Maar misschien is het wel pure angst bij zo'n jongen. De eerste keer ben je zo nerveus, you enter the fear zone. Je komt heel dicht bij een black-out. Het enige wat je ziet, zijn jouw voeten die naar het toneel lopen. Het is een ernstige vorm van bewustzijnsvernauwing.'

'Of je hebt een gigantisch bord voor je kop', zegt Hans Teeuwen na afloop van de audities. Teeuwen richtte in 1991 samen met onder anderen Raoul Heertje, Theo Maassen, John Jones en Arthur Umbgrove Comedytrain op, een collectief van stand up comedians, wat een unicum is in de wereld.

Vanavond is een groot deel van de vaste garde in Toomler, dat al ruim vier jaar het thuishonk is van Comedytrain. Howard Komproe, Najib Amhali, Rob Urgert, Cindy Pieterse, Raoul Heertje, Hans Teeuwen, Murth Mossel, Hans Sibbel, Micha Wertheim en Roué Verveer, allemaal hebben zij de fear zone wel eens betreden of weten wat het is om genadeloos op je bek te gaan.

Pure paniek

Cindy Pieterse (28), blond, mollig, met een buitengewoon vrolijk bebrild hoofd: 'Je wordt steeds nerveuzer en gaat sneller praten. Het publiek krijgt ook de zenuwen en kan je helemaal niet meer volgen.

Je ogen gaan tollen en het sluit kort in je hoofd. Je kunt niet meer nadenken. Het is pure paniek. Daar moet je mee leren omgaan.' Pieterse staat in Uithoorn twee dagen per week voor de klas. Ze belandde 'per ongeluk' op het toneel en treedt al vier jaar op als comedian.

Rob Urgert (32), klein, kaalgeschoren kop met bril, moest in de provincie op een open podium-avond invallen, ingeklemd tussen een buik- en een balletdanseres. Het publiek kwam niet om te lachen, hij werd verkeerd aangekondigd ('Rob Urghout heeft al zijn teksten helemaal zelf geschreven') en ging ten onder in een doodse stilte. 'Dan duren vijftien minuten erg lang. Die spanning was er meteen: Oh jee, een grappenmaker. Dat kan door van alles komen. Ik was toen ook nog helemaal niet goed. En het publiek voelt dat genadeloos aan. Die angst tussen performer en publiek schiet heel snel heen en weer. Je maakt een grap, die mislukt. Het publiek denkt: hij is niet leuk. De comedian begint te zweten, maakt een tweede grap. Die mislukt ook en hij denkt: het is kutpubliek, het zijn eikels, want ik ben wel leuk. Je gaat forceren. Dat zie je vooral bij beginners, dat beuken. Routiniers kunnen ook de aandacht pakken door niks meer te zeggen. Door het te benoemen, of het tegendeel te doen. Een van de bekendste trucs is, om na een mislukte grap te zeggen: 'Nou, de stemming zit er lekker in vanavond.' Zo los je die spanning dan op. Als je gaat doorrossen, ben je afgeschreven. Hoe kom je daar overheen? Heel veel whisky drinken, nadenken en het een week later opnieuw proberen. Je gaat daar staan en het bewijzen. Dat betekent dat je óf gek en aandachtsgeil bent óf dat je echt iets in huis hebt, maar het nog niet kan laten zien. Op het podium staan ze allebei. Die gekken, zonder enige reflectie, zijn heel gevaarlijk. Dat hebben we vanavond weer kunnen zien.'

Mislukte cabaretiers gezocht

'Ik wist dat ik grappig was, maar je moet het ook op donderdagavond om tien over negen in café de Schele Kikker kunnen', vertelt Raoul Heertje. En daarom zette hij tien jaar geleden een advertentie in de krant met de tekst: 'Mislukte cabaretiers gezocht'. Hij was in 1990 tijdens de voorselectie van het Camerettenfestival door de organisatie de grond ingeboord. Maar Heertje wist twee dingen. Hij was inderdaad nog helemaal niet goed, maar het was niet zo'n bagger als men zei.

Er moesten meer van die mensen rondlopen, dacht Heertje. Comedians met misschien maar tien minuten echt goed materiaal, die zich wilden bewijzen. Toen nog volledig onbekende talenten zoals Hans Teeuwen, Theo Maassen en Arthur Umbgrove reageerden op de advertentie en zo werd Comedytrain opgericht.

