Een doe-het-zelf-rechtzaak

Arbitrage leek een toverwoord in het arbeidsconflict bij de NS. De sportwereld, geschillencommissies en `rijdende rechter' werken er mee. Toch kennen weinigen de mogelijkheden voor particulieren om via arbitrage snel en goedkoop van huis-tuin-en-keuken conflicten af te komen.

Wie een geschil voor de overheidsrechter, bijvoorbeeld de kantonrechter uitvecht, loopt het risico van een kostbare, soms slepende procedure. Sinds 1838 kent de wet een alternatief: arbitrage. Dat is een vorm van private rechtspraak die in 1986 werd gemoderniseerd. Soms komen particulieren vanzelf bij arbitrage uit. Standaardcontracten van bijvoorbeeld aannemers verplichten zowel de opdrachtgever als de aannemer eventuele geschillen via arbitrage op te lossen. Men heeft na de ondertekening van zo'n contract niet eens meer de mogelijkheid bij onenigheid naar de gewone rechter te stappen. De arbiter speelt dan de rol van rechter en zijn vonnis is bindend.

Een bijzondere vorm van arbitrage bieden de geschillencommissies variërend wasserijen tot reisbureaus. In al deze gevallen is veel moeite gedaan de kosten van de arbitrageprocedure laag te houden en te zorgen voor goede begeleiding en onafhankelijke en deskundige arbiters. Op deze manier kan een particulier de meeste commerciële geschillen oplossen. Tal van andere grotere of kleinere conflicten blijven smeulen. Met de jachthaven over een verkeerde ligplaats, met een zwager over een gekochte auto, met een financieel adviseur over die desastreuze beleggingstip, binnen een vereniging over een verkeerd verlopen bestuursverkiezing of met de buren over de toestand van de heg. Bij een geïsoleerd twistpunt kan arbitrage een passende oplossing bieden. Een arbiter hakt snel en efficiënt de knoop door en de betrokkenen zijn verlost van een struikelblok in hun relatie. Mocht het conflict dieper zitten, dan wordt het de moeite waard samen met een bemiddelaar de zaak eens goed uit te praten.

Arbitrage klinkt duur en gewichtig. Toch kunnen twee particulieren zonder hulp van een jurist een dergelijke privé-rechtspraak opzetten. Beide partijen moeten de uitkomst net zo serieus nemen als een vonnis van de gewone rechter. Dat bepaalt de wet. De winnaar kan zelfs met de deurwaarder afdwingen dat zijn tegenpartij het eindoordeel van de arbiter naleeft.

Het stappenplan bij arbitrage loopt als volgt:

Beide partijen moeten het met elkaar eens zijn dat ze hun geschil met arbitrage willen oplossen. Dat geschil moeten ze meteen kort omschrijven. Vervolgens is het zaak een arbiter te vinden. Dat kan iemand zijn die om zijn wijsheid en onafhankelijkheid het vertrouwen van de partijen geniet. Die persoon (het kunnen er ook drie zijn) hoeft geen jurist te zijn. Het kan bijvoorbeeld gaan om het erelid van een vereniging, een kerkelijke functionaris, een bestuurder zoals de burgemeester of een politicus zoals een oud-minister maar natuurlijk ook om een advocaat, een notaris of een bijklussende rechter. Zelfs een buitenlander kan rechtsgeldig als arbiter optreden. De benaderde persoon kan een honorarium bedingen maar kan net zo goed het recht te weigeren als arbiter op te treden. Hij of zij moet in elk geval onafhankelijk en onbevooroordeeld zijn. De partijen kunnen hem vragen het probleem naar billijkheid op te lossen. Dat bevrijdt de arbiter van het keurslijf van de strikt juridische benadering waaraan de gewone rechter gebonden is.

De volgende fase is de arbitrage zelf. Allen komen op een afgesproken plek bijeen. Daar leggen de partijen hun probleem voor en maken ze duidelijk wat ze willen. Dat loopt zo bij een huis-tuin-en-keuken-arbitrage. Als het allemaal formeler gaat dan stelt de ene partij een eis op schrift, reageert de volgende partij daar op en zo verder. Maar goed, het kan ook allemaal mondeling. De arbiter hoeft geen verslag van de bijeenkomst (zittingen) te maken. Hij moet wel eerlijk, nauwgezet en efficiënt te werk gaan. Beide partijen krijgen een strikt gelijke behandeling en het is vanzelfsprekend dat de arbiter scrupuleus hoor en wederhoor toepast. De arbiter kan – in aanwezigheid van de partijen – praten met getuigen. Die zijn overigens niet verplicht te komen. De arbiter kan verder inzage vragen in ter zake doende documenten waarover een van de partijen beschikt. In simpele arbitragevormen zoals bij het taxeren van een schade, kan de arbiter de zitting achterwege laten. Het slot van het verhaal is het zogenoemde arbitrale vonnis. De arbiter moet dat oordeel op papier zetten en (kort) motiveren. Hij bepaalt meteen wie opdraait voor de kosten van de arbitrage, zoals het honorarium van de arbiter. Doorgaans komen die kosten voor rekening van de verliezer. Het lijkt in deze simpele gevallen erg op het informeel in de arm nemen van een raadgever die het vertrouwen van beide partijen geniet. Het in acht nemen van de beperkte formaliteiten van arbitrage heeft evenwel als cruciaal voordeel dat de verliezer de uitspraak niet naast zich neer kan leggen. Om dat effect te bereiken gelden iets meer regels dan hier genoemd. Wie onzeker is, kan altijd op onderdelen advies vragen bij een jurist in de kennissenkring of van een advocaat of notaris. Bovendien kan men in de bibliotheek de geldende bepalingen nalezen in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en wel vanaf artikel 1020. Die tekst is makkelijker leesbaar dan de handleiding voor een doorsnee videorecorder.

Dit hele proces kan men ook professioneel laten begeleiden door bijvoorbeeld een advocaat of door het Nederlands Arbitrage Instituut (NAI) in Rotterdam. Deze stichting is gespecialiseerd is in opzetten en afwikkelen van arbitrages, eventueel met arbiters die de partijen zelf aandragen. De arbiter wordt door het NAI juridisch op de vingers gekeken en kan bijstand krijgen van een secretaris die het klappen van de zweep kent. Voor die dienstverlening moet men betalen. De nota is in het eenvoudigste geval 325 gulden (voor geschillen over een bedrag van hooguit 11.000 gulden) maar loopt al snel tot meer dan duizend gulden op. Per 1 januari van dit jaar zijn de kosten in guldens omgeprijsd naar hetzelfde bedrag in euro's. Het NAI kan de partijen ook één of drie arbiters aanleveren. Dat jaagt de kosten wel verder omhoog. Het uurloon van dergelijke geselecteerde deskundigen variëren van 350 tot 550 gulden. De kosten van een geheel opgetuigde arbitrage komen zo al snel boven de 10.000 gulden uit. Het NAI verstrekt kosteloos een arbitragereglement waarin het formele verloop van de arbitrage aan de orde komt.

Informatie: www.nai-nl.org

    • Aertjan Grotenhuis