Euthanasie komt voort uit verheven zelfbeeld

In Nederland is euthanasie altijd een `recht' waarover met anderen wordt onderhandeld, geen recht dat vrijelijk door het individu wordt uitgeoefend, meent James Kennedy.

Is het Nederlandse euthanasiebeleid – en het wetsontwerp dat nu bij de Eerste Kamer ligt – voor buitenlanders eigenlijk wel te bevatten? Premier Kok lijkt te denken van wel, gelet op zijn plannen eerder dit voorjaar om buitenlanders – en vooral andere West-Europeanen – het Nederlandse euthanasiebeleid `uit te leggen'.

Op het eerste gezicht is het Nederlandse euthanasiebeleid misschien niet zo moeilijk uit te leggen. Je hoeft alleen maar de zorgvuldigheidseisen op te sommen (een duurzaam stervensverzoek van de patiënt, geen plausibele alternatieven, etc.) en er misschien nog bij te zeggen dat de Nederlandse gezondheidszorg nationaal voortreffelijk is geregeld.

Nu euthanasie al vele jaren in brede kring wordt aanvaard, zien veel Nederlanders hun euthanasiebeleid als normaal en verlicht, en denken ze dat buitenlandse critici het zouden toejuichen, of – tenminste – veel van hun kritiek zouden intrekken, als ze maar hun ideologische oogkleppen afdeden en naar de feiten keken. Maar ik denk dat er meer nodig is om het Nederlandse euthanasiebeleid te begrijpen dan alleen naar de feiten te kijken.

Zelfs met een Nederlandse moeder en een Nederlandse vrouw en na een jarenlange studie in Nederland, blijft het Nederlandse euthanasiebeleid in veel opzichten voor mij een raadsel. Maar als ik het zou moeten uitleggen aan mijn Amerikaanse landgenoten (of andere wereldburgers), zou ik ten behoeve van buitenlanders de volgende inzichten willen toevoegen.

Denk niet dat het Nederlandse euthanasiebeleid zo vrijgevochten is. Ik krijg wel eens de indruk dat vooral gezonde Nederlanders denken dat euthanasie iets is waar geheel naar eigen goeddunken gebruik van kan worden gemaakt. Met andere woorden: ik ga dood als ík dat wil. Maar Nederland is geen wildweststaat en het is geen land van pure individualisten. Veel Nederlanders staan argwanend tegen over `individualisme' en dat zegt iets over de grenzen van de euthanasie in Nederland. Toen ik me verdiepte in het euthanasiedebat van de jaren zeventig en tachtig viel me op hoe vaak er werd betoogd dat euthanasie `verantwoord' moest zijn. Voorstanders van euthanasie beklemtoonden vaak dat mensen die hun arts verzochten om euthanasie of hulp bij zelfdoding rekening moesten houden met anderen en hun verzoek motiveren. De arts moet er tenslotte op toezien dat het verzoek ook `verantwoord' ís. En misschien is die nadruk op `verantwoorde euthanasie' in de neo-liberale jaren negentig dan wel wat afgezwakt, maar ik geloof toch dat hij nog bestaat. Dus zeg ik altijd tegen mijn weldenkende Amerikaanse vrienden dat Nederlanders die het over hun `zelfbeschikkingsrecht' hebben, dat vaak niet echt bedoelen, tenminste niet in absolute zin. Euthanasie is altijd een `recht' waarover met anderen wordt onderhandeld, geen recht dat vrijelijk door het individu wordt uitgeoefend.

Denk niet dat iedereen in Nederland euthanasie kan krijgen. Wie kan een geslaagd pleidooi voor `verantwoorde euthanasie' voeren? Zoals de antropologe Anne-Mei The heeft gezegd, komt er bij het krijgen en geven van euthanasie vaak een ingewikkeld sociaal spel kijken. Studies doen vermoeden dat de mensen die met het meeste succes euthanasie vragen goed opgeleid en welbespraakt zijn, en weten hoe ze een verzoek redelijk moeten laten klinken. Misschien dat het Vaticaan meer begrip voor het Nederlandse euthanasiebeleid kan opbrengen als wordt beklemtoond dat de euthanasiewet zich niet echt richt op de armen, de zwakken en de randfiguren – om die mensen gaat het niet. De wet is – om het uitdagend te stellen – bedoeld voor mensen als Els Borst en de lezers van NRC Handelsblad. Al te simpel gesteld natuurlijk, maar het ziet er wel naar uit dat degenen die `hun woordje kunnen doen' de injecties krijgen.