Het collectief ging niet in theaters maar gewoon drie, vier keer per week in cafés optreden. 'We hebben echt in de foutste cafés gestaan', vertelt Heertje. 'Op het biljart en op plekken waar ze achter de fruitautomaten stonden te kotsen. Maar ik heb er altijd in geloofd. In een café moet je creatief zijn om de aandacht te trekken. Dat wordt vanzelf stand up. Onder de paraplu van het collectief kun je je ontwikkelen. En als jij op je bek gaat, is de avond nog niet verloren, want iemand anders blaast misschien wel het dak eraf. Je haalt uit zo'n groep je eigen leermeesters. Dat is uniek. Stand-uppers hebben normaal geen flikker met elkaar te maken. Je moet een jaar kunnen spelen, terwijl je nog helemaal niet goed bent. Een comedian begrijpt dat, een willekeurige impresario of cafébaas niet.'

Vrijgezellenparty's

Een donderdagavond begin februari aan het Max Euweplein, vlakbij het Leidseplein. Het Comedy Café Amsterdam, ingericht als een imitatie-bruine-kroeg, is nog leeg. De club is kleiner maar ook compacter dan Toomler. Mc Wilko Terwijn drentelt al rond, laadt zich op. Het Comedy Café ontvangt - anders dan Toomler - ook vrijgezellenparty's en bedrijfsgezelschappen. Vanavond is het groepenavond. Een stoet van vijftig, zestig accountants betreedt de caféruimte. Goedgeklede dertigers, mannen en vrouwen, die er duidelijk zin in hebben. Er lijkt geen eind aan te komen, alsof een zak spliterwten gestaag leegloopt op het balkon. Daarna worden de andere gasten naar de gereserveerde tafeltjes gedirigeerd door de deurjongen.

Vanaf negen uur warmt Terwijn het publiek op met rake oneliners. Vanavond staan Marco Esser, Javier Guzman en na de pauze headliner (hoofdact) Bob Maclaren op het programma. De stijlen van de comedians - zoals bij elke stand up show - verschillen enorm. Esser, met een Haags accent, is een typische oneliner act, maar dan heel platvloers, met grappen over bejaarden, seks en voetbal: 'Ajax gaat volgend jaar in de Arena op schaamhaar spelen, want ze spelen toch kut.'

Maclaren is een virtuoze verhalenverteller, heeft het vermogen om beelden op te roepen, maar heeft een hele losse, terloopse stijl. Met een paar gebaren zet hij als kikker verklede carnavalsgasten neer. Javier Guzman (23), ook een observational comedian, zit daar met zijn stijl weer tussenin, heeft een mooie strakke act met oneliners, typetjes en verhalen vol zelfspot.

'Beelden oproepen is heel belangrijk', vindt William Sutton, Master of Ceremonies in het Comedy Café. 'Je ziet comedians die zichzelf een god maken. Die scheppen een heel universum, nemen je mee op een innerlijke reis. Die zijn voor mij het beste.' Maclaren behoort tot die categorie. Hij vertelt bijvoorbeeld een weergaloos grappig verhaal over hoe de schepping in Nieuw-Zeeland mislukte. Binnen enkele minuten tovert hij het toneel vol met gemankeerde beesten. Maar Maclaren vindt zijn stijl geen 'hogere' vorm van comedy. 'Dat is snobisme. Verhalen vertellen is nu de hipste stijl. Ik doe geen oneliners, omdat ik het ook helemaal niet kan. Ik kan geen verhaal vertellen in twee zinnen. Ik heb daar tien minuten voor nodig. Oneliners vind ik gewoon griezelig. Je laat alles afhangen van een paar grappen. Het publiek moet binnen tien seconden van je houden. Als er twee mislukken, ben je weg. Beelden maken is enorm belangrijk, je speelt een film af voor het publiek. Maar wat ik zelf het meest bewonder is: hoe schept de comedian de magie? Of hij dat nou doet met platte oneliners over seks of Romeo en Julia in het Fries, maakt niet uit.' MacLaren is sinds vier jaar fulltime comedian. Op zijn 22ste vertrok hij uit Nieuw Zeeland, werkte vijf jaar als dj in Tokio en reisde als straattheatermaker de hele wereld over. Via Engeland kwam hij in Nederland terecht. 'In Engeland is iedereen een comedian, de taxichauffeur, de krantenverkoper. Het continent is heel serieus.'

'Je moet authentiek zijn', vindt Heertje. 'Ik liep laatst langs een lingeriewinkel in de Utrechtsestraat, daar zag ik zo'n plastic been in een jarretel en dat vond ik heel opwindend. Ik vond dat zo zielig van mezelf. Daar vertel ik dan over. Dat is eigenlijk helemaal geen grap, het slaat nergens op. Maar er ontstaat iets heel aparts, je zegt iets wat je werkelijk meent en het publiek voelt feilloos aan dat het een echt verhaal is. Dat kan ik bij wijze van spreken wel aan een andere comedian weggeven, maar dan werkt het niet.

'De oneliner is gewoon een van de comedy-stijlvormen. Theo Maassen doet oneliners, die zijn zo eigen, die kan niemand anders vertellen. Maar er zijn comedians die alleen maar grappen schieten die verder niets met henzelf te maken hebben. Onderschat niet hoe knap dat is, maar ik vind het niet interessant. Het is inwisselbaar. Wat ik doe, dat kan niemand jatten, want dat ben ik.' Voor een comedian kan dan ook alles voorwerp van een grap zijn: van gestrande walvissen, wc-eenden, voetballende bse-koeien tot marmottentherapie, muzikale mongolen en mobiele telefoons. 'Maar de meest voorkomende thema's zijn toch wel man-vrouw-relaties en seks', zegt Maclaren. 'Daarom probeer ik dat altijd te vermijden. Maar als comedian zoek je ook naar onderwerpen die iedereen meteen kan begrijpen. Dan kom je per definitie uit op een cliché, een stereotype. Het gaat er natuurlijk om wat je daarmee doet. Jim Speelmans vind ik echt briljant. Het grote publiek kent hem helemaal niet, maar hij is zo bizar, donker, geschift en pathetisch. Speelmans vertelt verhalen over spastische kinderen tijdens een blind date. Maar hij zet ook de televisiekok Cas Spijkers neer die een appeltaartje gaat bakken in een asielzoekerscentrum. "Ik hoor dat jullie worden teruggestuurd. Hier opeten of...?o Dat vind ik hele intelligente comedy, want dat gaat ook over de decadentie van het Westen.'

Onder comedians heerst een verkwikkend gebrek aan politieke correctheid. Wat wel en niet taboe is, lijkt vooral een kwestie van persoonlijke affiniteit. De in Paramaribo geboren en getogen Roué Verveer grapt nooit over het koningshuis of de holocaust, maar maakt wel keiharde grappen over Antillianen en de slavernij. 'Ik heb er helemaal geen problemen mee dat Hollanders in slaven hebben gehandeld, ik vind het alleen maar jammer dat we het zelf niet hebben bedacht. Als ik het podium op kom, ziet het publiek een Surinamer, dat is een voordeel. Ze denken: hij gaat dingen vertellen die wij nog niet weten. Maar een verhaal over de slavernij geef ik wel een draai. En een harde grap over Antillianen zet ik in het midden van mijn set, zodat ik goodwill op kan bouwen. Zodra het publiek van je houdt, kun je met hele grove dingen komen. Maar soms zijn ze nog domweg niet zo ver, dan werkt het niet.'

'Veel autochtone Nederlanders vallen stil als je over Suriname begint', bevestigt Murth Mossel (31), een Amsterdammer van Surinaamse afkomst, die al zeven jaar comedian is. 'Ze denken dan aan ellende en Bouterse, krijgen plaatsvervangende schaamte. Maar stereotypes moet je gebruiken. Ik draai ze helemaal om. Wat gebeurt er als Suriname een kolonie zou beginnen in Europa? Dan moeten ze lachen, maar ik laat ook zien wat kolonisatie is.'

'Politieke correctheid bij het publiek is natuurlijk het grootste taboe', vindt ook Rob Urgert. 'Hou maar eens een pleidooi voor zinloos geweld of zeg dat je wel eens een mongool zou willen verkrachten. Ik denk dat je heel wat stof doet opwaaien. Maar het gaat er vooral om of jij die grappen wel wilt maken.'