De Nederlanders vertrouwen hun artsen. Een van de redenen dat het Nederlandse euthanasiebeleid zo'n griezelige indruk maakt op buitenstaanders is dat de artsen eigenhandig doden. Als het wetsontwerp alleen had voorzien in zelfmoord met behulp van een arts (is hulp bij zelfdoding), zouden de buitenlandse tegenstanders misschien minder verontrust zijn. In de jaren zeventig, toen het Nederlandse euthanasiebeleid ontstond, vond een groot aantal voorheen strenge katholieken en protestanten een nieuw geloof in `medemenselijkheid', wat wilde zeggen dat het leed op alle fronten, lichamelijk én geestelijk, moest worden bestreden. Het Nederlandse euthanasiebeleid komt voort uit de verwachting dat de arts een verantwoordelijkheid had bij de bestrijding van dat leed en de zorg voor het algehele welzijn van degene onder zijn hoede, zelfs op diens sterfbed. Je zou kunnen zeggen dat een mengeling van broeders-hoeders-calvinisme en moderne utopische hoop aan de wieg stond van het Nederlandse euthanasiebeleid. Buitenlanders hebben vaak een stroeve relatie met hun arts, maar de Nederlanders koesteren een vertrouwelijke en `medemenselijke' verhouding met hun `huisartsen'.

De Nederlanders maken graag alles bespreekbaar. Het lijkt wel of veel Nederlanders denken dat een probleem al half is opgelost als ze het maar `bespreekbaar' maken. Dat is voor een Amerikaan een raar woord, dat niet echt te vertalen is. In Zweden is `euthanasie' nog altijd een taboewoord, maar in Nederland was er – vooral in de jaren '70 – al een campagne om euthanasie `uit de taboesfeer' te halen. Euthanasie mocht goed of slecht zijn, maar het was altijd slecht als het `stiekem' werd gedaan, zoals in de jaren zeventig en tachtig menig Nederlands commentator schreef. De Nederlanders lijken meer behoefte te hebben om de waarheid te vertellen en te horen dan bijvoorbeeld de Italianen, die het helemaal niet erg lijken te vinden dat er niet over euthanasie wordt gepraat. De `bespreekbaarheid' staat ook centraal bij de toetsbaarheid van het Nederlandse euthanasiebeleid. Veel buitenlanders begrijpen niet hoe de Nederlanders kunnen besluiten tot de invoering van een gevaarlijk beleid – waarbij mensen worden gedood – en er dan eigenlijk op vertrouwen dat artsen zichzelf aangeven. Maar de Nederlanders nemen aan dat zolang euthanasie maar `bespreekbaar' is, misbruik altijd aan het licht zal komen.

Ten slotte leven de Nederlanders in een stabiele morele wereld. Er is vaak gezegd dat de Nederlanders beter dan andere volkeren in een wereld van morele grijstinten kunnen leven. Voor hen geen grote debatten over goed of kwaad van de euthanasie, maar liever praktischer kwesties. Ze geloven niet dat de wereld in elkaar stort als voorheen heilige principes worden gerelativeerd.

Maar dat wil nog niet zeggen dat ze niet in een veilig moreel universum leven. Menigeen heeft gewezen op het grote vertrouwen dat de Nederlanders in elkaar hebben, misschien ook wel weer door hun collectieve neiging om alles `bespreekbaar' te maken. Ze vinden zichzelf een meelevend maar ook een verantwoordelijk en `nuchter' volk, dat alles grondig bepraat, en zonder ideologische oogkleppen op. Zonder dit positieve zelfbeeld zouden de Nederlanders niet durven doen wat ze doen – anders dan veel andere volkeren voelen ze zich moreel in staat om euthanasie toe te laten.

Is het vertrouwen dat de Nederlanders hebben in hun eigen instellingen en hun eigen goede bedoelingen gebaseerd op de maatschappelijke werkelijkheid, of is het zelfbedrog? De zwarte beschrijvingen van de Nederlandse euthanasiepraktijk, met het beeld van duizenden stakkers die tegen hun wil ter dood worden gebracht, lijken ver bezijden de waarheid. De Nederlanders hebben de laatste jaren juist serieus gestreefd naar een regeling van de euthanasiepraktijk en naar het vinden van alternatieven voor euthanasie, zoals een goede pijnbestrijding.

Anderzijds is het altijd maar een kleine stap van gezond zelfvertrouwen naar ongezonde zelfvoldaanheid. Maatschappelijke ontwikkelingen – toenemende onverschilligheid, gebrek aan mankracht in de zorg en de veronderstelling dat dat euthanasie op aanvraag te verkrijgen is – vormen stuk voor stuk een mogelijke bedreiging voor de houding van het zit hier wel goed die ik bij de Nederlanders wel eens meen te zien. Maar ik weet echt geen antwoord op de vraag. Gelet op de kans dat de wet het volgende week haalt, hoop ik dat het Nederlandse zelfbeeld is geworteld in de werkelijkheid.

James Kennedy is als docent geschiedenis verbonden aan het Hope College in Holland (Michigan). Zijn nieuwe boek, `Een weloverwogen dood', verschijnt volgende maand bij Bert Bakker.