Strakke opbouw

Meer dan in Toomler hebben de shows in het Comedy Café de conventionele opbouw van stand up, met een opening act, een middle act en een headliner, waarbij de kwaliteit steeds hoger wordt. De mc speelt een essentiële rol. Hij vertelt grappen, maakt direct contact met de toeschouwers, schoffeert ze en brengt na een mislukte act weer vaart in de show. Een van de vaste mc's, William Sutton, laat het publiek als opwarmertje bijvoorbeeld en masse een orgasme faken. Alles mag en kan, maar de opbouw van de show zelf moet strak blijven, vindt Sutton. 'Eerst twee sets van maximaal vijftien minuten, die geleidelijk omhoog gaan tot de pauze. Daarna komt de headliner, dan moet het knallen. Dat is de vorm van de show. Iedere comedian weet dat die boog bestaat. Daarom kunnen ze ook heel kwaad op elkaar worden, als iemand zijn avond niet heeft.'

In Toomler ligt de volgorde niet van tevoren vast. Maar ook de Traincomedians ontsnappen niet aan de boog, vindt Heertje. 'Je weet van tevoren dat de eerste speler niet het succes zal hebben van de laatste. Het stapelt zich op met de bedoeling dat het aan het eind explodeert. Bij ons doe je het voor je eigen gezonde, egoïstische belangen, maar is ook het collectief jouw belang.'

Ook het 'afzeiken' van het publiek door de mc is een van de conventies van stand up. Murth Mossel, vaak mc in Toomler, ziet het als een delicaat evenwicht. 'Je kunt iemand afzeiken, maar je moet het zo doen dat hij er zelf om lachen kan. Ik maak ook mezelf belachelijk. We noemen dat: de spiegel rond laten gaan. Ik heb misschien wel de macht en de microfoon, maar als iedereen zich van jou afkeert, wordt het nog een lange avond.' Dat directe contact met het publiek maakt de stand up comedian kwetsbaar en de avond altijd weer anders. De grote groep accountants geeft de avond in het Comedy Café een 'vreemde dynamiek', zoals Wilko Terwijn het noemt. Niet in de laatste plaats, omdat één vrouw op het schellinkje beschikt over een lach als een vulkaanuitbarsting. Haar hysterische uithalen borrelen soms al op voordat de grap komt en kaatsen hoog tegen de wand. 'She is screaming like a fucking banshee', zegt Maclaren misnoegd in een hoek van de bar, waar de comedians zich zitten op te pompen als boksers die de ring in moeten.

De comedian moet op wat horreur voorbereid zijn. De onwrikbare man vooraan bij het podium, die door geen regiment huzaren tot een grinnik is te bewegen. Of de man - het is altijd een man - die denkt dat hij de leukste thuis is en zijn platte grollen naar de comedian slingert. 'Je moeder is een hoer', roept een van de accountants gevat tijdens de act van Javier Guzman. Hij is even helemaal van slag, de vaart is eruit. 'Ik deed het stomste wat een comedian kan doen', zegt hij na afloop, 'ik trok het me aan.'

Sommige komieken zoals Heertje en Sutton weten daar briljant mee om te gaan. Ook Maclaren leerde in de Britse clubs en bierhallen hoe je een proletarisch publiek kunt overleven met oneliners over schapenneukers. 'Je moet de eerste twee minuten winnen. Dan houden ze van je', zegt Maclaren. 'Een van de dingen die ik al heel vroeg leerde is, dat je altijd het contact met het publiek moet houden. Ik heb een hele losse, rammelende stijl. Ik neem risico's. Ik meng verhalen over Wales met mijn ervaringen bij Ikea. Daar stop ik dan weer Jacques Cousteau bij. Als het in mijn kop opkomt, zet ik een zebra neer. Het publiek denkt: wat doet die zebra daar in vredesnaam? Zij weten het niet, maar ik ook niet. Maar je kunt het meteen oplossen: 'Well, that was a load of shit, wasn't it?' Dan lachen ze ook nog vaak. Je moet altijd die nerveuze energie blijven houden. Maar het kan altijd misgaan, ook bij de grote jongens.'

Geen energie

Dat blijkt een week later tijdens Late Night Comedy in Toomler. Elke zaterdagnacht spelen de Traincomedians een tweede voorstelling. Ook de komieken die al met avondvullende shows in het land staan, treden hier soms spontaan op. Die avond staat er een line up 'waar elke impresario een stijve van krijgt', zoals een van de comedians het formuleert: Bas Grevelink, Hans Teeuwen, Theo Maassen, Roué Verveer, Jan Jaap van der Wal, Raoul Heertje en Hans Sibbel. In Toomler ligt de lach voor deze comedians meestal al in een warm bedje te wachten, maar deze avond komt de show maar niet van de grond, het publiek is lauw, er is geen energie. Met Heertje komt de kentering, hij trekt de avond uit het slop, hij benoemt het: 'Jongens, wat een hartstikke leuke avond is het toch.' Hij dolt met een jongen uit Israël: 'Ik vind het zo zielig voor je dat je weer terug moet. Ze zien er allemaal hetzelfde uit daar.' Maar ook hij worstelt en zoekt de lach na een mislukte grap over Tandoori-restaurants: 'Tandoori-grappen doen het slecht de laatste tijd. Ik denk dat ik die maar de hele avond ga doen. Maar goed, ik wil het eigenlijk over Sharon hebben. Hij is een ongelofelijk stuk schorem, een oorlogsmisdadiger, dat moet ik gewoon zeggen. Maar misschien kan hij toch vrede brengen. Want die man is zo onwaarschijnlijk dik, dat hij in zijn eentje als Tempelberg kan dienen. Als je een moskee op hem bouwt, dan hebben beide partijen er wat aan. Kan hij nog wat bezette gebieden weggeven ook.' Hij krijgt de lach, maar is toch niet tevreden achteraf: 'Het blijft een wonder. Ik weet niet waar het nou aan lag', constateert Heertje. 'Je hebt eerder op de avond een goeie set gedaan. Het bloed raast door je aderen, maar er komt een nieuw publiek en het begint weer bij nul.'

'Je moet nooit de schuld bij het publiek leggen', denkt Rob Urgert. 'Maar je hebt gewoon mensen die niet te vermaken zijn, bijvoorbeeld een publiek van buikdansliefhebbers en demente bejaarden. Het verschil tussen een flauwe en een briljante grap is heel klein. Maar als ze zien dat je geen plezier hebt of bang bent, dan zullen ze nooit lachen. Want dan gaan mensen denken en ben je ze kwijt.'

Ook Roué Verveer weet het niet goed te verklaren. De eerste voorstelling ging 'fantastisch' en de nacht ervoor speelde hij ook al een kolkende show, samen met Murth Mossel en Howard Komproe, in de Kleine Komedie. 'Je komt het podium op en je weet gelijk wat je hebt, na de eerste grap, na de eerste woorden. Het publiek was stug, raar. Misschien waren we niet opgeladen genoeg. Energie is tachtig procent van je show. Maar je moet ook nooit opgeven.'

De goede comedian geeft nooit op, hij zal het publiek leren wat lachen is. Hans Sibbel treedt als laatste aan die nacht. Hij sluit de voorstelling af met een zinderende act, met de energie en snelheid van een mitrailleur, pure adrenaline. Het zijn observaties, soms gaat het nergens over, de verhalen drijven op de timing.

Het publiek ontlaadt zich, lachsalvo na lachsalvo. Dan is er de roes. De comedian rijdt op de golven van de lach over het podium. 'Na afloop zweef je door de nacht', zegt Urgert. 'Dat is toch een stuk spannender dan een memo van je secretaresse.'

'De lach is zoveel intenser en sterker dan een gewoon applaus, het is een instant effect, de cocaïne van de entertainment', vindt Sutton. 'Je staat daar met het idee, ik ga ze gek maken', zegt Murth Mossel. 'Als je dat lukt, dan is het als goeie seks, heerlijk. Daar doe je het voor.' M

Paul Andersson Toussaint is freelance journalist. Hij werkt regelmatig voor M.

Gerard Wessel fotografeert jeugd en jongerencultuur, voornamelijk voor Nieuwe Revu.

[Streamliners] 'We hebben echt in de foutste cafés gestaan. Op het biljart en op plekken waar ze achter de fruitautomaten stonden te kotsen.'

'Het publiek moet binnen tien seconden van je houden. Als er twee oneliners mislukken ben je weg.'

'Als ik het podium op kom, ziet het publiek een Surinamer, dat is een voordeel. Ze denken: hij gaat dingen vertellen die wij nog niet weten.'

'Je moet nooit de schuld bij het publiek leggen. Maar je hebt gewoon mensen die niet te vermaken zijn.'